Hoe Atalanta succes boekt met Cruijffs ideeën

Emilio Andreoli via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 19 februari 2017 bij Catenaccio.

Begin januari startte Atalanta Bergamo het Serie A-duel met Sampdoria met twee zeventienjarigen in de basis. Dat is uitzonderlijk, maar bij Atalanta geen verrassing meer. Hun jeugdopleiding staat bekend als een van de beste van Italië, waar wordt gewerkt zoals wijlen Johan Cruijff het graag bij Ajax had gezien. De Onder-15 en -17 werden afgelopen zomer landskampioen, het eerste staat vijfde met vijf zelf opgeleide spelers in de selectie en de nerazzurri verkochten afgelopen transferperiode voor liefst vijftig miljoen euro aan jeugdexponenten. Middenvelder Roberto Gagliardini trok naar Inter, terwijl verdediger Mattia Caldara vanaf medio 2018 het shirt van Juventus aantrekt. Het is het resultaat van de Methode Atalanta , gelijkend naar de ideeën van Cruijff en al jaren in de praktijk gebracht door de Italiaanse middenmoter.

Hoe ziet dat er dan uit? Bij Atalanta ligt de focus volledig op de eigen jeugdopleiding. Vanaf het moment dat een jeugdspeler in de opleiding instroomt, wordt alles in werking gesteld om hem zo goed mogelijk voor het eigen eerste elftal klaar te stomen. Dit gebeurt volgens drie pijlers die vergelijkbaar zijn met de methode-Cruijff. Dat zijn scouting op identiteit, Individuele training van karakter en vaardigheden en het aanstellen van specialisten.

Scouting op identiteit

“Wanneer we een speler selecteren kijken we evenveel naar het karakter als naar de technische eigenschappen. Het voetbal van tegenwoordig kent een hoog tempo en een langzame speler zal het altijd moeilijk hebben zich hieraan aan te passen. Daarom moet een jonge speler snel van geest én snel van benen zijn. Techniek en snelheid zijn twee essentiële eigenschappen.” (Maurizio Costanzi, hoofd jeugdopleiding Atalanta)

Wanneer er in het ziekenhuis van Bergamo een baby wordt geboren, dan staat hij direct op de radar van de plaatselijke voetbalclub. Sinds het najaar van 2010 doet het bestuur van Atalanta – momenteel zesde in de Italiaanse Serie A – namelijk een voetbalshirt cadeau aan elke pasgeborene in de regio. Met het gebaar wordt een band met het achterland gecreëerd, om hier later de vruchten van te plukken. Dit doet de derde voetbalclub van Lombardije dan ook graag. Een voorbeeld is Andrea Conti – de concurrent van Hans Hateboer op de rechtshalf positie – werd op jonge leeftijd opgepikt bij een amateurclub in Lecco, een stad gelegen in de nabijheid van Bergamo. Atalanta heeft zo een verbond met het merendeel van de voetbalclubs in de regio. Slim, want Inter en Milan – beide gevestigd in het nabijgelegen Milaan – vissen uit dezelfde vijver. Wanneer een voetballertje uitblinkt op de amateurvelden, wordt Atalanta direct ingeschakeld en krijgt het een eerste optie op de desbetreffende jongeling. In ruil hiervoor organiseert het bestuur van de nerazzurri clinics, verzorgt het de voetbalkleding en betaalt het de Bergamese jeugdclubs ieder twaalf- tot veertienduizend euro.

Atalanta’s jeugdopleiding bestaat uit ongeveer 300 spelers. Hiervan komt meer dan negentig procent uit de regio Bergamo. Waar er voorheen enkel in Italië naar spelers werd gekeken, breidde de jeugdscouting zich in de afgelopen jaren uit naar Afrika. Met succes. Dit seizoen brak er met Franck Kessiè (20) een Ivoriaanse speler door, terwijl ook Emmanuele Latte Lath (18, Ivoorkust) zijn debuut voor Atalanta maakte. Hoofd jeugdopleiding Maurizio Costanzi beaamt: “Afrika heeft een enorm potentieel, wat inhoudt dat het de toekomst van het voetbal kan zijn. Ook in genetisch opzicht heeft een Afrikaanse atleet vaak enkele voordelen boven een speler uit een ander continent.”

Het merendeel van de scouting vindt echter nog altijd plaats in Italië. Om een speler zo goed mogelijk te beoordelen heeft het bestuur van de nerazzurri zestig observeerders aangesteld. Deze scouts zijn niet per se in dienst bij de Italiaanse club. Een observeerder kan ook een jeugdtrainer bij een amateurclub in de buurt zijn. Wordt een speler getipt door een observeerder, dan worden de betaalde scouts ingeschakeld.

In dit proces worden de jongelingen tussen hun zevende en twaalfde levensjaar intensief gescout op hun balbehandeling en (vooral) op het gedrag. Breed gedragen normen en waarden zijn immers essentieel zijn in de jeugdopleiding van het Italiaanse Atalanta. Heeft een voetballer een uitstekend balgevoel, maar is het gedrag op het veld slecht, dan valt hij af.

