Andrea Pirlo – Ondergewaardeerd kunstenaar

Emilio Andreoli via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen in april 2018 in Staantribune.

Met een kenmerkend sukkeldrafje bereikt Andrea Pirlo de cornervlag. Alvorens de corner te trappen, doet de Italiaanse middenvelder zijn haar goed. Het regent in Florence, dus de natte lokken vallen telkens voor zijn blikveld. Wanneer de lange manen voor zijn ogen weg zijn, maakt Pirlo dan eindelijk aanstalten om de bal voor te slingeren. Precies op dat moment maak ik een foto. Die avond ben ik namelijk aanwezig bij het duel tussen Fiorentina en Juventus.

Juventus is in Florence enorm gehaat en tijdens de wedstrijd wordt elke speler in een zwart-wit shirt uitgefloten. Pirlo niet. Wanneer hij op tien meter van mijn neus de corner neemt, worden er tientallen mobiele telefoons tevoorschijn gehaald. Anno 2015 is Pirlo namelijk de beste speler in de Serie A en wordt hij alom gewaardeerd. Dat is niet altijd zo geweest.

Andrea Pirlo wordt opgeleid bij het Noord-Italiaanse Brescia. Op het moment dat Pirlo doorbreekt, schommelt Brescia tussen de Serie A en de Serie B in. Wanneer de club in 1995 in de Italiaanse tweede divisie speelt, wordt Pirlo voor de leeuwen gegooid. Al op zestienjarige leeftijd maakt hij zijn debuut. Het is op dat moment al duidelijk dat Pirlo een enorm talent is en op den duur de stap naar de Italiaanse top zal maken. Met zijn intelligentie en passing onderscheidt hij zich van zijn ploeggenoten.

Inter

Uiteindelijk wordt de stap naar een grotere ploeg pas in 1998 gezet. Pirlo wordt al jaren door Inter gevolgd en lijkt er klaar voor om de concurrentie met mannen als Diego Simeone, Youri Djorkaeffen Aron Winter aan te gaan. Hoewel Inter dat seizoen liefst vier trainers verslijt, komt Pirlo tot meer dan dertigduels voor de Nerazzurri.

Toch vindt Pirlo zijn draai bij Inter nooit. In de jaren negentig is het onrustig bij de Milanese club, die wisselt van trainers alsof het schoenen zijn. Het komt de positie van een creatieve middenvelder als Pirlo niet ten goede. Managers Simoni, Lucescu en Hodgson kiezen vaak (zonder succes) voor een speelwijze waarin er geen rol is weggelegd voor een balkunstenaar als Pirlo. Veel liever opteren de trainers voor slopers. Dit om de verdediging wat te ontlasten. Omdat het sportief niet loopt, besluit Inter-eigenaar Massimo Moratti om aan de lopende band spelers aan te trekken. Clarence Seedorf komt over van Real Madrid en ook Luigi Di Biagio versterkt het middenveld. Het gaat ten koste van Andrea Pirlo, die in de zomer van 1999 aan het nietige Reggina wordt verhuurd.

Een seizoen later is er wéér geen plek voor Pirlo in de selectie van Inter. De middenvelder wordt nogmaals verhuurd. Dit keer aan zijn jeugdclub. Bij Brescia is Carlo Mazzone op dat moment trainer. Mazzone is een ervaren manager en ziet voor Pirlo een rol als spelverdeler weggelegd. Hij wordt vlak voor de verdediging neergezet en moet als een ware regisseur de opbouw verzorgen om vervolgens sterspeler Roberto Baggio in stelling te brengen. Brescia eindigt dat seizoen op een indrukwekkende zevende plek in de Serie A. Het is de plek waar Pirlo wordt opgeleid tot architect.

Brescia

Een seizoen later is er wéér geen plek voor Pirlo in de selectie van Inter. De middenvelder wordt nogmaals verhuurd. Dit keer aan zijn jeugdclub. Bij Brescia is Carlo Mazzone op dat moment trainer. Mazzone is een ervaren manager en ziet voor Pirlo een rol als spelverdeler weggelegd. Hij wordt vlak voor de verdediging neergezet en moet als een ware regisseur de opbouw verzorgen om vervolgens sterspeler Roberto Baggio in stelling te brengen. Brescia eindigt dat seizoen op een indrukwekkende zevende plek in de Serie A. Het is de plek waar Pirlo wordt opgeleid tot architect.

Wanneer Pirlo als een volleerde Koolhaas terugkeert in Milaan, is hij het zat. Nog steeds lijkt er geen plek bij de Nerazzurri en hij wordt ondergewaardeerd. In de zomer van 2001 besluit de dan 22-jarige Pirlo dan ook te vertrekken. Dat Inter op dat moment geïnteresseerd is in Milan-middenvelder Andrés Guglielminpietro, brengt de overgang in een stroomversnelling en de clubs besluiten de twee spelers te ruilen. Na een horrorperiode bij Inter trekt Pirlo naar het rood-zwarte gedeelte van Milaan.

Milan

Bij AC Milan is Pirlo volledig op zijn plek. Vanaf dag één is de middenvelder niet meer weg te denken uit het basiselftal van de Rossoneri. In zijn periode bij Milan groeit Pirlo uit tot een van de beste Italiaanse spelers van zijn generatie. Samen met spelers als Kaká, Shevchenko en Inzaghi is hij ervoor verantwoordelijk dat Milan in 2003,2005 en 2007 de finale van de Champions League bereikt.

Wordt de finale in 2003 nog na penalty’s gewonnen, in 2005 gaat het hopeloos mis. Milan staat bij rust met 3-0 voor tegen Liverpool, maar verliest de eindstrijd uiteindelijk na strafschoppen. Pirlo laat zich afleiden door Liverpool-keeper Dudek en mist. Het is het moment waarop hij zijn lol in het voetbal verliest en er zelfs over nadenkt om te stoppen, zo schrijft de Italiaan in zijn in 2014 uitgebrachte biografie.

Desondanks besluit Pirlo door te gaan en in 2006 wordt het verlies in de Champions League-finale meer dan goedgemaakt. Hoewel het seizoen wordt overschaduwd door het Calciopoli-schandaal waar ook Milan bij betrokken is, wordt de Italiaanse eer in de zomer hersteld. Italië wordt namelijk voor de vierde keer wereldkampioen. Pirlo heeft een flink aandeel in de wereldtitel. Il Architetto is namelijk basisspeler, geeft de assist bij het winnende doelpunt van Fabio Grosso in de halve finale en jaagt tijdens de penaltyserie in de finale zijn strafschop hard tegen de touwen. Italië is campione del mondo.

De wereldtitel geeft Pirlo veel rust. Het jaar erop besluit hij zich dan ook alvast te oriënteren op een leven buiten het voetbal. Aangezien zijn interesse in wijn door de jaren heen een enorme passie is geworden, besluit hij in 2007 een wijngaard te openen in de buurt van Brescia. Met hulp van zijn familie worden er al snel diverse wijnen op de markt gebracht. Dat de producten gaandeweg enorm populair worden onder de voetballiefhebbers, is geen verrassing.

Dat Milan die zomer weer de Champions Leaguefinale haalt en dit keer Liverpool wél weet te verslaan, maakt de cirkel voor Pirlo rond. Achteraf was het een perfect moment geweest om AC Milan te verlaten. Pirlo besluit Milan echter trouw te blijven en wanneer hij twee seizoen later wél aangeeft te willen vertrekken, besluit het bestuur hem niet te laten gaan. Succesmanager Carlo Ancelotti pakt zijn koffers wel en vertrekt naar Chelsea. Pirlo mag niet mee. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts.

Allegri

Pirlo is onder opvolger Leonardo nog wel zeker van een basisplek, maar wanneer Massimiliano Allegri in 2009 als manager wordt aangesteld, is dit geen goed nieuws voor de ervaren spelers. De trainer haalt een bezem door de selectie en heeft in zijn basiselftal geen plaats meer voor Alessandro Nesta, Filippo Inzaghi én Andrea Pirlo. Net als in zijn tijd bij Inter wordt Pirlo gepasseerd voor twee slopers. Hoewel hij later aangeeft op dat moment ontzettend ontevreden te zijn geweest, verschijnt er in de media geen wanklank. De middenvelder is een gentleman en valt zijn trainer niet af. Dit terwijl de Milanisti met lede ogen aanzien hoe de helden van weleer worden weggewerkt en weggepest.

Met Mark van Bommel en Massimo Ambrosini op het middenveld wordt Milan in het seizoen 2010-11 uiteindelijk kampioen. De 32-jarige Pirlo maakt nog deel uit van de rood-zwarte gelederen, maar is op dat moment al lang en breed rond met Juventus. De architect heeft het gevoel dat zijn werk in Milaan niet langer wordt gewaardeerd en is door Antonio Conte benaderd om het afgetakelde Juventus in ere te herstellen. Dat zijn contract bij Milan afloopt, maakt het maken van de stap makkelijker. Pirlo hapt toe en trekt naar Turijn.

Juventus

Pas in Turijn wordt Pirlo echt gewaardeerd. Hoewel Juve in 2012 een lading spelers naar Turijn haalt, spreekt de komst van de voormalig wereldkampioen verreweg het meest tot de verbeelding. Onder leiding van de middenvelder wordt Juventus dat seizoen direct kampioen. Met zijn fantastische passes, inzicht en intelligente spel is Pirlo dat seizoen de beste speler van Juventus. Als een dirigent leidt hij de zwart-witte formatie naar de 29ste titel in de historie.

