Ciao, de held van het WK 1990

Foto: Simon Bruty/Allsport

Sinds World Cup Willie, de stoere op zijn achterpoten staande leeuw uit 1966, hebben de organisatoren van ’s werelds grootste sportevenement altijd een duidelijke voorkeur gehad als het aankwam op het ontwerp van hun mascottes. Op de wereldkampioenschappen gedurende de jaren 70 en 80 waren alle voetbalfans aangewezen op de steun van mollige mannetjes met bolle wangen of op stukken fruit met een gezichtje. Zonder mascottes als Gauchito (het jongetje met de zweep) of Naranjito (de sappige Spaanse sinaasappel) uit het collectief geheugen te wissen, leek het aankomende WK 1990 – ook het begin van een nieuw decennium – het perfecte moment om eens out-of-the-box te denken. Er was namelijk wel meer op aarde dan kinderobesitas of glimlachende smoothie-ingrediënten.

Dankzij al die artistieke vrijheid kwam uiteindelijk – zo werd in 2018 besloten na een uiterst democratische verkiezing op Twitter – de beste WK-mascotte aller tijden tot leven: Ciao.

Maar de weg van concept tot mascotte nam wel meer dan vier jaar in beslag. In oktober 1985, anderhalf jaar nadat Italië het WK 1990 kreeg toegewezen, schreef het organiserend comité een ontwerpwedstrijd uit. Ze ontvingen meer dan 50.000 inzendingen, waaronder die van grafisch designer Lucio Boscardin.

“Het idee schoot me te binnen toen ik voor een verkeerslicht stond,” zegt Boscardin. “Ik voelde plots dat de Italiaanse vlag een belangrijk onderdeel van het ontwerp moest worden. Ik maakte in mijn auto wat simpele schetsen en toen ik later thuiskwam, brak ik het woord ITALIA in tien driekleurige stokjes die samen een voetballer vormden.”

“Alleen het hoofd ontbrak nog. Dat werd, hoe kon het ook anders, een voetbal.”

Het was geen gemakkelijke opgave met zo’n simplistisch ontwerp op te vallen bij de sterrenjury, mede door de gigantische concurrentie en de rijke historie aan vrolijk lachende ‘menselijke’ WK-mascottes. Maar Boscardin legt uit dat Ciao, hoe eenvoudig ook, wel voldeed aan alle eisen die het comité van tevoren had gesteld.

“Het was niet verplicht om nationale monumenten, gebouwen, mensen of etenswaren in het ontwerp te verwerken, dus ik hoopte dat mijn idee vanwege de originele invalshoek misschien wel eens ver zou kunnen komen.”

Lucio Boscardin met Ciao.

Een stick figure met een voetbal als hoofd – geen vrolijke glimlach, geen wangetjes met een blosje, geen olijk hoedje – lijkt misschien niet heel erg aantrekkelijk, maar bleek juist een welkome afwisseling te zijn. “De abstracte vorm en het gebrek aan verwijzingen naar nationale elementen zorgden ervoor dat Ciao opviel tussen de tienduizenden ontwerpen, die meestal juist wel verwezen naar regionale gerechten of lokale bouwwerken”, schreef de Italiaanse auteur Michele Galluzzo in 2016.

Doordat het ontwerp van Lucio Boscardin helemaal niets te maken had met de Italiaanse architectuur, keuken of geschiedenis, leek Ciao ook de eerste WK-mascotte die bij volwassenen in de smaak zou kunnen vallen. “Het is een volwassen figuur: koud, stijf, hoekig en zonder enige uitdrukking,” schreef Toni Zugna in 2014 voor Vice Italia.

Helaas voor de Italiaanse speelgoedfabrikanten bleek het abstracte ontwerp geen probleem voor het organiserend comité, dat twee jaar na het uitschrijven van de verkiezing naar het kantoor van Boscardin afreisde. De self-taught grafisch designer kreeg goed nieuws, maar moest de uitslag nog zes maanden voor zich houden, totdat zijn mascotte in november 1986 dan eindelijk werd onthuld in het Palazzo del Quirinale in Rome.