Een voorbeeld is Mario Balotelli. Toen de huidige spits van OGC Nice dertien was, werkte hij een stage af bij Atalanta. Tijdens een van de oefenpartijtjes reageerde Balotelli echter erg fel op de scheidsrechter van dienst. Voetballend speelde de Italiaanse aanvaller iedereen weg. Omdat persoonlijkheid een essentiële eigenschap in de jeugdopleiding van Atalanta is, werd Balotelli op basis van zijn arrogante en onrustige houding echter afgewezen. Hij kwam uiteindelijk in de jeugdopleiding van Inter terecht. Toenmalig hoofd jeugdopleiding van Atalanta Mino Favini beaamt : “Iemand met goede manieren is immers sneller bereid om ons type training te accepteren.”

Karakter en cultuur kweken

“Wat het moeilijkste aan het voetbal anno 2016 is? Het opvoeden van de spelers. En dan bedoel ik ook het vormen van eigenschappen als opofferingsgezindheid voor het team. Het laten voelen dat niet alles van anderen moet komen, maar vooral uit jezelf.” (Maurizio Costanzi, hoofd jeugdopleiding Atalanta)

Wanneer een speler wordt beoordeeld en Atalanta hem wél besluit aan te nemen, dan komt hij in de jeugdopleiding terecht. Vanaf dat moment wordt een speler opgeleid voor het eerste elftal van de nerazzurri. Om een speler hiervan bewust te maken, ligt de focus in de eerste jaren van de jeugdopleiding (naast het trainen van de balbehandeling) nog steeds vooral op het vormen van het karakter. Tot de Onder-12-elftallen zijn trainers van Atalanta vooral docenten. De focus ligt niet op het voetbal, maar op het opvoeden van de voetballertjes. Elke speler in de jeugdopleiding van Atalanta krijgt individuele training en wordt in dit proces persoonlijk begeleid door één psycholoog en door drie docenten.

De psycholoog volgt de persoonlijke ontwikkeling, waarbij jeugdspelers om de drie maanden bij de specialist op bezoek gaan. Tijdens deze gesprekken wordt de persoonlijke gemoedstoestand van de jeugdspeler bekeken. Om het maximale uit de jeugdspeler te halen is het immers van belang dat degene zich op de jeugdopleiding thuis voelt en zich aan de normen en waarden van de club aan kan passen.

De drie aangestelde tutoren houden het proces op school in de gaten. Jeugdspelers uit de regio gaan in de buurt van trainingscomplex Zingonia naar school. Jeugdspelers van verder worden voor een kostschool ingeschreven, waar kennis wordt gemaakt met de plaatselijke cultuur. In dit proces worden de behaalde schoolcijfers bekeken. Lukt het een speler niet om zowel óp als naast het veld te presteren, dan is het einde verhaal.

Om afwijkend gedrag uit te bannen, straft Atalanta haar spelers bij excessief gedrag dan ook zwaar. Toen Alberto Grassi – momenteel lid van de eerste selectie – zich in zijn tijd bij de Primavera (Onder-21) racistisch over een tegenstander uitliet en uit het veld werd gestuurd, wachtte het bestuur van de nerazzurri de straf van de Italiaanse voetbalbond niet af. Grassi werd tijdelijk uit het elftal gezet en diende zich voor straf enkele maanden één keer per week bij te plaatselijke kerk te melden om de pastoor te helpen. Als klap op de vuurpijl verplichtte Atalanta de jeugdspeler een bezoek te brengen aan een Ghanese man in het ziekenhuis. Alles om de speler in het vervolg in het gareel te houden.

Indien Atalanta besluit een voetballer aan een andere club uit te lenen, dan verwacht de club dan ook dat de desbetreffende speler de ethische code elders doorzet. Mino Favini: “Wanneer we iemand verhuren en de desbetreffende club me opbelt om te zeggen dat de speler in kwestie zich goed gedraagt, dan levert me dit me de meeste tevredenheid op.”

Hoe spelers beter worden

“De prestaties zijn aan onze hele jeugdopleiding toe te schrijven. In dit proces zijn vooral trainers, maar ook mensen uit alle andere delen van de club betrokken. De scouting is hierin enorm belangrijk en de basis waar vanuit we altijd beginnen. Desondanks is de jeugdopleiding het werk van een groep, die volledige betrokkenheid van iedereen vereist.” (Maurizio Costanzi, hoofd jeugdopleiding Atalanta)

In de oudere jeugdteams ligt de focus wél op het veld. Elke jeugdspeler wordt een persoonlijk schema aangemeten. Dit schema verandert iedere drie maanden, waarbij er aandacht is voor de persoonlijke ontwikkeling van de speler. Teamtraining is van ondergeschikt belang. In dit proces probeert Atalanta de jongeling dus (nog steeds) zo individueel mogelijk te begeleiden.