Met Italië lukt het niet meer om een prijs te winnen. Ontploffen de sociale media nog wanneer Pirlo Engeland-keeper Joe Hart met een Panenkaverschalkt in de kwartfinale, Spanje is in de EK-finale uiteindelijk veel te sterk.

Bij Juventus heeft Pirlo meer succes. Manager Antonio Conte bouwt De Oude Dame om tot de succesmachine van weleer. Hierin speelt Andrea Pirlo een cruciale rol. Elke week laat hij zien dat Milan hem veel te vroeg heeft laten gaan. Telkens weer laat hij zien alsmaar slimmer en beter te worden. Steevast is Pirlo beslissend. Hoewel de middenvelder de dertig al lang en breed is gepasseerd, wordt hij pas vanaf 2012 echt ontdekt als absolute topspeler. Zijn aanwezigheid op de voetbalvelden wordt meer en meer gewaardeerd.

Staande ovatie

Juve-keeper Gianluigi Buffon noemt de gratis overgang van Pirlo naar Juventus het koopje van de eeuw. In de Italiaanse kranten wordt het beleid van Milan stevig bekritiseerd. Trainer Massimiliano Allegri is de zondebok. Dat de middenvelder in 2012,2013 en 2014 tot beste speler van de Serie A wordt gekroond, bevestigt dit beeld alleen maar. In een Serie A vol sterren is de opgeleefde Andrea Pirlo de grootste ster.

Niet alleen nationaal groeit de waardering voor Pirlo. Wanneer Juventus in 2015 in de halve finale van de Champions League op bezoek gaat bij Real Madrid, wordt de middenvelder in de tweede helft gewisseld. Als blijk van waardering krijgt de Italiaan een staande ovatie van het Spaanse publiek. Een prachtig gebaar dat eerder Alessandro Del Piero ten deel viel. Later wordt ook Francesco Totti met applaus geëerd in het Bernabeu.

In 2015 bereiken Juventus en Pirlo uiteindelijk de finale van de Champions League. Opvallend is dat uitgerekend Massimiliano Allegri op dat moment de manager van de Bianconeri is. Besloot de oefenmeester Pirlo bij Milan nog te laten vertekken, bij Juventus blijft de middenvelder ook onder Allegri de belangrijkste schakel in het elftal. Het is tekenend voor de carrière van Pirlo. Vroeg of laat worden de critici de mond gesnoerd.

Het is de waardering die tijdens de carrière van Pirlo dikwijls ontbrak. Te vaak werd de sierlijke middenvelder op de bank gezet ten faveure van slopers, werd hem verweten een luie speler te zijn en werd geconcludeerd dat hij te sloom zou zijn om op het allerhoogste niveau te fungeren. Op het hoogste niveau speelt Pirlo in 2015 nog een allerlaatste keer.

In de Champions League-finale blijkt Barcelona echter veel te sterk. Nooit liet Pirlo op het voetbalveld een traan, maar na die verloren eindstrijd breekt hij. Het is zijn laatste kans op een grote Europese prijs, want de finale is zijn laatste wedstrijd voor Juventus. Pirlo trekt naar Amerika en gaat na een paar seizoenen voor New York City FC te hebben gespeeld met pensioen.

In de hedendaagse voetbalwereld ontbreekt het aan sierlijke en intelligente voetballers. Dat Andrea Pirlo in 2017 met professioneel voetbal besloot te stoppen, is dan ook enorm zonde. Nooit meer zullen we ervan kunnen genieten hoe hij een corner neemt. Nooit meer zullen we kunnen genieten als hij zijn natte lokken goed legt. En nooit meer zullen we hem in voetbalshirt live mogen aanschouwen. Wat ons rest zijn de herinneringen en de foto’s.

De Tulipani van Padova

Kreek e Van Utrecht, la storia dei tulipani del Padova | Padova Calcio

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen in april 2018 in Staantribune.

Na liefst 32 jaar afwezigheid keert Padova in het seizoen 1994-95 terug in de Serie A. Om de plek op het Italiaanse niveau veilig te stellen, versterken de Biancorossi zich die transferperiode met een Nederlander. Middenvelder Michel Kreek maakt in november 1994 de verrassende overstap van Ajax naar de Italiaanse voetbaldwerg. Een seizoen later maakt ook Leonard van Utrecht de opvallende stap naar de Italiaanse degradatiekandidaat. Hoe Kreek en Van Utrecht zich in de jaren ’90 manifesteerden bij Padova.

Het is november 1994 wanneer Padova, op dat moment dramatisch begonnen aan haar seizoen in de Serie A, zich bij Ajax meldt om Michel Kreek voor twee miljoen gulden over te nemen. De middenvelder heeft een transfer naar PSV net af zien ketsen en blijkt de stap graag te willen maken: ‘Mijn vooruitzichten bij Ajax waren op dat moment niet zo groot meer.

‘Ik wist dat Padova het RKC van de Serie A was’, aldus Kreek, ‘aan de andere kant was de Serie A op dat moment de nummer 1 competitie van Europa. Hierdoor was de keuze eigenlijk snel gemaakt.’  De transfer is snel rond. Op twee november 1994 tekent de middenvelder een contract voor twee seizoenen bij Padova.

Een week later maakt Kreek zijn debuut. Tegenstander is mede degradatiekandidaat Brescia. De middenvelder vertelt: ‘tijdens het duel met Brescia – waarin ik mijn debuut maakte – was het noodweer. De eerste helft ging het nog wel, maar de situatie op het veld werd daarna eigenlijk alleen maar erger en erger. Toen ik de 1-0 maakte begonnen de spelers van Brescia ineens te klagen bij de scheidsrechter. Gelukkig besloot de scheidsrechter om toch door te laten spelen en wonnen we met 2-0.’

Dat seizoen ontpopt Padova zich als reuzendoder en wint het van onder meer Milan, Inter en Juventus. Tegen de Bianconeri maakt Kreek de winnende: ‘We hadden de overwinning nodig om uit de degradatiezone te blijven. Juventus stond op dat moment bovenaan en Padova had in haar geschiedenis nog nooit bij Juve gewonnen. Dat ik de winnende maakte, maakte die overwinning extra mooi.’

Dat seizoen eindigt Padova met Genoa op een gedeelde vijftiende plek. Een play-offduel op neutraal terrein moet uiteindelijk uitwijzen welke van de twee naar de Serie B degradeert. Op 10 juni 1995 is het Artemio Franchi in Florence dan ook volledig volgepakt wanneer beide ploegen het tegen elkaar opnemen.

Wat volgt is een absolute kraker. Het Padova van Kreek komt na een assist van de Nederlander op voorsprong. Even later is het het Genoa van van John van ’t Schip dat gelijk maakt. Uiteindelijk blijft de stand ook na 30 minuten verlenging gelijk. Strafschoppen moeten de beslissing brengen.

Nadat Genoa mist, staat Padova op matchpoint. Kreek stapt naar voren en maakt de beslissende. Genoa degradeert. Padova blijft in de Serie A. Kreek: ‘uiteindelijk was dat het absolute hoogtepunt van mijn tijd in Italië’

In de transferzomer die volgt raakt Padova met Filippo Maniero en Alexi Lalas enkele van haar sterspelers kwijt. Hoewel de Biancorossi voor beide spelers een transfersom ontvangen, heeft de club het op dat moment financieel moeilijk.

Om de selectie toch van een kwaliteitsinjectie te kunnen voorzien, stelt het in nood verkerende bestuur Mino Raiola aan om spelers te scouten. Raiola is op dat moment nog relatief onbekend. Weliswaar heeft de Nederlandse Italiaan al enkele keren bemiddeld bij een transfer van een Eredivisiespeler naar de Serie A, een genestelde zaakwaarnemer is hij nog niet.

Toch vertrouwt Padova de taak aan Raiola toe. Om voor de Italiaanse middenmoter de markt in kaart te brengen, struint Raiola de Nederlandse velden af naar jonge, goedkope en talentvolle spelers. In oktober 1995 bezoekt de Amsterdammer een duel tussen FC Groningen en Cambuur Leeuwarden wanneer hij op Leonard van Utrecht stuit.

‘Ik verkeerde in die periode in bloedvorm en viel op. Raiola en de scout van Padova noteerden mijn naam’, aldus Van Utrecht. ‘Later zat ook technisch directeur Piero Agradi voor me op de tribune in Leeuwarden.’

Al snel wordt de interesse serieus. Van Utrecht: ‘Op een doordeweekse avond rond een uur of elf werd ik gebeld door spelersvertegenwoordiger Peter Gerards. Hij lichtte me in over de interesse van Serie A-ploeg Padova. Eerste geloofde ik niet dat het Gerards was en dacht ik dat ik door een ploeggenoot in de maling werd genomen.’

Het blijkt geen grap. Uiteindelijke ploeggenoot Michel Kreek verklaart de gang van zaken: ‘Een seizoen eerder had het bestuur met het halen van mij een schot in de roos gehad. Ik denk dat ze eenzelfde soort scenario met Leonard voor ogen hadden.’

De transfer ketst echter bijna af. De Nederlandse spelersvakbond (VVCS) vertrouwt tussenpersoon Raiola niet en besluit haar handen van de transfer af te trekken. ‘Ik vond dat schandalig. Als spelersvakbond was het hun taak mijn transfer te begeleiden en in goede banen te leiden’, verklaart Van Utrecht.