“Het was een geweldig gevoel,” herinnert Boscardin zich het moment waarop het doek van zijn drie meter hoge creatie werd getrokken. Hij wist dat die dag ooit zou komen. “Ik wist zeker dat ik ooit in mijn leven een succesje zou boeken. Als kind voelde ik me al een winnaar. Ik wist dat ik talent had. Toen ik jong was, won ik in Vicenza een belangrijke wielerwedstrijd. Helaas kon ik in die sport niet doorgroeien omdat mijn racefiets later werd gestolen in Milaan.”

Boscardins succes kwam dankzij de geboorte van Ciao. Al droeg zijn creatie de eerste drie jaar nog helemaal geen naam. Pas na een verkiezing door Totocalcio – de de Italiaanse bookmaker – kreeg het poppetje de naam ‘Ciao’, nadat het afrekende met concurrenten als Amico, Beniamino, Bimbo en Dribbly.

Jammer genoeg was Ciao geen onmiddellijk succes. Gigi Riva, all-time topscorer van de Azzurri, was absoluut geen fan. “Riva zat naast me in het busje dat ons van het Palazzo del Quirinale naar het hotel bracht. Uit het niets zei hij dat hij het ontwerp helemaal niets vond. Ik zei dat dat met de tijd nog wel zou veranderen,” aldus Boscardin.

Leverde het ontwerpen van de mascotte van één van de meest memorabele wereldkampioenschappen aller tijden ook nog iets op? “De hoofdprijs was 60 miljoen lire [ongeveer €30.000 in die tijd]. Ik heb een groot deel daarvan gelijk gebruikt om een Apple-computer mee te kopen. Maar ik had het ook gedaan als ik er niets voor had gekregen. Ik deed het niet voor het geld,” liet Boscardin in 2014 optekenen.

Al snel was Ciao, dankzij het copyright dat het organiserend comité bezat, overal te vinden. Hij stond op t-shirts, op mini-voetballetjes, op sleutelhangers en kreeg zelfs een limited edition Fiat Panda naar zich vernoemd.

Ciao werd een voetbalcultureel icoon, tot ver buiten de landsgrenzen van Italië. Hoe kan het dat het figuurtje van Lucio Boscardin meer dan 30 jaar later nog steeds zo populair en geliefd is?

“Ik ben blij dat Ciao ook buiten Italië beroemd is geworden. Het verwijst tenslotte niet alleen naar het land waar het WK werd gehouden, maar is ook een weerspiegeling van de bedrijvigheid van het Italiaanse volk,” aldus de bedenker.

De nostalgie rondom Ciao is gigantisch, maar zijn nalatenschap is minder groot. Op het WK 1994 in de Verenigde Staten werd – zoals je mag verwachten van een toernooi waarbij Diana Ross de allereerste bal naast schiet – gekozen voor viervoeter Striker, omdat (volgens het immer poëtische Wikipedia) ‘honden in Amerika vaak als huisdier worden gehouden’. Het ontwerp van Striker moest zelfs nog een keer worden aangepast, omdat het beest aanvankelijk met de bal onder zijn arm rondrende.

In 1998 koos Frankrijk voor een rood-blauwe haan, Zuid-Korea en Japan brachten ons vier jaar later drie glimmende aliens. Sindsdien hebben we een leeuw, een luipaard, een buideldier en ‘Zabivaka’, de Russische wolf met een veiligheidsbril, voorbij zien komen. Het lijkt dus alsof Ciao, bijna 35 jaar nadat zijn bedenker achter het stuur haastig een paar schetsen op papier zette, niets meer is geweest dan een welkome uitzondering.

Boscardin, inmiddels 77 jaar oud, heeft zijn schetsboek opgeborgen en is met pensioen. Zijn laatste werk was volgens hemzelf “het mooiste en allerbelangrijkste” – een expositie gebaseerd op dat andere wereldberoemde Italiaanse figuurtje, Pinocchio. Misschien was het idee achter Ciao, de beste WK-mascotte aller tijden, uiteindelijk toch iets meer dan enkel een verkeerslicht.

Het is vandaag exact 30 jaar geleden dat het WK 1990 begon. Het bovenstaande stuk is een vertaling van het artikel World Cup design classics: Mascot Ciao from 1990 van schrijver Adam Hurrey.