Tot het veertiende levensjaar krijgen de jeugdspelers géén vaste positie op het veld toegewezen. Dit betekent dat alle facetten van het voetbal aan bod komen. Ambieert een twaalfjarige jeugdspeler een carrière als spits, maar heeft hij moeite met verdedigen, dan wordt er in zijn persoonlijke trainingsschema toch vooral plek ingeruimd voor defensieve training.

Op dat moment is tactische training nog niet aan de orde. Tot de Onder 15-ploeg wordt er vooral met de bal getraind. Hierbij wordt vooral getraind op het ontwikkelen van de techniek. Voormalig hoofd jeugdopleiding Mino Favini: “Het vroeg beginnen van het trainen van de techniek is in mijn ogen een van de belangrijkste zaken in het voetbal. Barcelona voert deze trainingsmethode waanzinnig goed uit, waarmee ze nog altijd hoge ogen gooien. Het is de methode waarin ik altijd heb geloofd.”

Spelers worden niét opgeleid om al in de jeugd om prijzen te strijden. Later – wanneer het eerste elftal al in zicht is – beginnen de jeugdploegen pas met het trainen op het gebruiken van diverse formaties. Dit gebeurt wél in groepsverband. Deze trainingen vinden plaats op Zingonia, het hypermoderne trainingscomplex waar enkele jaren geleden nog voor tien miljoen euro aan werd verbouwd.

Hoewel Atalanta’s Onder-15 en Onder-17 afgelopen seizoen algeheel Italiaans kampioen werden, beweert het bestuur van de nerazzurri in de jeugdopleiding niets om resultaten te geven. Spelers worden opgeleid voor het eerste elftal. Spelers worden niét opgeleid om al in de jeugd om prijzen te strijden. Het is een filosofisch aspect dat van Ajax is afgekeken, beaamt ex-hoofd jeugdopleiding Mino Favini: “De manier van opleiden van Ajax is een voorbeeld. In de jeugd geeft men daar niets om resultaten op het veld. Men is enkel geïnteresseerd in het opleiden van de spelers, en hen te laten zien hoe te voetballen.” Winnen is in Bergamo niet belangrijk. Persoonlijke progressie des te meer. Om dit te bewerkstelligen maakt Atalanta gebruik van een team specialisten.

Jeugdteams worden in het ontwikkelingsproces meestal getraind door ex-spelers met een verleden bij Atalanta. Deze trainers kennen de clubcultuur en worden in staat geacht deze breed gedragen normen en waarden op de jeugdspelers over te brengen. Ook hierin deed de jeugdopleiding inspiratie op uit het model van Ajax: “Of we ons inspireren uit andere jeugdopleidingen? Elke periode kent zijn eigen modellen. Er is een tijd waarin Ajax de klok sloeg, daarna was het aan Portugal en daarna leidden Spaanse ploegen het best op. Ik denk dat we er goed aan doen uit elk van deze modellen wat inspiratie op te doen, zonder iets letterlijk te kopiëren.”

Bij Atalanta worden de meeste jeugdploegen geleid door een trainer met een verleden bij de club, omdat zij goed in staat zijn de professionele cultuur van de club op de spelers over te brengen. Hoewel het boven alles belangrijk is om een speler individueel beter te maken is de clubcultuur hierin nog altijd leidend, aldus hoofdtrainer Gian Piero Gasperini : “We krijgen dit alles voor elkaar omdat de club serieuze en structurele plannen heeft. De fans zijn fanatiek en ik heb al enkele interessante spelers in de jeugdteams gezien. Het project is enorm gericht op spelers uit de eigen jeugdopleiding. Bovendien worden de banden met de regio aangehaald. Atalanta lijkt in deze op Athletic Bilbao, maar dan iets minder overdreven. Wanneer een jeugdspeler goed is, maar niet met een Bergamees accent spreek, dan nemen we hem natuurlijk net zo goed aan.”

Waar Ajax in 2015 definitief van het Plan Cruijf afstapte, blijkt de soortgelijke Methode Atalanta te werken. De club verkocht de afgelopen transferperiode al voor vijftig miljoen euro en staat met enkele jeugdexponenten in de basis op een vijfde plek in de Serie A. Het verbaast ex-hoofd jeugdopleiding Mino Favini niets: “De jongens van Atalanta hoofdrolspelers in de Serie A? Dat komt niet als een verrassing. Sterker nog, in de nabije toekomst zullen er nog meer toptalenten debuteren.”

Tijd voor De Boers sabbatical

Marco Bertorello/AFP via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 1 november 2016 bij AjaxLife.

Frank de Boer is niet langer manager van Inter. Waar De Boer het als trainer van Ajax 5,5 jaar volhield, duurt zijn dienstperiode in Milaan een stuk korter. Na 85 dagen is het verhaal klaar en wordt de Nederlander ontslagen als trainer van de nerazzurri. Een kleine reconstructie.