Enkele dagen later trekt Van Utrecht uiteindelijk zonder persoonlijke zaakwaarnemer naar Milaan om de onderhandelingen met Padova af te ronden. Journalist Frits Barend is wél aanwezig. Voor televisieprogramma Barend & Van Dorp heeft hij toestemming van Van Utrecht om de afwikkeling van de spraakmakende transfer te filmen.

Dat Van Utrecht geen zaakwaarnemer heeft maakt de reportage enkel sappiger. Van Utrecht: ‘Aan de onderhandelingstafel zou ik er helemaal alleen voorstaan. Als noodgreep besloot ik Frits Barend om zich voor te doen als mijn spelersvertegenwoordiger. Dat ging vrij goed.’

Barend herinnert zich de gang van zaken vaag: ‘Leonard werd geacht een zaakwaarnemer bij zich te hebben. Doordat de VVCS het af liet weten, stond hij er uiteindelijk helemaal alleen voor. Ik spreek Spaans’, vervolgt Barend, ‘en met wat eerdere ervaringen in Italië kon ik een aardig woordje Italiaans meespreken. Daarnaast kende ik de mensen in het wereldje een beetje. Hierdoor wist ik hoe de klok sloeg en kon ik Van Utrecht helpen.’

Na aankomst in Milaan gaan Van Utrecht, Barend en enkele afgezanten van Padova eerst uit eten, om vervolgens naar Hotel Meliá te trekken. De situatie in de onderhandelingsherberg blijkt chaotisch. Barend: ‘Het hotel waar de deal tussen Van Utrecht en Padova zou worden beklonken had veel weg van de veemarkt in Leeuwarden. Als dieren stonden de voetballers in de gangen te wachten totdat de Italiaanse clubs met hen wilden spreken.’

Later blijkt spelersvertegenwoordiger Barend niet bij de officiële onderhandelingen aanwezig te mogen zijn. Van Utrecht legt uit: ‘Helaas had Barend geen licentie als zaakwaarnemer en mocht hij er bij de onderhandelingen niet bij zijn. Hierdoor moest ik in mijn eentje opboksen tegen Raiola en Agradi (toenmalig technisch directeur Padova, red.).’

Dat laatste blijkt lastig. Bij de laatste afwikkelingen ketst de transfer wederom bijna af: ‘eenmaal aan de onderhandelingstafel ging het wéér mis. Raiola en Agradi boden me een tweejarig contract aan, maar het salaris was ¼ van het bedrag dat me eerder was voorgehouden.’

Uiteindelijk besluit Van Utrecht toch te tekenen een maakt hij de transfer van Cambuur naar de Serie A. Een droom, aldus Van Utrecht: ‘vergis je niet: uiteindelijk ging ik toch een boel geld verdienen, hoor. Ik tekende en verbond me voor twee seizoenen aan Padova. En van de Langeleegte naar San Siro. Dat is nogal een verschil, natuurlijk.’

Kreek herinnert zich de komst van Van Utrecht nog goed: ‘het was leuk dat er een landgenoot bij kwam toen ook Leonard de transfer van Nederland naar Padova maakte. Vooral op sociaal vlak vond ik dat erg mooi. Desondanks merkte je dat Leonard iets anders binnenkwam dan ik’, vervolgt Kreek, ‘Ik had bij het maken van de transfer al iets meer bagage en ervaring dan hij. Leonard kwam van Cambuur uit de Eerste Divisie, dus kwam volledig in een hele andere wereld terecht.’

‘Oud-Ajacied Michel Kreek krijgt bij Padova gezelschap van een tweede Nederlandse speler. Maar het is de vraag of Kreek ooit eerder van zijn nieuwe ploeggenoot heeft gehoord’, kopt Het Parool op 10 November 1995. De transfer van Leonard van Utrecht van Cambuur Leeuwarden naar Serie A-ploeg Padova komt in de jaren ’90 zowel in Italië als in Nederland volledig uit de lucht vallen.

Padova heeft het dat jaar moeilijk. Kwalitatief blijkt de selectie te kort te komen voor de Serie A. Ook voor Kreek is het in het seizoen 1995-96 lastiger zich als sterspeler te manifesteren: ‘in mijn eerste seizoen kon ik in de groep en op het veld het verschil maken. In het tweede jaar werd dit lastiger, omdat het niveau van de selectie een stuk lager lag.’

Ook voor Van Utrecht loopt het seizoen niet zoals gepland. De middenvelder annex aanvaller blijkt nauwelijks in de plannen van manager Sandreani voor te komen en weet geen basisplek te veroveren. Van Utrecht: ‘We speelden dat seizoen in een 532-formatie. Ik kwam er al snel achter dat de strijd om de spitspositie niet te winnen was. Nicola Amoruso (later onder meer Juventus red.) en Goran Vlaovic (later onder meer Valencia red.) waren namelijk de sterspelers. Hierdoor moest ik me vooral focussen op een plek rechts op het middenveld.’

Een enkele keer lukt het Van Utrecht wél om zich in de basis te spelen. Aangezien Amoruso ontbreekt, vormt de Nederlander op de achttiende speeldag van dat seizoen een aanvalskoppel met Goran Vlaovic. Tegenstander: Milan in het heilige San Siro.

Van Utrecht herinnert zich het duel als de dag van gisteren: ‘Aangezien ik doordeweeks al wist dat ik in de basis zou starten tegen Milan, had ik mijn hele schoonfamilie uitgenodigd om de wedstrijd te komen bekijken. Ze waren allemaal aanwezig.’

Van Utrecht vervolgt: ‘Voorafgaand aan elke wedstrijd belde ik een van mijn beste vrienden vanaf de middenstip vanaf het stadion waar ik die dag zou spelen. Die middag in januari 1996 vond het telefoongesprek dus vanaf de tempel van het Italiaanse voetbal plaats. Van de Langeleegte naar San Siro. Dat is nogal een verschil, natuurlijk.’

Padova krijgt die middag enkele kansjes, maar verliest uiteindelijk nipt. Een uitblinkende Roberto Baggio maakt vanaf de penaltystip de winnende: 1-0 Milan.

Een paar maanden later gaat het wél finaal mis. Padova staat onder de degradatiestreep als het weer afreist naar Milaan. In het San Siro is dit keer Inter – waar Bergkamp en Jonk de zomer ervoor zijn vertrokken – de tegenstander. Met Van Utrecht op de bank en Kreek in de basis gaat Padova finaal onderuit: 8-2. Kreek: ‘Dat was wel een klap, ja’. Van Utrecht: ‘Een echte vernedering.’

Uiteindelijk degradeert het Nederlands getinte Padova in 1996 vrij kansloos naar de Serie B.  Het eindigt acht punten onder de streep. Volgens Van Utrecht geen verrassing: ‘De degradatie naar de Serie B was niet meer dan terecht. Het defensieve voetbal van manager Sandreani brak ons op een gegeven moment op.’

De degradatie is voor Kreek de reden om Noord Italië te verlaten. De Nederlander wordt overgenomen door het naar de Serie A gepromoveerde Perugia. Van Utrecht blijft Padova in eerste instantie wél trouw en krijgt in het Stadio Euganeo te maken met een nieuwe manager. Sandreani vertrekt. Hij wordt opgevolgd door Giuseppe Materazzi, de vader van latere wereldkampioen Marco Materazzi.

Het huwelijk tussen Materazzi en Van Utrecht blijkt niet succesvol. Van Utrecht: ‘het eerste wat de nieuwe manager tegen me zei voorspelde al niet veel goeds: “Ik ben stel geen buitenlanders op en speel enkel met Italianen.”’

Hoewel Van Utrecht in het eerste duel van het seizoen invalt, de winnende maakt en aangeeft Padova met zijn doelpunten terug naar de Serie A te willen schieten, besluit ook hij de club twee maanden later te verlaten. De Noordwijker keert terug naar Cambuur, alwaar een contract voor meerdere seizoenen voor hem klaarligt.

Van Utrecht is uiteindelijk slechts één seizoen in Italië actief, desondanks heeft hij nog altijd warme herinneringen aan het land en keert hij graag in Padova terug: ‘Mijn oudste zoon is in Abano Terme geboren en het koppel dat destijds naast ons woonde was getuige op mijn huwelijk. Daarnaast geniet ik nog altijd van de Italiaanse (sport)cultuur en van het Zuid-Europese temperament.’

Ook Kreek komt nog altijd graag in Italië: ‘Ik kom vrij regelmatig terug in Padova. Toen ik er een tijdje geleden was, speelden ze de derby tegen Vicenza. Ik ben naar de wedstrijd gegaan en mensen in het stadion herkenden me nog steeds. Je merkt aan alles dat men nog altijd dankbaar is voor de succesjes en de herinneringen.’

De Scudetto van Maradona

Michael Steele via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen in augustus 2017 in Staantribune.

Niemand op straat, alle restaurants dicht en enkel de wind maakt geluid. Het is de staat waarin Napels op 10 mei 1987 rond het middaguur verkeert. De stad is bloednerveus. Lukt het Napoli die middag om één punt of meer tegen Fiorentina te pakken, dan wordt het landskampioen van Italië en verovert het de Scudetto. Een prijs waarnaar de ondergewaardeerde en verguisde Napolitanen als zestig jaar smachten. Onder leiding van Diego Maradona zijn de partenopei dichterbij dan ooit.

