Andrea Pirlo – “Il calcio che vorrei”

Hieronder vind je de Nederlandse vertaling van de scriptie geschreven door Juventus-trainer Andrea Pirlo voor het behalen van zijn UEFA Pro-licentie. Andrea Pirlo ontving 107 van de te behalen 110 punten voor dit boekwerk. Onderstaande vertaling werd gemaakt door Wesley Victor Mak.

INDEX

Introductie

Spelers

1. AANVAL

1.1 – Opbouw

1.2 – Aanvalsopzet

1.3 – Aanval op achterste linie

2. VERDEDIGING

2.1 – Pressing

2.2 – Defensieve wilskracht

2.3 – Achterste linie

3. OMSCHAKELING

3.1 – Van verdediging naar aanval

3.2 – Van aanval naar verdediging

Conclusie

INTRODUCTIE

Het idee achter mijn voetbal is gebaseerd op de wil om proactief, aanvallend voetbal te spelen vanuit balbezit. Ik wil dat mijn team totaalvoetbal speelt, met elf spelers die zowel in aanvallend als verdedigend opzicht constant in beweging zijn. Door gebruik te maken van tijd en ruimte hebben wij de ambitie om het spel in beide fases naar ons toe te trekken.

Het “spel” moet de leidraad vormen voor mijn team. Met “spel” bedoel ik een combinatie van principes, positionering en emoties tussen de spelers zelf. Een manier van spelen die is gebaseerd op het collectief, maar waarin de beste individuele kwaliteiten ook tot uiting kunnen komen.

De twee pilaren waarop mijn idee steunt, hebben te maken met de bal: we willen en moeten hem zo snel mogelijk hebben zodat we kunnen aanvallen, en we moeten tot het sportieve uiterste gaan om hem bij balverlies zo snel mogelijk te heroveren.

In het moderne voetbal krijgt de formatie langzaamaan een iets andere functie. Waar we vroeger stellig vasthielden aan een opstelling, is het tegenwoordig belangrijker om vaak van positie te wisselen en de taken uit te voeren die bij elke afzonderlijke positie horen, ongeacht of die positie nu van jou is of niet. De formatie is afhankelijk van de fase waarin je je begeeft (ben je in de aanval of in de verdediging?) en van de spontane gebeurtenissen op het veld.

We zijn dan ook meer dan ooit op zoek naar technische, dynamische spelers en hechten belang aan een goede passeerbeweging, voornamelijk van toepassing op de spelers op de vleugels. Via onze trainingsvormen willen wij de spelers helpen om situaties te herkennen en zich zo snel mogelijk aan te passen aan het steeds sneller wordende spel.

Onze grootste uitdaging is het definiëren en creëren van de ideale CONTEXT (tactisch, technisch, fysiek/atletisch en emotioneel) om het beste uit onze spelers te halen. Ik wil verder ook graag de ploegen noemen die een grote inspiratiebron vorm(d)en in mijn ‘opvoeding’ als voetbaldenker. Teams en trainers die ik als fan heb toegejuicht en clubs en coaches die ik op het veld ben tegengekomen als ploeggenoot of tegenstander: het Barcelona van Cruijff en later dat van Guardiola, het Ajax van Van Gaal, het Milan van Ancelotti tot aan het Juventus van Conte.

SPELERS

Zoals we verder in deze scriptie zullen zien is de betekenis van de term ‘rol’ in het moderne voetbal aan veel verandering onderhevig. Het is geen vaste positie meer waarbij je de karakteristieken van een speler van tevoren kunt invullen, maar wordt een ‘rol’ steeds vaker andersom bepaald: door de functie van en de opdrachten voor een speler op het veld. Daardoor komen de kwaliteiten van de speler voornamelijk naar voren via de instructies die wij hem meegeven. Laten we desondanks gebruik maken van de ‘klassieke rollen’ om de belangrijkste kwaliteiten die spelers op het hoogste niveau van het moderne voetbal moeten bezitten op een rij te zetten.

• DOELMAN

Los van de klassieke karakteristieken die een doelman moet bezitten om zijn doel goed te kunnen verdedigen, dient een moderne doelman de ruimte voor zich te kunnen verdedigen en ook een rol te spelen in het spel van zijn ploeg in balbezit. Het verdedigen van de ruimte voor zijn neus wordt cruciaal om de gaten te dichten die vallen door een hoog staande, aanvallende achterste linie. In balbezit is de doelman in alle opzichten een speler die in de opbouw de meest efficiënte oplossing kan zoeken, de bal rond kan laten gaan en met een pass meerdere linies kan doorbreken.