Wanneer De Boer na seizoen 2015/2016 besluit Ajax te verlaten, laat hij weten het nemen van een sabbatical geen gek idee te vinden. Even geen kritische supportersschare. Even geen druk vanuit het bestuur. En bovenal, even geen kritiek vanuit de media. Het loopt volledig anders. Nog geen vier maanden na zijn vertrek bij Ajax wordt De Boer aangesteld als manager van Inter, een club waar het – net als in Amsterdam – nooit rustig is en altijd stormt.

De bijnaam van de het zwartblauwe vlaggenschip uit Milaan luidt dan ook ‘Pazza Inter’, wat vrij vertaald ‘Gek Inter’ betekent. Er gebeurt altijd wat bij de club waar ook ex-Ajacieden als Christian Chivu, Aron Winter en Wesley Sneijder furore maakten. Vaak wordt er met geld gesmeten. Vaak heeft de club te maken met bestuurlijke chaos. Vaak kent de club periodes van sportieve droogte.

En sportief valt het de afgelopen jaren tegen. Inter won sinds 2011 geen prijs meer. In het seizoen 2012/2013 eindigt de club zelfs op een historisch slechte negende plek. Anno 2016 is de sportieve druk dan ook immens. Dat de grootste sportkrant van het land – de Gazzetta dello Sport – in Milaan is gevestigd, werkt hier vaak niet aan mee.

Valt Inter in het weekeinde tegen, dan wijdt La Rosa haar voorpagina aan de Milanese misère. Draait het niet bij Inter, dan staat de manager, net als bij veel clubs in Italië, al snel onder immense druk. De Telegraaf is er niets bij.

Sinds 2010 slijt Inter liefst (inclusief De Boer) acht trainers. Namen als Rafael Benitez, Claudio Ranieri en Roberto Mancini branden hun handen aan het project. Gian Piero Gasperini spant echter de kroon. Met drie oude en slome verdedigers poogt de manager er een 3-4-3-opstelling in te slijpen. Het lukt niet. Na vier nederlagen en één gelijkspel in vijf wedstrijden wordt Gasperini al ontslagen.

Enkele jaren later wordt ook De Boer weggestuurd. In veertien duels als manager van Inter weet De Boer maar zeven keer te winnen. De omschakeling van het defensieve spel van Mancini naar het aanvallend ingestelde voetbal van De Boer blijkt te groot. De spelers hebben moeite met het spel dat de Nederlandse trainer voor ogen heeft en de tactiek wordt er niet ingeslepen. Mogelijke reden: De Boer wordt pas twee weken voor de seizoenstart aangesteld. De tactische aanpassingen hebben tijd nodig.

Deze tijd krijgt de manager echter niet. Al vanaf de eerste wedstrijd van het seizoen wordt het spel van Inter gekraakt. Als de nerazzuri het op 18 september opnemen tegen Juventus, staat De Boer dan ook al vol onder druk. Hij heeft het roer op dat moment pas vier wedstrijden in handen. Inter wint met 2-1 van aartsrivaal Juve en de baan van De Boer is gered. Voor even.

De overwinning op Juventus krijgt namelijk geen vervolg. In de tien volgende duels wint Inter maar vier keer. Met de tactiek van De Boer wordt opgebouwd via de vleugels, maar wanneer de backs de bal voorslingeren staat er vaak niemand voor het doel.

Middenvelders als Ever Banega en Joao Mario komen in de tactiek niet tot hun recht. Bovendien laat de Interdefensie té vaak een steek vallen. De gekozen tactiek blijkt simpelweg niet te werken en de trainer weigert zich aan te passen. De Nederlander vraagt nog steeds om meer tijd, maar lijkt zich niet te realiseren dat die er niet is. Vrij naïef.

De club is in de zomer namelijk overgenomen door een Chinese groep investeerders. Onder de noemer Suning laat de groep weten te streven naar succes op de korte termijn. Met De Boer kiest de club voor een heuse cultuuromslag. Het vraagt om spectaculair voetbal. De defensieve opstelling onder Mancini dient verleden tijd te zijn. De Boer denkt dit in korte tijd te bewerkstelligen. Bij Ajax werd hij toch ook aangesteld in een periode dat het een grote rommel was?

De Boer onderschat de situatie bij Inter echter. De spelers zijn niet fit en Mancini heeft de selectie in een matige staat achtergelaten. Na enkele investeringen is het basiselftal goed. Met spelers als Andrea Ranocchia en Felipe Melo komt de tweede garnituur veel tekort. Bovendien lijkt De Boer zich bij zijn benoeming niet te realiseren hoe groot de macht van de Italiaanse media is.

Direct na zijn aanstelling wordt de trainer verguisd door kranten als de Gazzetta dello Sport en de Corrierre dello Sport. Alles komt op het bordje van de Nederlandse manager. De kranten moeten immers vol en De Boer is geen Italiaan. Hij is een makkelijk slachtoffer. Zeker omdat de prestaties op het veld tegenvallen en Inter blijft verliezen. Het is een kwestie van tijd voordat De Boer wordt ontslagen.