Het sprookje begint in de zomer van 1986, wanneer Diego Maradona met Argentinië wereldkampioen wordt. Maradona verkeert de hele zomer in bloedvorm. De wereldster blinkt iedere wedstrijd uit, weet in totaal vijfmaal te scoren en wordt gekroond tot beste speler van het toernooi. Na afloop van met 3-2 gewonnen finale tegen West-Duitsland wordt Maradona geïnterviewd en geeft hij aan dat de wereldtitel niet alleen voor Argentinië is, maar ook voor Napels, alwaar hij in 1984 zijn tweede thuis vond.

De WK-zomer blijkt de perfecte opmaat voor een seizoen waarin Napoli de Serie A domineert. Met Maradona op ‘10’ zijn de partenopei de sterk voor iedereen. Vanaf speelronde zeven wordt Napoli gezien als titelkandidaat, wanneer de ploeg van trainer Ottavio Bianchi met 0-1 weet te winnen bij Roma. Maradona is de beste man van het veld en scoort het enige doelpunt. Hoogtepunt van het seizoen volgt echter twee weken later, wanneer Napoli aartsrivaal Juventus in het eigen Turijn verslaat. Uitslag: 1-3.

Dat Napoli uitgerekend in Turijn de koppositie overneemt, geeft de ploeg vleugels. Een titel – waar de Napolitaanse supporters al jaren naar smachten – blijkt erin te zitten. De overwinning op regerend landskampioen Juventus kweekt vertrouwen. Tot de veertiende speelronde blijft Napoli ongeslagen. Dat het dan onderuit gaat tegen Fiorentina, deert de ploeg niet. In een rechte lijn stevenen Maradona & co af op de Scudetto.

Dat het felbegeerde kampioenschap op 27 mei 1987 uitgerekend in een duel met Fiorentina kan worden veroverd, maakt de cirkel rond. In een uitverkocht San Paolo – dat op dat moment nog plek biedt aan 80.000 man en vier uur voor de wedstrijd al vol zit– wordt de vroege openingstreffer van Andrea Carnevale verwelkomd met een golf van opluchting. Het stadion ontploft. Fotografen rennen het veld op. Maradona juicht. Het gaat echt gebeuren. Napoli wordt landskampioen. Dat Fiorentina met een doelpunt van Roberto Baggio – Ja, Il Divin Codino voetbalde al – nog langszij komt, maakt niet meer uit. Napoli is kampioen en verovert voor het eerst in zijn historie de Scudetto. De stad ontploft.

Tijdens het titelfeest is Maradona het absolute centrum van attentie. Terwijl het volledige San Paolo zijn naam scandeert, is Pluisje bereid een paar vragen van een Italiaanse journalist te beantwoorden. Net als hij deed na het gewonnen wereldkampioenschap, besluit Maradona de titel aan Napels op te dragen: “Niet alleen de spelers en de staf zijn vandaag landskampioen geworden, maar ook Napels en alle Napolitanen. We hebben het samen gedaan. Dit is de mooiste dag van mijn leven.”

Wanneer Maradona vervolgens de Napolitaanse kleedkamer bereikt, besluit de aanvaller de microfoon van dezelfde journalist af te pakken. De Argentijn begint diverse spelers te interviewen, om vervolgens (wéér) uitgebreid toe te worden gezongen. Ditmaal door zijn eigen ploeggenoten:

“O mamma mamma mamma

o mamma mamma mamma

sai perche’ mi batte il corazon?

Ho visto Maradona

Ho visto Maradona

eh, mamma’, innamorato son!

O mamma mama mama mama

O mama mama mama

Weet je waarom mijn hart sneller klopt?

Ik heb Maradona gezien

Ik heb Maradona gezien

Eh, mama, ik ben verliefd!”

De hoofdrolspeler zelf doet vrolijk mee.

Een maand later weet Napoli ook de Coppa Italia te winnen, wanneer Atalanta over twee wedstrijden wordt verslagen in de finale. Maradona scoort niet, maar heeft de harten van de Napolitaanse support al lang veroverd. De veroverde landstitel is niet alleen van Napoli en Napels. Hij is vooral van Maradona.

Gianluigi Buffon: Ode aan een gentleman

Claudio Villa via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 24 maart 2017 bij Staantribune.

Het is maart 1995 wanneer Parma-trainer Nevio Scala met een probleem kampt. In de week voor het topduel met medekoploper Milan raakt keeper Luca Bucci namelijk geblesseerd. Het lijkt een aderlating. Niets blijkt echter minder waar. Scala besluit de 17-jarige Gianluigi Buffon te laten debuteren. Het duel eindigt in 0-0, met als uitblinker de onpasseerbare Buffon, die na afloop volop wordt geloofd in de Italiaanse media. Fabio Capello spreekt zijn bewondering uit voor de ervarenheid waarmee tiener Buffon al lijkt te keepen en de Gazzetta dello Sport heeft het over het debuut van een toekomstig wereldkampioen. Het is een mooi begin van een nog mooiere carrière – en Buffon wordt in 2006 inderdaad wereldkampioen. Vanavond staat hij voor zijn duizendste wedstrijd in zijn loopbaan.

Het is een loopbaan waarin Buffon door de jaren heen het nodige respect opbouwt. Gigi – zoals de keeper liefkozend wordt genoemd – is een gentleman. Wanneer Juventus in 2006 als gevolg van het Calciopoli-schandaal naar de Serie B wordt teruggezet, blijft Buffon de Oude Dame trouw. De clubliefde wordt beloond. Juventus promoveert direct en keert terug op het allerhoogste niveau. De trouwe Buffon onderschrijft zijn status als publiekslieveling en elf jaar later is hij dat nog steeds. De keeper is nog altijd actief voor de recordkampioen en is op weg naar zijn zesde landstitel op een rij. Gigi verdedigt de palen met verve.

Dat doet Gigi sinds 2002 ook als eerste doelman van het Italiaanse nationale elftal. Met de Azzurri boekt Buffon zijn grootste succes. De doelman is nagenoeg onpasseerbaar wanneer Italië in 2006 wereldkampioen wordt. In acht duels wordt hij maar twee keer gepasseerd, al blinkt de hele Italiaanse defensie uit, want een paar maanden later wordt Fabio Cannavaro tot wereldvoetballer van het jaar uitgeroepen. Een prijs waarin het aandeel van Buffon niet te onderschatten valt.

Bij terugkomst in Italië komt wereldkampioen Buffon voor Juventus uit in de Serie B. Waar Juventus op dat moment (en nog altijd) in de helft van Italië wordt gehaat, is Buffon een van de weinige spelers die de rivaliteit ontstijgt. Gigi is niet alleen de trots van Turijn, Gigi is de trots van heel Italië. In de Italiaanse stadions klinkt applaus. Het is het resultaat van het WK 2006.

Tien jaar later is het alsof er niets is veranderd. Buffon – inmiddels 39 – behoort nog altijd tot de beste keepers ter wereld. Het is het gevolg van het vakmanschap waarmee de goalie zijn beroep uitoefent. De professionaliteit oogst respect. In de vijandige Italiaanse stadions wordt Juventus steevast uitgefloten en uitgekotst. Eén speler ontspringt vaak de dans: Gianluigi Buffon.

Vanavond neemt Buffon het met Italië op tegen Albanië. Voorafgaand aan de interlands van Italië klinkt steevast het Fratelli d’Italia. Zo ook vanavond in Palermo, waar Buffon voor de duizendste keer in zijn leven aan de aftrap van een professionele voetbalwedstrijd verschijnt. Net zoals altijd zal Buffon uit volle borst meezingen. Het is te hopen dat dit tafereel zich nog jaren herhaalt.

Hoe Atalanta succes boekt met Cruijffs ideeën

Emilio Andreoli via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 19 februari 2017 bij Catenaccio.

Begin januari startte Atalanta Bergamo het Serie A-duel met Sampdoria met twee zeventienjarigen in de basis. Dat is uitzonderlijk, maar bij Atalanta geen verrassing meer. Hun jeugdopleiding staat bekend als een van de beste van Italië, waar wordt gewerkt zoals wijlen Johan Cruijff het graag bij Ajax had gezien. De Onder-15 en -17 werden afgelopen zomer landskampioen, het eerste staat vijfde met vijf zelf opgeleide spelers in de selectie en de nerazzurri verkochten afgelopen transferperiode voor liefst vijftig miljoen euro aan jeugdexponenten. Middenvelder Roberto Gagliardini trok naar Inter, terwijl verdediger Mattia Caldara vanaf medio 2018 het shirt van Juventus aantrekt. Het is het resultaat van de Methode Atalanta , gelijkend naar de ideeën van Cruijff en al jaren in de praktijk gebracht door de Italiaanse middenmoter.

Hoe ziet dat er dan uit? Bij Atalanta ligt de focus volledig op de eigen jeugdopleiding. Vanaf het moment dat een jeugdspeler in de opleiding instroomt, wordt alles in werking gesteld om hem zo goed mogelijk voor het eigen eerste elftal klaar te stomen. Dit gebeurt volgens drie pijlers die vergelijkbaar zijn met de methode-Cruijff. Dat zijn scouting op identiteit, Individuele training van karakter en vaardigheden en het aanstellen van specialisten.