• CENTRALE VERDEDIGER

Samen met die van de doelman is de rol van centrale verdediger de afgelopen dertig jaar het meest veranderd, zowel in verdedigend als in aanvallend opzicht. Vroeger bestond het takenpakket van een mannetjesputter enkel uit het uitschakelen van de directe tegenstander, later werd er door de invoering van ‘zones’ vereist dat een verdediger snel kon schakelen en ruimtes en situaties kon lezen. Tegenwoordig moet een centrumverdediger beide vaardigheden bezitten, alsook het talent om grotere ruimtes te bestrijken wanneer er offensief voetbal wordt gespeeld waarbij er met veel spelers tegelijk wordt aangevallen. In de opbouw is de centrale verdedigers de eerste regista van het team geworden, en wordt er steeds vaker gevraagd om in te kunnen dribbelen wanneer middenvelders en aanvallers in de dekking staan. Er worden tegenwoordig bijna evenveel “key passes” (passes die minimaal één linie doorbreken) gegeven door verdedigers als door centrale middenvelders, die voorheen altijd deze statistieken aanvoerden.

• BACKS

Dit is een enorm flexibele rol, er zijn backs die onderling enorm van elkaar verschillen, maar moderne tactieken zorgen ervoor dat er in meerdere spelsystemen optimaal gebruik van hen kan worden gemaakt. De aanvallende back met een goede voorzet zorgt voor extra breedte op de vleugels, een back die defensief sterk is kan uitgroeien tot derde centrale verdediger, terwijl technisch en tactisch aangelegde backs in balbezit een extra man op het middenveld kunnen vormen. Het is duidelijk dat het belang van de back in opbouwende fase gigantisch is toegenomen, is sommige gevallen kunnen we zelfs spreken van ‘spelmakers’ op de backposities.

• CENTRALE MIDDENVELDERS

Het voetbal van de laatste twintig jaar, met het Milan van Ancelotti, het Barcelona van Guardiola en het Real van Zidane, heeft laten zien dat alles begint bij de techniek van je middenveld. Na een periode waarin fysiek sterke middenvelders de boventoon voerden (in de jaren 90), zijn we het belang van technische spelers met spelinzicht weer meer gaan waarderen. Natuurlijk moet een middenvelder snel en mobiel genoeg zijn om meerdere opdrachten uit te kunnen voeren (opbouwend en ondersteunend bijvoorbeeld) en de mentale kracht bezitten om na balverlies zo snel en strijdlustig mogelijk om te schakelen naar de defensieve stellingen.

• FLANKSPELERS

Wat geldt voor de backs, geldt ook voor flankspelers: er wordt bijzonder veel flexibiliteit van hen gevraagd. Afhankelijk van hun karakteristieken kunnen deze spelers in een 1-tegen-1 worden gebracht (cruciaal in het voetbal op het hoogste niveau), of naar binnen trekken vanuit aanvallende posities om vervolgens snijdende passes of assists te geven (voornamelijk in het geval van technische spelers). Ook hier is het van groot belang om zo snel mogelijk om te schakelen bij balverlies, zoals eigenlijk geldt voor alle aanvallend ingestelde spelers.

• AANVALLERS

Aanvallers zijn doorgaans de spelers met het meeste talent en hele specifieke kwaliteiten. Talent en kwaliteit in de voorste linie kunnen alleen tot uiting komen als het collectief het mogelijk maakt om die tot uiting te brengen. In mijn manier van spelen is diepte in de aanval een belangrijk element en zijn het voornamelijk de aanvallers die het vaakst voor die diepte moeten zorgen (al kunnen loopacties vanuit het middenveld of vanaf de backposities ook gevaarlijk zijn). In een offensief voetbal waarbij veel aanvallend ingestelde spelers op het veld staan (trequartisti en vleugelspelers) is het van belang dat de aanvaller zijn tactische intelligentie benut om met zijn teamgenoten te bespreken op welke momenten er door wie de diepte wordt gezocht.

1. AANVAL

1.1 OPBOUW

Wij denken dat een ‘cleane’ opruiming van de bal cruciaal is voor een goede aanvalsopbouw. Om die reden willen wij altijd vanuit achteruit opbouwen voor zover de druk van de tegenstander dat mogelijk maakt.

Wij geloven dat onze spelers in de opbouw met de bal aan de voet drie mogelijke opties zijn:
– De bal overspelen naar een ploeggenoot
Indribbelen en linies doorkruisen
De bal in bezit houden (eventueel door zijlings of achteruit te bewegen) om elders op het veld ruimte en tijd te creëren om vervolgens voor één van de twee vorige principes te kiezen.