Dit gebeurt uiteindelijk na een nederlaag op bezoek bij Sampdoria. Inter verliest met 1-0 en het spel is hopeloos. Bovendien is de inzet van de spelers minimaal en weigert aanvaller Eder na een wissel de hand van De Boer. Voor de Chinese investeerders is dit een signaal.

85 dagen na zijn aanstelling wordt De Boer ontslagen. Een avontuur rijker. Een illusie armer. Tijd voor een sabbatical.

Hoe het droomkoppel Bergkamp-Jonk mislukte bij Inter

Jonk waarschuwt PSV: "Inter dwong dat geluk wel af" | Goal.com

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 10 juli 2016 bij Vice Sports.

Wim Jonk neemt de bal aan en draait open. De Nederlandse spelverdeler heeft aan één snelle blik genoeg om vijftig meter verderop zijn maatje Dennis Bergkamp vrij te zien staan. Er ligt ruimte achter de Roemeense verdediging. Met een curvepass legt Jonk de bal perfect neer tussen drie verdedigers van Rapid Boekarest. Bergkamp is ondertussen de diepte in gesprint, komt bij de bal en wipt hem met de binnenkant van zijn rechtervoet over keeper Leontin Toader heen. Doelpunt. Hattrick Bergkamp, zijn enige in dienst van Internazionale. Het is een van de weinige keren dat het duo Bergkamp/Jonk tot wasdom komt in Italië.

Italiaanse en Nederlandse media zijn er in februari 1993 heilig van overtuigd dat Bergkamp voor een overstap van Ajax naar Juventus staat. Journalist Rob Fleur, destijds in dienst van Het Parool, denkt een flinke primeur in huis te hebben. Op 15 februari schrijft hij in chocoladeletters: “Bergkamp naar Juventus voor 40 miljoen”. Maar Fleur zit er helemaal naast. De Nederlandse aanvaller verkiest Inter boven recordkampioen Juventus. Eerder wees de eigenwijze Bergkamp al het Barcelona van Johan Cruijff en het Milan van Fabio Capello af. Reden: hij wil niet in de voetsporen van succesvolle landgenoten als Ronald Koeman, Ruud Gullit en Marco van Basten treden. Bergkamp wil zijn eigen route naar de top uitstippelen.

Juventus wordt om een andere reden afgewezen. Het liefst blijft Bergkamp namelijk samen voetballen met zijn maatje Jonk, die op het veld bij Ajax en Oranje zowel zijn linker- als rechterhand is. De woordencombinatie “assist Jonk, doelpunt Bergkamp” staat na een duel van Oranje of Ajax regelmatig in een wedstrijdverslag. De twee zijn onafscheidelijk, maar Juventus laat weten Jonk niet nodig te hebben, dus Bergkamp laat weten Juventus niet nodig te hebben. Inter hapt wél toe. Voor een gecombineerde transfersom van om en nabij de 40 miljard lire (ongeveer 21 miljoen euro) maken Bergkamp (23) en Jonk (26) in de zomer van 1993 samen de overstap van Ajax naar het ambitieuze Inter.

De verwachtingen in Milaan zijn hooggespannen als de twee Nederlanders bij Inter tekenen. Het bestuur van Inter wil dat hoofdtrainer Osvaldo Bagnoli via fris en aanvallend voetbal zorgt dat de club weer eens mee gaat doen om de titel. De komst van Bergkamp en Jonk moet helpen deze plannen te realiseren. Tijdens de contractonderhandelingen belooft het bestuur van Inter aan Bergkamp en Jonk dat Bagnoli afziet van de verdedigende speelstijl waarmee hij Verona in 1985 kampioen van Italië maakte, en waarmee hij Genoa in 1992 naar de halve finale van de UEFA Cup leidde. Overigens werd Genoa dat seizoen in de halve finale van de UEFA Cup uitgerekend uitgeschakeld door Ajax, waar Bergkamp en Jonk toen nog speelden. Bergkamp scoorde een keer in de dubbele confrontatie met Genoa, uiteraard na een rebound van een schot van Jonk.

Bagnoli kan bij Inter niet goed overweg met het hechte duo Bergkamp/Jonk. Hij lijkt als trainer ook niet achter de komst van de Ajacieden te hebben gestaan. Jaren later, in 2013, vraagt een interviewer hem naar de komst van Bergkamp en Jonk. “Ik was niet een hoofdtrainer die zijn wens voor bepaalde spelers opdrong bij de directie,” aldus het veelzeggende antwoord van Bagnoli. Dat Bergkamp en Jonk de Italiaanse taal niet onder de knie krijgen, helpt natuurlijk ook niet in de communicatie met de trainers, medespelers en media. Als klap op de vuurpijl lukt het Bagnoli niet om aanvallend voetbal in te slijpen. De Italiaanse drang naar defensief voetbal blijkt te sterk. Ondanks de afspraken met Bergkamp en Jonk, schakelt Bagnoli al snel terug naar een defensieve 5-3-2-formatie. In de nieuwe opstelling is Jonk (door Bagnoli ‘Il Gionk’ genoemd) de meest aanvallende middenvelder. Bergkamp vormt een aanvalsduo samen met de grillige Uruguayaan Ruben Sosa.