Scouting op identiteit

“Wanneer we een speler selecteren kijken we evenveel naar het karakter als naar de technische eigenschappen. Het voetbal van tegenwoordig kent een hoog tempo en een langzame speler zal het altijd moeilijk hebben zich hieraan aan te passen. Daarom moet een jonge speler snel van geest én snel van benen zijn. Techniek en snelheid zijn twee essentiële eigenschappen.” (Maurizio Costanzi, hoofd jeugdopleiding Atalanta)

Wanneer er in het ziekenhuis van Bergamo een baby wordt geboren, dan staat hij direct op de radar van de plaatselijke voetbalclub. Sinds het najaar van 2010 doet het bestuur van Atalanta – momenteel zesde in de Italiaanse Serie A – namelijk een voetbalshirt cadeau aan elke pasgeborene in de regio. Met het gebaar wordt een band met het achterland gecreëerd, om hier later de vruchten van te plukken. Dit doet de derde voetbalclub van Lombardije dan ook graag. Een voorbeeld is Andrea Conti – de concurrent van Hans Hateboer op de rechtshalf positie – werd op jonge leeftijd opgepikt bij een amateurclub in Lecco, een stad gelegen in de nabijheid van Bergamo. Atalanta heeft zo een verbond met het merendeel van de voetbalclubs in de regio. Slim, want Inter en Milan – beide gevestigd in het nabijgelegen Milaan – vissen uit dezelfde vijver. Wanneer een voetballertje uitblinkt op de amateurvelden, wordt Atalanta direct ingeschakeld en krijgt het een eerste optie op de desbetreffende jongeling. In ruil hiervoor organiseert het bestuur van de nerazzurri clinics, verzorgt het de voetbalkleding en betaalt het de Bergamese jeugdclubs ieder twaalf- tot veertienduizend euro.

Atalanta’s jeugdopleiding bestaat uit ongeveer 300 spelers. Hiervan komt meer dan negentig procent uit de regio Bergamo. Waar er voorheen enkel in Italië naar spelers werd gekeken, breidde de jeugdscouting zich in de afgelopen jaren uit naar Afrika. Met succes. Dit seizoen brak er met Franck Kessiè (20) een Ivoriaanse speler door, terwijl ook Emmanuele Latte Lath (18, Ivoorkust) zijn debuut voor Atalanta maakte. Hoofd jeugdopleiding Maurizio Costanzi beaamt: “Afrika heeft een enorm potentieel, wat inhoudt dat het de toekomst van het voetbal kan zijn. Ook in genetisch opzicht heeft een Afrikaanse atleet vaak enkele voordelen boven een speler uit een ander continent.”

Het merendeel van de scouting vindt echter nog altijd plaats in Italië. Om een speler zo goed mogelijk te beoordelen heeft het bestuur van de nerazzurri zestig observeerders aangesteld. Deze scouts zijn niet per se in dienst bij de Italiaanse club. Een observeerder kan ook een jeugdtrainer bij een amateurclub in de buurt zijn. Wordt een speler getipt door een observeerder, dan worden de betaalde scouts ingeschakeld.

In dit proces worden de jongelingen tussen hun zevende en twaalfde levensjaar intensief gescout op hun balbehandeling en (vooral) op het gedrag. Breed gedragen normen en waarden zijn immers essentieel zijn in de jeugdopleiding van het Italiaanse Atalanta. Heeft een voetballer een uitstekend balgevoel, maar is het gedrag op het veld slecht, dan valt hij af.

Een voorbeeld is Mario Balotelli. Toen de huidige spits van OGC Nice dertien was, werkte hij een stage af bij Atalanta. Tijdens een van de oefenpartijtjes reageerde Balotelli echter erg fel op de scheidsrechter van dienst. Voetballend speelde de Italiaanse aanvaller iedereen weg. Omdat persoonlijkheid een essentiële eigenschap in de jeugdopleiding van Atalanta is, werd Balotelli op basis van zijn arrogante en onrustige houding echter afgewezen. Hij kwam uiteindelijk in de jeugdopleiding van Inter terecht. Toenmalig hoofd jeugdopleiding van Atalanta Mino Favini beaamt : “Iemand met goede manieren is immers sneller bereid om ons type training te accepteren.”

Karakter en cultuur kweken

“Wat het moeilijkste aan het voetbal anno 2016 is? Het opvoeden van de spelers. En dan bedoel ik ook het vormen van eigenschappen als opofferingsgezindheid voor het team. Het laten voelen dat niet alles van anderen moet komen, maar vooral uit jezelf.” (Maurizio Costanzi, hoofd jeugdopleiding Atalanta)

Wanneer een speler wordt beoordeeld en Atalanta hem wél besluit aan te nemen, dan komt hij in de jeugdopleiding terecht. Vanaf dat moment wordt een speler opgeleid voor het eerste elftal van de nerazzurri. Om een speler hiervan bewust te maken, ligt de focus in de eerste jaren van de jeugdopleiding (naast het trainen van de balbehandeling) nog steeds vooral op het vormen van het karakter. Tot de Onder-12-elftallen zijn trainers van Atalanta vooral docenten. De focus ligt niet op het voetbal, maar op het opvoeden van de voetballertjes. Elke speler in de jeugdopleiding van Atalanta krijgt individuele training en wordt in dit proces persoonlijk begeleid door één psycholoog en door drie docenten.

De psycholoog volgt de persoonlijke ontwikkeling, waarbij jeugdspelers om de drie maanden bij de specialist op bezoek gaan. Tijdens deze gesprekken wordt de persoonlijke gemoedstoestand van de jeugdspeler bekeken. Om het maximale uit de jeugdspeler te halen is het immers van belang dat degene zich op de jeugdopleiding thuis voelt en zich aan de normen en waarden van de club aan kan passen.

De drie aangestelde tutoren houden het proces op school in de gaten. Jeugdspelers uit de regio gaan in de buurt van trainingscomplex Zingonia naar school. Jeugdspelers van verder worden voor een kostschool ingeschreven, waar kennis wordt gemaakt met de plaatselijke cultuur. In dit proces worden de behaalde schoolcijfers bekeken. Lukt het een speler niet om zowel óp als naast het veld te presteren, dan is het einde verhaal.

Om afwijkend gedrag uit te bannen, straft Atalanta haar spelers bij excessief gedrag dan ook zwaar. Toen Alberto Grassi – momenteel lid van de eerste selectie – zich in zijn tijd bij de Primavera (Onder-21) racistisch over een tegenstander uitliet en uit het veld werd gestuurd, wachtte het bestuur van de nerazzurri de straf van de Italiaanse voetbalbond niet af. Grassi werd tijdelijk uit het elftal gezet en diende zich voor straf enkele maanden één keer per week bij te plaatselijke kerk te melden om de pastoor te helpen. Als klap op de vuurpijl verplichtte Atalanta de jeugdspeler een bezoek te brengen aan een Ghanese man in het ziekenhuis. Alles om de speler in het vervolg in het gareel te houden.

Indien Atalanta besluit een voetballer aan een andere club uit te lenen, dan verwacht de club dan ook dat de desbetreffende speler de ethische code elders doorzet. Mino Favini: “Wanneer we iemand verhuren en de desbetreffende club me opbelt om te zeggen dat de speler in kwestie zich goed gedraagt, dan levert me dit me de meeste tevredenheid op.”

Hoe spelers beter worden

“De prestaties zijn aan onze hele jeugdopleiding toe te schrijven. In dit proces zijn vooral trainers, maar ook mensen uit alle andere delen van de club betrokken. De scouting is hierin enorm belangrijk en de basis waar vanuit we altijd beginnen. Desondanks is de jeugdopleiding het werk van een groep, die volledige betrokkenheid van iedereen vereist.” (Maurizio Costanzi, hoofd jeugdopleiding Atalanta)

In de oudere jeugdteams ligt de focus wél op het veld. Elke jeugdspeler wordt een persoonlijk schema aangemeten. Dit schema verandert iedere drie maanden, waarbij er aandacht is voor de persoonlijke ontwikkeling van de speler. Teamtraining is van ondergeschikt belang. In dit proces probeert Atalanta de jongeling dus (nog steeds) zo individueel mogelijk te begeleiden.

Tot het veertiende levensjaar krijgen de jeugdspelers géén vaste positie op het veld toegewezen. Dit betekent dat alle facetten van het voetbal aan bod komen. Ambieert een twaalfjarige jeugdspeler een carrière als spits, maar heeft hij moeite met verdedigen, dan wordt er in zijn persoonlijke trainingsschema toch vooral plek ingeruimd voor defensieve training.

Op dat moment is tactische training nog niet aan de orde. Tot de Onder 15-ploeg wordt er vooral met de bal getraind. Hierbij wordt vooral getraind op het ontwikkelen van de techniek. Voormalig hoofd jeugdopleiding Mino Favini: “Het vroeg beginnen van het trainen van de techniek is in mijn ogen een van de belangrijkste zaken in het voetbal. Barcelona voert deze trainingsmethode waanzinnig goed uit, waarmee ze nog altijd hoge ogen gooien. Het is de methode waarin ik altijd heb geloofd.”

Spelers worden niét opgeleid om al in de jeugd om prijzen te strijden. Later – wanneer het eerste elftal al in zicht is – beginnen de jeugdploegen pas met het trainen op het gebruiken van diverse formaties. Dit gebeurt wél in groepsverband. Deze trainingen vinden plaats op Zingonia, het hypermoderne trainingscomplex waar enkele jaren geleden nog voor tien miljoen euro aan werd verbouwd.

Hoewel Atalanta’s Onder-15 en Onder-17 afgelopen seizoen algeheel Italiaans kampioen werden, beweert het bestuur van de nerazzurri in de jeugdopleiding niets om resultaten te geven. Spelers worden opgeleid voor het eerste elftal. Spelers worden niét opgeleid om al in de jeugd om prijzen te strijden. Het is een filosofisch aspect dat van Ajax is afgekeken, beaamt ex-hoofd jeugdopleiding Mino Favini: “De manier van opleiden van Ajax is een voorbeeld. In de jeugd geeft men daar niets om resultaten op het veld. Men is enkel geïnteresseerd in het opleiden van de spelers, en hen te laten zien hoe te voetballen.” Winnen is in Bergamo niet belangrijk. Persoonlijke progressie des te meer. Om dit te bewerkstelligen maakt Atalanta gebruik van een team specialisten.

Jeugdteams worden in het ontwikkelingsproces meestal getraind door ex-spelers met een verleden bij Atalanta. Deze trainers kennen de clubcultuur en worden in staat geacht deze breed gedragen normen en waarden op de jeugdspelers over te brengen. Ook hierin deed de jeugdopleiding inspiratie op uit het model van Ajax: “Of we ons inspireren uit andere jeugdopleidingen? Elke periode kent zijn eigen modellen. Er is een tijd waarin Ajax de klok sloeg, daarna was het aan Portugal en daarna leidden Spaanse ploegen het best op. Ik denk dat we er goed aan doen uit elk van deze modellen wat inspiratie op te doen, zonder iets letterlijk te kopiëren.”

Bij Atalanta worden de meeste jeugdploegen geleid door een trainer met een verleden bij de club, omdat zij goed in staat zijn de professionele cultuur van de club op de spelers over te brengen. Hoewel het boven alles belangrijk is om een speler individueel beter te maken is de clubcultuur hierin nog altijd leidend, aldus hoofdtrainer Gian Piero Gasperini : “We krijgen dit alles voor elkaar omdat de club serieuze en structurele plannen heeft. De fans zijn fanatiek en ik heb al enkele interessante spelers in de jeugdteams gezien. Het project is enorm gericht op spelers uit de eigen jeugdopleiding. Bovendien worden de banden met de regio aangehaald. Atalanta lijkt in deze op Athletic Bilbao, maar dan iets minder overdreven. Wanneer een jeugdspeler goed is, maar niet met een Bergamees accent spreek, dan nemen we hem natuurlijk net zo goed aan.”

Waar Ajax in 2015 definitief van het Plan Cruijf afstapte, blijkt de soortgelijke Methode Atalanta te werken. De club verkocht de afgelopen transferperiode al voor vijftig miljoen euro en staat met enkele jeugdexponenten in de basis op een vijfde plek in de Serie A. Het verbaast ex-hoofd jeugdopleiding Mino Favini niets: “De jongens van Atalanta hoofdrolspelers in de Serie A? Dat komt niet als een verrassing. Sterker nog, in de nabije toekomst zullen er nog meer toptalenten debuteren.”

Tijd voor De Boers sabbatical

Marco Bertorello/AFP via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 1 november 2016 bij AjaxLife.

Frank de Boer is niet langer manager van Inter. Waar De Boer het als trainer van Ajax 5,5 jaar volhield, duurt zijn dienstperiode in Milaan een stuk korter. Na 85 dagen is het verhaal klaar en wordt de Nederlander ontslagen als trainer van de nerazzurri. Een kleine reconstructie.

Wanneer De Boer na seizoen 2015/2016 besluit Ajax te verlaten, laat hij weten het nemen van een sabbatical geen gek idee te vinden. Even geen kritische supportersschare. Even geen druk vanuit het bestuur. En bovenal, even geen kritiek vanuit de media. Het loopt volledig anders. Nog geen vier maanden na zijn vertrek bij Ajax wordt De Boer aangesteld als manager van Inter, een club waar het – net als in Amsterdam – nooit rustig is en altijd stormt.

De bijnaam van de het zwartblauwe vlaggenschip uit Milaan luidt dan ook ‘Pazza Inter’, wat vrij vertaald ‘Gek Inter’ betekent. Er gebeurt altijd wat bij de club waar ook ex-Ajacieden als Christian Chivu, Aron Winter en Wesley Sneijder furore maakten. Vaak wordt er met geld gesmeten. Vaak heeft de club te maken met bestuurlijke chaos. Vaak kent de club periodes van sportieve droogte.

En sportief valt het de afgelopen jaren tegen. Inter won sinds 2011 geen prijs meer. In het seizoen 2012/2013 eindigt de club zelfs op een historisch slechte negende plek. Anno 2016 is de sportieve druk dan ook immens. Dat de grootste sportkrant van het land – de Gazzetta dello Sport – in Milaan is gevestigd, werkt hier vaak niet aan mee.

Valt Inter in het weekeinde tegen, dan wijdt La Rosa haar voorpagina aan de Milanese misère. Draait het niet bij Inter, dan staat de manager, net als bij veel clubs in Italië, al snel onder immense druk. De Telegraaf is er niets bij.

Sinds 2010 slijt Inter liefst (inclusief De Boer) acht trainers. Namen als Rafael Benitez, Claudio Ranieri en Roberto Mancini branden hun handen aan het project. Gian Piero Gasperini spant echter de kroon. Met drie oude en slome verdedigers poogt de manager er een 3-4-3-opstelling in te slijpen. Het lukt niet. Na vier nederlagen en één gelijkspel in vijf wedstrijden wordt Gasperini al ontslagen.

Enkele jaren later wordt ook De Boer weggestuurd. In veertien duels als manager van Inter weet De Boer maar zeven keer te winnen. De omschakeling van het defensieve spel van Mancini naar het aanvallend ingestelde voetbal van De Boer blijkt te groot. De spelers hebben moeite met het spel dat de Nederlandse trainer voor ogen heeft en de tactiek wordt er niet ingeslepen. Mogelijke reden: De Boer wordt pas twee weken voor de seizoenstart aangesteld. De tactische aanpassingen hebben tijd nodig.

Deze tijd krijgt de manager echter niet. Al vanaf de eerste wedstrijd van het seizoen wordt het spel van Inter gekraakt. Als de nerazzuri het op 18 september opnemen tegen Juventus, staat De Boer dan ook al vol onder druk. Hij heeft het roer op dat moment pas vier wedstrijden in handen. Inter wint met 2-1 van aartsrivaal Juve en de baan van De Boer is gered. Voor even.

De overwinning op Juventus krijgt namelijk geen vervolg. In de tien volgende duels wint Inter maar vier keer. Met de tactiek van De Boer wordt opgebouwd via de vleugels, maar wanneer de backs de bal voorslingeren staat er vaak niemand voor het doel.

Middenvelders als Ever Banega en Joao Mario komen in de tactiek niet tot hun recht. Bovendien laat de Interdefensie té vaak een steek vallen. De gekozen tactiek blijkt simpelweg niet te werken en de trainer weigert zich aan te passen. De Nederlander vraagt nog steeds om meer tijd, maar lijkt zich niet te realiseren dat die er niet is. Vrij naïef.

De club is in de zomer namelijk overgenomen door een Chinese groep investeerders. Onder de noemer Suning laat de groep weten te streven naar succes op de korte termijn. Met De Boer kiest de club voor een heuse cultuuromslag. Het vraagt om spectaculair voetbal. De defensieve opstelling onder Mancini dient verleden tijd te zijn. De Boer denkt dit in korte tijd te bewerkstelligen. Bij Ajax werd hij toch ook aangesteld in een periode dat het een grote rommel was?

De Boer onderschat de situatie bij Inter echter. De spelers zijn niet fit en Mancini heeft de selectie in een matige staat achtergelaten. Na enkele investeringen is het basiselftal goed. Met spelers als Andrea Ranocchia en Felipe Melo komt de tweede garnituur veel tekort. Bovendien lijkt De Boer zich bij zijn benoeming niet te realiseren hoe groot de macht van de Italiaanse media is.

Direct na zijn aanstelling wordt de trainer verguisd door kranten als de Gazzetta dello Sport en de Corrierre dello Sport. Alles komt op het bordje van de Nederlandse manager. De kranten moeten immers vol en De Boer is geen Italiaan. Hij is een makkelijk slachtoffer. Zeker omdat de prestaties op het veld tegenvallen en Inter blijft verliezen. Het is een kwestie van tijd voordat De Boer wordt ontslagen.

Dit gebeurt uiteindelijk na een nederlaag op bezoek bij Sampdoria. Inter verliest met 1-0 en het spel is hopeloos. Bovendien is de inzet van de spelers minimaal en weigert aanvaller Eder na een wissel de hand van De Boer. Voor de Chinese investeerders is dit een signaal.

85 dagen na zijn aanstelling wordt De Boer ontslagen. Een avontuur rijker. Een illusie armer. Tijd voor een sabbatical.

Hoe het droomkoppel Bergkamp-Jonk mislukte bij Inter

Jonk waarschuwt PSV: "Inter dwong dat geluk wel af" | Goal.com

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 10 juli 2016 bij Vice Sports.