Sosa – in het seizoen 1992/93 met twintig doelpunten clubtopscorer van Inter – vindt het maar niks dat hij de spitspositie nu moet delen met Bergkamp. Vanaf dag één liggen Bergkamp en de Uruguayaan overhoop. Inter draait dat seizoen dramatisch. De nerazzurri eindigen in de Serie A slechts een punt boven de degradatiestreep. Toch lukt het Sosa zestien keer te scoren. De Uruguayaan groeit uit tot publiekslieveling. Bergkamp scoort maar acht keer en is minder geliefd. In de UEFA Cup is hij beter op dreef. Bergkamp wordt met acht doelpunten topscorer van het toernooi en Inter bereikt de finale. Maar Sosa legt aan de vooravond van de UEFA Cup-finale tegen Austria Salzburg een bom onder het aanvalsduo.

 “Zowel binnen als buiten het veld is er geen samenwerking tussen mij en Bergkamp,” zegt Sosa. “Bergkamp is vaak egoïstisch. Hij passt me de bal nooit. Soms lijkt alsof hij me bewust over het hoofd ziet.” Pas veel later, in 2011, reageert Bergkamp in een interview met Four Four Two: “Bij Inter had ik met niemand problemen. Wel ben ik teleurgesteld in Ruben Sosa; we hadden meer uit elkaar kunnen halen. (..) Op het veld klikten we niet. Daarbuiten hadden we geen problemen met elkaar.”

Ondanks de belabberde samenwerking vormen Bergkamp en Sosa tijdens de dubbele UEFA Cup-finale van 1994 tweemaal de voorhoede van Inter. Het valsgestemde duo komt niet tot scoren. Jonk wél. Inter wint de UEFA Cup ten koste van Austria Salzburg. Het binnen de landsgrenzen dramatisch verlopen seizoen krijgt dankzij de UEFA Cup toch nog een beetje glans, maar er verandert niks voor Bergkamp en Jonk. Het dieptepunt wordt bereikt in het volgende seizoen, wanneer kwaliteitskrant La Repubblica haar rubriek voor slechtste speler van de week omdoopt tot ‘Bergkamp della settimana’ – Bergkamp van de week. De spits wordt weggeschreven door de media, die hem bestempelen als koel, arrogant en een volledige teleurstelling.

Met hangende pootjes houden Bergkamp en Jonk het na twee seizoenen Inter voor gezien. Noodgedwongen scheiden hun wegen. Jonk wordt verkocht aan PSV, Bergkamp trekt naar Arsenal. Inter is blij met de verkoop. Eigenaar Massimo Moratti laat na de afgesloten onderhandelingen aan Arsenal-manager Bruce Riouch weten dat hij “blij mag zijn als Bergkamp in zijn periode in Engeland tien keer voor hem scoort”. En scoren doet Bergkamp. In Londen groeit de non-flying Dutchman uit tot een van de grootste iconen van Arsenal, voordat hij in 2006 zijn carrière beëindigt. Jonk hangt zijn kicksen vijf seizoenen eerder aan de wilgen. Bij Inter zijn ze het duo dan al lang vergeten.

Ciro leeft!

Paolo Bruno via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 15 april 2015 bij Staantribune.

Met een 1 overwinning op Napoli boekte AS Roma op 4 april haar eerste thuiszege sinds 29 november 2014. Hoewel de Giallorossi met het verslaan van een directe concurrent een mooie stap in de richting van Champions League-kwalificatie zetten, werd de wedstrijd overschaduwd door het gedrag van de Romeinse aanhang. Met diverse spandoeken, waaronder een met de tekst “Treurig: geld slaan uit iemands dood met boeken en interviews”, liet de Curva Sud zich immers zeer negatief uit over de moeder van Ciro Esposito, een Napoli-supporter die voorafgaand aan de bekerfinale van vorig seizoen werd vermoord. Vermoedelijke dader: Roma-ultra Daniele De Santis.

Met de finale van Coppa Italia tussen Fiorentina en Napoli wordt Rome, waar sinds jaar en dag de bekerfinale wordt gehouden, begin mei 2014 overspoeld met voetbalfans. Ook Ciro Esposito (29) reist met een aantal Napolitani af naar Stadio Olimpico. Wanneer de groep supporters het stadion nadert, worden zij bekogeld met enkele rookbommen. Volgens een onderzoek van de Italiaanse veiligheidsdienst handelt de waarschijnlijke dader Daniele De Santis (48) alleen en is hij er alleen op uit de Napolitaanse fans te provoceren. Dat lukt hem.