Wim Jonk neemt de bal aan en draait open. De Nederlandse spelverdeler heeft aan één snelle blik genoeg om vijftig meter verderop zijn maatje Dennis Bergkamp vrij te zien staan. Er ligt ruimte achter de Roemeense verdediging. Met een curvepass legt Jonk de bal perfect neer tussen drie verdedigers van Rapid Boekarest. Bergkamp is ondertussen de diepte in gesprint, komt bij de bal en wipt hem met de binnenkant van zijn rechtervoet over keeper Leontin Toader heen. Doelpunt. Hattrick Bergkamp, zijn enige in dienst van Internazionale. Het is een van de weinige keren dat het duo Bergkamp/Jonk tot wasdom komt in Italië.

Italiaanse en Nederlandse media zijn er in februari 1993 heilig van overtuigd dat Bergkamp voor een overstap van Ajax naar Juventus staat. Journalist Rob Fleur, destijds in dienst van Het Parool, denkt een flinke primeur in huis te hebben. Op 15 februari schrijft hij in chocoladeletters: “Bergkamp naar Juventus voor 40 miljoen”. Maar Fleur zit er helemaal naast. De Nederlandse aanvaller verkiest Inter boven recordkampioen Juventus. Eerder wees de eigenwijze Bergkamp al het Barcelona van Johan Cruijff en het Milan van Fabio Capello af. Reden: hij wil niet in de voetsporen van succesvolle landgenoten als Ronald Koeman, Ruud Gullit en Marco van Basten treden. Bergkamp wil zijn eigen route naar de top uitstippelen.

Juventus wordt om een andere reden afgewezen. Het liefst blijft Bergkamp namelijk samen voetballen met zijn maatje Jonk, die op het veld bij Ajax en Oranje zowel zijn linker- als rechterhand is. De woordencombinatie “assist Jonk, doelpunt Bergkamp” staat na een duel van Oranje of Ajax regelmatig in een wedstrijdverslag. De twee zijn onafscheidelijk, maar Juventus laat weten Jonk niet nodig te hebben, dus Bergkamp laat weten Juventus niet nodig te hebben. Inter hapt wél toe. Voor een gecombineerde transfersom van om en nabij de 40 miljard lire (ongeveer 21 miljoen euro) maken Bergkamp (23) en Jonk (26) in de zomer van 1993 samen de overstap van Ajax naar het ambitieuze Inter.

De verwachtingen in Milaan zijn hooggespannen als de twee Nederlanders bij Inter tekenen. Het bestuur van Inter wil dat hoofdtrainer Osvaldo Bagnoli via fris en aanvallend voetbal zorgt dat de club weer eens mee gaat doen om de titel. De komst van Bergkamp en Jonk moet helpen deze plannen te realiseren. Tijdens de contractonderhandelingen belooft het bestuur van Inter aan Bergkamp en Jonk dat Bagnoli afziet van de verdedigende speelstijl waarmee hij Verona in 1985 kampioen van Italië maakte, en waarmee hij Genoa in 1992 naar de halve finale van de UEFA Cup leidde. Overigens werd Genoa dat seizoen in de halve finale van de UEFA Cup uitgerekend uitgeschakeld door Ajax, waar Bergkamp en Jonk toen nog speelden. Bergkamp scoorde een keer in de dubbele confrontatie met Genoa, uiteraard na een rebound van een schot van Jonk.

Bagnoli kan bij Inter niet goed overweg met het hechte duo Bergkamp/Jonk. Hij lijkt als trainer ook niet achter de komst van de Ajacieden te hebben gestaan. Jaren later, in 2013, vraagt een interviewer hem naar de komst van Bergkamp en Jonk. “Ik was niet een hoofdtrainer die zijn wens voor bepaalde spelers opdrong bij de directie,” aldus het veelzeggende antwoord van Bagnoli. Dat Bergkamp en Jonk de Italiaanse taal niet onder de knie krijgen, helpt natuurlijk ook niet in de communicatie met de trainers, medespelers en media. Als klap op de vuurpijl lukt het Bagnoli niet om aanvallend voetbal in te slijpen. De Italiaanse drang naar defensief voetbal blijkt te sterk. Ondanks de afspraken met Bergkamp en Jonk, schakelt Bagnoli al snel terug naar een defensieve 5-3-2-formatie. In de nieuwe opstelling is Jonk (door Bagnoli ‘Il Gionk’ genoemd) de meest aanvallende middenvelder. Bergkamp vormt een aanvalsduo samen met de grillige Uruguayaan Ruben Sosa.

Sosa – in het seizoen 1992/93 met twintig doelpunten clubtopscorer van Inter – vindt het maar niks dat hij de spitspositie nu moet delen met Bergkamp. Vanaf dag één liggen Bergkamp en de Uruguayaan overhoop. Inter draait dat seizoen dramatisch. De nerazzurri eindigen in de Serie A slechts een punt boven de degradatiestreep. Toch lukt het Sosa zestien keer te scoren. De Uruguayaan groeit uit tot publiekslieveling. Bergkamp scoort maar acht keer en is minder geliefd. In de UEFA Cup is hij beter op dreef. Bergkamp wordt met acht doelpunten topscorer van het toernooi en Inter bereikt de finale. Maar Sosa legt aan de vooravond van de UEFA Cup-finale tegen Austria Salzburg een bom onder het aanvalsduo.

 “Zowel binnen als buiten het veld is er geen samenwerking tussen mij en Bergkamp,” zegt Sosa. “Bergkamp is vaak egoïstisch. Hij passt me de bal nooit. Soms lijkt alsof hij me bewust over het hoofd ziet.” Pas veel later, in 2011, reageert Bergkamp in een interview met Four Four Two: “Bij Inter had ik met niemand problemen. Wel ben ik teleurgesteld in Ruben Sosa; we hadden meer uit elkaar kunnen halen. (..) Op het veld klikten we niet. Daarbuiten hadden we geen problemen met elkaar.”

Ondanks de belabberde samenwerking vormen Bergkamp en Sosa tijdens de dubbele UEFA Cup-finale van 1994 tweemaal de voorhoede van Inter. Het valsgestemde duo komt niet tot scoren. Jonk wél. Inter wint de UEFA Cup ten koste van Austria Salzburg. Het binnen de landsgrenzen dramatisch verlopen seizoen krijgt dankzij de UEFA Cup toch nog een beetje glans, maar er verandert niks voor Bergkamp en Jonk. Het dieptepunt wordt bereikt in het volgende seizoen, wanneer kwaliteitskrant La Repubblica haar rubriek voor slechtste speler van de week omdoopt tot ‘Bergkamp della settimana’ – Bergkamp van de week. De spits wordt weggeschreven door de media, die hem bestempelen als koel, arrogant en een volledige teleurstelling.

Met hangende pootjes houden Bergkamp en Jonk het na twee seizoenen Inter voor gezien. Noodgedwongen scheiden hun wegen. Jonk wordt verkocht aan PSV, Bergkamp trekt naar Arsenal. Inter is blij met de verkoop. Eigenaar Massimo Moratti laat na de afgesloten onderhandelingen aan Arsenal-manager Bruce Riouch weten dat hij “blij mag zijn als Bergkamp in zijn periode in Engeland tien keer voor hem scoort”. En scoren doet Bergkamp. In Londen groeit de non-flying Dutchman uit tot een van de grootste iconen van Arsenal, voordat hij in 2006 zijn carrière beëindigt. Jonk hangt zijn kicksen vijf seizoenen eerder aan de wilgen. Bij Inter zijn ze het duo dan al lang vergeten.

Ciro leeft!

Paolo Bruno via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 15 april 2015 bij Staantribune.

Met een 1 overwinning op Napoli boekte AS Roma op 4 april haar eerste thuiszege sinds 29 november 2014. Hoewel de Giallorossi met het verslaan van een directe concurrent een mooie stap in de richting van Champions League-kwalificatie zetten, werd de wedstrijd overschaduwd door het gedrag van de Romeinse aanhang. Met diverse spandoeken, waaronder een met de tekst “Treurig: geld slaan uit iemands dood met boeken en interviews”, liet de Curva Sud zich immers zeer negatief uit over de moeder van Ciro Esposito, een Napoli-supporter die voorafgaand aan de bekerfinale van vorig seizoen werd vermoord. Vermoedelijke dader: Roma-ultra Daniele De Santis.

Met de finale van Coppa Italia tussen Fiorentina en Napoli wordt Rome, waar sinds jaar en dag de bekerfinale wordt gehouden, begin mei 2014 overspoeld met voetbalfans. Ook Ciro Esposito (29) reist met een aantal Napolitani af naar Stadio Olimpico. Wanneer de groep supporters het stadion nadert, worden zij bekogeld met enkele rookbommen. Volgens een onderzoek van de Italiaanse veiligheidsdienst handelt de waarschijnlijke dader Daniele De Santis (48) alleen en is hij er alleen op uit de Napolitaanse fans te provoceren. Dat lukt hem.

Nadat De Santis de rookbommen afvuurt en een reactie ontlokt, rent hij weg. Achtervolgd door met ijzeren stokken bewapende Napolitanen probeert de Romein weg te komen. In deze vlucht gaat De Santis, ex-leider van de ultras van Roma en mede-verantwoordelijke voor het staken van de Romeinse derby van 2001, echter onderuit. Tegelijkertijd schreeuwt hij: “Nu vermoord ik jullie allemaal.” Volgens de Italiaanse veiligheidsdienst trekt de Roma-ultra vervolgens zijn pistool en lost hij vier schoten. Dat er geen vijfde, zesde en zevende schot klinkt, ligt niet aan de schutter, maar aan het blokkerende wapen. Op dat moment zijn er al drie Napolitanen geraakt. Een supporter, Ciro Esposito, overleeft de aanval niet en sterft anderhalve maand later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.De gevolgen van de ongeregeldheden zijn groot. Zo wordt de finale van de Coppa Italia met 45 minuten uitgesteld, dreigen Napolitaanse ultras wraak te nemen en, bovenal, verliest het Napolitaanse Scampia met Esposito een van haar zoons. De Santis, die ook gewond raakt, weet te te ontkomen en belandt zwaargewond in het ziekenhuis. De volgende dag wordt de Romanista in hechtenis genomen.

Hoewel De Santis al maanden geleden toegaf de trekker te hebben overgehaald, is het proces nog steeds niet begonnen. Desondanks is er tot op de dag van vandaag volop aandacht voor de dood van de Napoli-supporter. Antonella Leardi, moeder van Esposito, richtte zelfs een goed doel op, met als naam ‘Ciro Vive’ (Ciro Leeft).Om zoveel mogelijk geld in te zamelen om het verhaal van haar zoon te kunnen vertellen, zoekt Leardi vaak de media op en schrijft ze een boek. Dit tot irritatie van de harde kern van AS Roma. Tijdens het duel met Napoli op 4 april, tonen de ultras diverse provocerende spandoeken, met teksten als: “Treurig: geld slaan uit iemands dood met boeken en interviews. Komt er nu ook een film?”, “Er zijn mensen die huilen na het verlies van een zoon. U slaat er een slaatje uit” en “Daniele (De Santis, red.) is met ons”. Na een felle reactie  van politici distantieert het bestuur van Roma zich al snel van de provocerende teksten. Desondanks wordt de Curva Sud voor slechts één wedstrijd gesloten en legt de Italiaanse voetbalbond de Giallorossi een magere boete op.

Het politieonderzoek naar de dood van Ciro Esposito is nagenoeg afgerond. De vermoedelijke dader Daniele De Santis zal dan ook snel worden berecht en kan een lange straf tegemoet zien. Napels en Rome kijken mee. ‘De Engel van Scampia’ mag dan al maanden geleden zijn begraven, nog steeds werpt zijn geest een schaduw over het Italiaanse voetbal. Ciro leeft. Misschien wel meer dan ooit.

Il Derby della Capitale

TIziana Fabi/AFP via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 9 januari 2015 bij Staantribune.

26 mei 2013. De bekerfinale tussen AS Roma en Lazio is 71 minuten onderweg als een van richting veranderde voorzet van Lazio-rechtsvoor Antonio Candreva voor de voeten van Senad Lulić terechtkomt. Doordat Roma-verdediger Marquinhos volledig aan de bal voorbijgaat, kan de Bosniër hem voor een leeg doel intikken, 1-0 voor Lazio. De laziali winnen de Coppa Italia en Lulic is de held. Dat Lazio uitgerekend aartsrivaal Roma in de finale verslaat, maakt de bekerwinst voor de biancocelesti dubbel zo mooi.

‘Il Derby della Capitale’ is de wedstrijd tussen S.S. Lazio en AS Roma. Beide ploegen werken hun thuiswedstrijden normaliter af in het Stadio Olimpico. Wanneer de clubs het tegen elkaar opnemen, wordt het stadion verdeeld. Het zuidelijke gedeelte van het Olimpico wordt dan bezet door romanisti, terwijl het noordelijke deel voor de Laziale is. De scheidslijn tussen beide supportersscharen wordt bezet door bewapende politieagenten, die de vrede in de arena moeten waarborgen. Zo ook aanstaande zondag, wanneer beide rivalen het voor de 142e keer in de historie van de Serie A tegen elkaar opnemen.

De rivaliteit tussen Roma en Lazio vindt zijn oorsprong in de jaren ’20. Wanneer president Benito Mussolini opdracht geeft alle Romeinse voetbalteams samen te voegen om de hoofdstad één sterk front tegen het rijkere zuiden te laten vormen, is Lazio de enige club die tegenstribbelt. Met dank aan Adolfo Vaccaro, generaal in het Italiaanse leger en lid van Lazio, komen de biancocelesti onder de fusie uit. FBC Roma, Pro Roma en Alba Audace fuseren wél. Waar er voorheen vier grote ploegen om Rome streden, zijn dit er vanaf 1927 slechts twee: AS Roma en Lazio.

Vanaf het moment dat Roma wordt opgericht, claimen de laziali de hoofdstad. In hun ogen is Lazio (opgericht in 1900) de oudste en enige authentieke Romeinse club. Bovendien zouden de biancocelesti het voetbal naar Rome hebben gebracht. De romanisti counteren met het feit dat één van de drie gefuseerde clubs waaruit AS Roma ontstond al in 1899 werd opgericht. Waarom zou Lazio daarnaast het blauw en wit van de Grieken als clubkleuren dragen, terwijl rood en geel de stadskleuren van Rome zijn? En waarom is Lazio vernoemd naar de regio, in plaats van naar de stad? De romanisti beweren dan ook dat AS Roma, met rood en geel als clubkleuren en Roma als officiële Italiaanse naam, de enige écht Romeinse club is.

Oorspronkelijk wonen de meeste supporters van Lazio buiten Rome, terwijl de meeste romanisti om en rond het historische stadscentrum te vinden zijn. Wanneer een speler van Roma in het centrum een boodschap doet, kan hij dit niet zonder zichzelf te bewapenen met een pet en een zonnebril. Doet een speler van Lazio op precies hetzelfde punt een aankoop, is de kans kleiner dat hij wordt herkend. De romanisti refereren op spandoeken dan ook vaak aan de laziali door ‘burini’, provinciale boeren, te gebruiken: “Laziale, je bent geen echte Romein, maar niks meer dan een provinciale boer”.

Hoewel de Serie A diverse derby’s kent, staat het duel tussen de giallorossi en de biancocelesti bekend als de meest gespannen en gewelddadige tweestrijd van Italië. De aanhangers van AS Roma waren lange tijd veelal politiek linksgeoriënteerd, terwijl een groot deel van de fanatieke supporters van Lazio rechtse sympathieën heeft. Dat was van oudsher de voornaamste reden dat de Romeinse derby garant stond voor geweld, racisme en antisemitisme. De politieke verschillen tussen beiden clubs vervaagden in de jaren ’90 toen ook de supporters van Roma rechtse sympathieën begonnen te krijgen. Maar de twee supportersgroepen bleven elkaar intens haten. Als de derby van Rome op het programma staat, gaat het dan ook dikwijls mis.

Zo ging het in 1979 hopeloos verkeerd toen een door een romanista afgeschoten vuurpijl in het Lazio-vak terecht kwam. De pijl ontplofte in het gezicht van Laziale Vincenzo Paparelli. Met een bloedend gat in het gezicht werd de vader van twee kinderen afgevoerd naar het ziekenhuis. Paparelli, pas 33 jaar oud, overleed in de ambulance. Hij was de eerste dode door supportersgeweld in Italië. Een dader werd nooit gevonden.

Ook in 2004 ging het mis toen de derby werd gestaakt nadat enkele ultras van Roma het veld bestormden en eisten dat het duel werd stilgelegd. Als dit niet zou gebeuren, zouden de tifosi het stadion overnemen en de spelers van beide ploegen wat proberen aan te doen, dreigden ze. Reden voor de dreigementen: het gerucht dat er buiten het stadion een tienersupporter was overleden na te zijn overreden door een politieauto. Hoewel de Romeinse politie snel reageerde en via de stadionspeakers liet omroepen dat er niks van het verzinsel waar was, werd na overleg tussen scheidsrechter Rosetti en de voorzitter van de Italiaanse voetbalbond besloten de wedstrijd te staken. De ongeregeldheden zetten zich ook buiten het stadion voort met honderdzeventig gewonde politieagenten en dertien arrestaties als gevolg.

Een jaar later ging het wéér fout. Nadat Lazio de derby met 3-1 had gewonnen, liep biancocelesti-aanvaller Paolo Di Canio naar de Curva Nord om de fanatieke aanhang te bedanken voor haar steun. Omringd door journalisten en met alle camera’s op zich gericht besloot Di Canio, die later verklaarde “geen racist maar een fascist” te zijn, de ultras te groeten door zijn rechterarm omhoog te houden en voor zich uit te strekken. De beweging, die wordt geassocieerd met het fascistische en racistische heden en verleden van Italië, zorgde voor veel opschudding. Hoewel de aanvaller niet werd geschorst, moest Di Canio een boete van tienduizend euro betalen. Een paar maanden later, tijdens een duel met Juventus, herhaalde de spits het kunstje, waarop FIFA-voorzitter Blatter verklaarde dat het goed zou zijn fascistische spelers volledig uit de sport te verbannen. Desondanks werd Di Canio, die als puber zelf tussen de fanatieke aanhang van Lazio stond, slechts voor één duel geschorst en voetbalde hij nog enige jaren door.

Als Roma en Lazio het komende zondag tegen elkaar opnemen, houdt heel Rome haar adem in. De straten zullen uitgestorven zijn en de wijken rondom het stadion zullen veranderen in een oorlogsgebied. Ondertussen transformeert het Olimpico in een arena waarin de gladiatoren van de biancocelesti en de giallorossi het in een rechtstreeks duel tegen elkaar opnemen. Negentig minuten lang oorlog. De sterkste wint. Keizer Francesco Totti heeft er zin in.