Nadat De Santis de rookbommen afvuurt en een reactie ontlokt, rent hij weg. Achtervolgd door met ijzeren stokken bewapende Napolitanen probeert de Romein weg te komen. In deze vlucht gaat De Santis, ex-leider van de ultras van Roma en mede-verantwoordelijke voor het staken van de Romeinse derby van 2001, echter onderuit. Tegelijkertijd schreeuwt hij: “Nu vermoord ik jullie allemaal.” Volgens de Italiaanse veiligheidsdienst trekt de Roma-ultra vervolgens zijn pistool en lost hij vier schoten. Dat er geen vijfde, zesde en zevende schot klinkt, ligt niet aan de schutter, maar aan het blokkerende wapen. Op dat moment zijn er al drie Napolitanen geraakt. Een supporter, Ciro Esposito, overleeft de aanval niet en sterft anderhalve maand later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.De gevolgen van de ongeregeldheden zijn groot. Zo wordt de finale van de Coppa Italia met 45 minuten uitgesteld, dreigen Napolitaanse ultras wraak te nemen en, bovenal, verliest het Napolitaanse Scampia met Esposito een van haar zoons. De Santis, die ook gewond raakt, weet te te ontkomen en belandt zwaargewond in het ziekenhuis. De volgende dag wordt de Romanista in hechtenis genomen.

Hoewel De Santis al maanden geleden toegaf de trekker te hebben overgehaald, is het proces nog steeds niet begonnen. Desondanks is er tot op de dag van vandaag volop aandacht voor de dood van de Napoli-supporter. Antonella Leardi, moeder van Esposito, richtte zelfs een goed doel op, met als naam ‘Ciro Vive’ (Ciro Leeft).Om zoveel mogelijk geld in te zamelen om het verhaal van haar zoon te kunnen vertellen, zoekt Leardi vaak de media op en schrijft ze een boek. Dit tot irritatie van de harde kern van AS Roma. Tijdens het duel met Napoli op 4 april, tonen de ultras diverse provocerende spandoeken, met teksten als: “Treurig: geld slaan uit iemands dood met boeken en interviews. Komt er nu ook een film?”, “Er zijn mensen die huilen na het verlies van een zoon. U slaat er een slaatje uit” en “Daniele (De Santis, red.) is met ons”. Na een felle reactie  van politici distantieert het bestuur van Roma zich al snel van de provocerende teksten. Desondanks wordt de Curva Sud voor slechts één wedstrijd gesloten en legt de Italiaanse voetbalbond de Giallorossi een magere boete op.

Het politieonderzoek naar de dood van Ciro Esposito is nagenoeg afgerond. De vermoedelijke dader Daniele De Santis zal dan ook snel worden berecht en kan een lange straf tegemoet zien. Napels en Rome kijken mee. ‘De Engel van Scampia’ mag dan al maanden geleden zijn begraven, nog steeds werpt zijn geest een schaduw over het Italiaanse voetbal. Ciro leeft. Misschien wel meer dan ooit.

Il Derby della Capitale

TIziana Fabi/AFP via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 9 januari 2015 bij Staantribune.

26 mei 2013. De bekerfinale tussen AS Roma en Lazio is 71 minuten onderweg als een van richting veranderde voorzet van Lazio-rechtsvoor Antonio Candreva voor de voeten van Senad Lulić terechtkomt. Doordat Roma-verdediger Marquinhos volledig aan de bal voorbijgaat, kan de Bosniër hem voor een leeg doel intikken, 1-0 voor Lazio. De laziali winnen de Coppa Italia en Lulic is de held. Dat Lazio uitgerekend aartsrivaal Roma in de finale verslaat, maakt de bekerwinst voor de biancocelesti dubbel zo mooi.

‘Il Derby della Capitale’ is de wedstrijd tussen S.S. Lazio en AS Roma. Beide ploegen werken hun thuiswedstrijden normaliter af in het Stadio Olimpico. Wanneer de clubs het tegen elkaar opnemen, wordt het stadion verdeeld. Het zuidelijke gedeelte van het Olimpico wordt dan bezet door romanisti, terwijl het noordelijke deel voor de Laziale is. De scheidslijn tussen beide supportersscharen wordt bezet door bewapende politieagenten, die de vrede in de arena moeten waarborgen. Zo ook aanstaande zondag, wanneer beide rivalen het voor de 142e keer in de historie van de Serie A tegen elkaar opnemen.

De rivaliteit tussen Roma en Lazio vindt zijn oorsprong in de jaren ’20. Wanneer president Benito Mussolini opdracht geeft alle Romeinse voetbalteams samen te voegen om de hoofdstad één sterk front tegen het rijkere zuiden te laten vormen, is Lazio de enige club die tegenstribbelt. Met dank aan Adolfo Vaccaro, generaal in het Italiaanse leger en lid van Lazio, komen de biancocelesti onder de fusie uit. FBC Roma, Pro Roma en Alba Audace fuseren wél. Waar er voorheen vier grote ploegen om Rome streden, zijn dit er vanaf 1927 slechts twee: AS Roma en Lazio.

Vanaf het moment dat Roma wordt opgericht, claimen de laziali de hoofdstad. In hun ogen is Lazio (opgericht in 1900) de oudste en enige authentieke Romeinse club. Bovendien zouden de biancocelesti het voetbal naar Rome hebben gebracht. De romanisti counteren met het feit dat één van de drie gefuseerde clubs waaruit AS Roma ontstond al in 1899 werd opgericht. Waarom zou Lazio daarnaast het blauw en wit van de Grieken als clubkleuren dragen, terwijl rood en geel de stadskleuren van Rome zijn? En waarom is Lazio vernoemd naar de regio, in plaats van naar de stad? De romanisti beweren dan ook dat AS Roma, met rood en geel als clubkleuren en Roma als officiële Italiaanse naam, de enige écht Romeinse club is.

Oorspronkelijk wonen de meeste supporters van Lazio buiten Rome, terwijl de meeste romanisti om en rond het historische stadscentrum te vinden zijn. Wanneer een speler van Roma in het centrum een boodschap doet, kan hij dit niet zonder zichzelf te bewapenen met een pet en een zonnebril. Doet een speler van Lazio op precies hetzelfde punt een aankoop, is de kans kleiner dat hij wordt herkend. De romanisti refereren op spandoeken dan ook vaak aan de laziali door ‘burini’, provinciale boeren, te gebruiken: “Laziale, je bent geen echte Romein, maar niks meer dan een provinciale boer”.

Hoewel de Serie A diverse derby’s kent, staat het duel tussen de giallorossi en de biancocelesti bekend als de meest gespannen en gewelddadige tweestrijd van Italië. De aanhangers van AS Roma waren lange tijd veelal politiek linksgeoriënteerd, terwijl een groot deel van de fanatieke supporters van Lazio rechtse sympathieën heeft. Dat was van oudsher de voornaamste reden dat de Romeinse derby garant stond voor geweld, racisme en antisemitisme. De politieke verschillen tussen beiden clubs vervaagden in de jaren ’90 toen ook de supporters van Roma rechtse sympathieën begonnen te krijgen. Maar de twee supportersgroepen bleven elkaar intens haten. Als de derby van Rome op het programma staat, gaat het dan ook dikwijls mis.

Zo ging het in 1979 hopeloos verkeerd toen een door een romanista afgeschoten vuurpijl in het Lazio-vak terecht kwam. De pijl ontplofte in het gezicht van Laziale Vincenzo Paparelli. Met een bloedend gat in het gezicht werd de vader van twee kinderen afgevoerd naar het ziekenhuis. Paparelli, pas 33 jaar oud, overleed in de ambulance. Hij was de eerste dode door supportersgeweld in Italië. Een dader werd nooit gevonden.

Ook in 2004 ging het mis toen de derby werd gestaakt nadat enkele ultras van Roma het veld bestormden en eisten dat het duel werd stilgelegd. Als dit niet zou gebeuren, zouden de tifosi het stadion overnemen en de spelers van beide ploegen wat proberen aan te doen, dreigden ze. Reden voor de dreigementen: het gerucht dat er buiten het stadion een tienersupporter was overleden na te zijn overreden door een politieauto. Hoewel de Romeinse politie snel reageerde en via de stadionspeakers liet omroepen dat er niks van het verzinsel waar was, werd na overleg tussen scheidsrechter Rosetti en de voorzitter van de Italiaanse voetbalbond besloten de wedstrijd te staken. De ongeregeldheden zetten zich ook buiten het stadion voort met honderdzeventig gewonde politieagenten en dertien arrestaties als gevolg.

Een jaar later ging het wéér fout. Nadat Lazio de derby met 3-1 had gewonnen, liep biancocelesti-aanvaller Paolo Di Canio naar de Curva Nord om de fanatieke aanhang te bedanken voor haar steun. Omringd door journalisten en met alle camera’s op zich gericht besloot Di Canio, die later verklaarde “geen racist maar een fascist” te zijn, de ultras te groeten door zijn rechterarm omhoog te houden en voor zich uit te strekken. De beweging, die wordt geassocieerd met het fascistische en racistische heden en verleden van Italië, zorgde voor veel opschudding. Hoewel de aanvaller niet werd geschorst, moest Di Canio een boete van tienduizend euro betalen. Een paar maanden later, tijdens een duel met Juventus, herhaalde de spits het kunstje, waarop FIFA-voorzitter Blatter verklaarde dat het goed zou zijn fascistische spelers volledig uit de sport te verbannen. Desondanks werd Di Canio, die als puber zelf tussen de fanatieke aanhang van Lazio stond, slechts voor één duel geschorst en voetbalde hij nog enige jaren door.

Als Roma en Lazio het komende zondag tegen elkaar opnemen, houdt heel Rome haar adem in. De straten zullen uitgestorven zijn en de wijken rondom het stadion zullen veranderen in een oorlogsgebied. Ondertussen transformeert het Olimpico in een arena waarin de gladiatoren van de biancocelesti en de giallorossi het in een rechtstreeks duel tegen elkaar opnemen. Negentig minuten lang oorlog. De sterkste wint. Keizer Francesco Totti heeft er zin in.