Wij willen onder de pressing van de tegenstander uit zien te komen door te proberen een verticale oplossing (een derde man) te zoeken om de man in balbezit zo de meeste afspeelmogelijkheden te kunnen bieden.

In Zone 1 hebben we dan in een gelimiteerde numerieke meerderheid (+1) zodat er geen andere spelers nodeloos achter de bal hoeven te zakken. In deze fase is het gebruik van de doelman heel belangrijk, voornamelijk tegen ploegen die hoog druk zetten.
De moderne doelman, zoals reeds beschreven, moet de moed hebben om de ruimtes voor zich te bespelen en zijn eigen vijfmeter- of strafschopgebied indien nodig te verlaten. Op het hoogste niveau moet hij in staat zijn om een “key pass” te kunnen geven of om de bal net zo lang in bezit te houden tot een speler van de tegenstander dichterbij komt en de pressing van de tegenpartij op die manier kan worden ontregeld.

Wij willen opbouwen via het centrum omwille van verschillende redenen:
– de pressing van de tegenstander ontregelen
– de bal op ‘cleane’ wijze verplaatsen op een manier die de tegenstander lastig kan lezen. Via het centrum is het mogelijk om gevaarlijk te worden en te zorgen dat de achterste linie van de tegenpartij zich geen moment van verslapping kan veroorloven.

Mijn idee van opbouwen bestaat uit het compact opstomen met de bal, door één linie per keer te doorkruisen zonder ballen nodeloos weg te schieten of lange ballen te spelen. Dit principe zorgt ervoor dat wij onze structuur niet verliezen en altijd goed georganiseerd zullen staan wanneer we omschakelen van aanval naar verdediging om de bal zo snel mogelijk te heroveren.

Wij willen goed aanvallen om goed te verdedigen. We proberen veel spelers in de zone van de bal te krijgen, zodat we deze bij balverlies snel kunnen heroveren of de opbouw van de tegenstander kunnen vertragen totdat wij defensief weer goed zijn georganiseerd.
Via loopacties en (onderlinge) positiewisselingen creëren wij een dynamisch balbezit die kan ontregelen door tegenstanders van hun posities weg te lokken.

Het verloop van onze aanvallen kent twee snelheden: achterin is het wachten en voorbereiden, terwijl het voorin draait om snelheid en directheid richting het vijandelijke doel of het geven van de “key pass” om teamgenoten vrij te spelen tussen de linies. (De passes voorin zijn altijd strak over de grond).

Het is echter duidelijk dat de keuzes die wij maken in de opbouw afhankelijk zijn van de keuzes die de tegenstander maakt in hun pressing: hoe meer druk en hoe meer man zij op onze helft zullen brengen, hoe meer ruimte zij achter zich laten waar wij gebruik van kunnen maken.

Gestoeld op het concept dat de bal altijd sneller is dan de man, willen wij een voordeel voor onszelf creëren door de bal constant in beweging te laten zijn (“zonder haast maar zonder pauze”, met als doel ruimtes te ontdekken om op te rukken. Het is van cruciaal belang dat onze spelers dit niet enkel ‘doen’, maar dit gaan ‘begrijpen’ en zo uit zichzelf de meest voordelige keuzes maken om de tegenstander pijn te doen.

De belangrijkste principes van ons spel in balbezit, waaronder in de opbouw, zijn:

1) Het creëren van een ruit rondom de man in balbezit: afspeelmogelijkheden achter, naast en voor (eventueel door een linie van pressie te doorbreken). Onafhankelijk van de plek op het veld dienen de spelers in de buurt van de bal deze ruit ten alle tijden te creëren. Als een speler in de ruit wordt gedekt, kan deze van positie wisselen met een teamgenoot.

2) Creatie en opvulling van open ruimtes: achter de vijandelijke pressing wachten de vrije spelers op de bal en passen zij ten alle tijden hun posities en postuur aan op de opstelling van de dichtstbijzijnde tegenstanders; de spelers achter de pressing die gedekt worden bewegen net zo lang door tot een teamgenoot in de ontstane ruimte kan duiken en snel kan worden aangespeeld. Als ook deze speler wordt gedekt, begint het hele spel van ruimte creëren opnieuw.

3) Het is belangrijk spelsituaties te herkennen: als de speler in balbezit niet onder druk wordt gezet en veel ruimte om zich heen heeft, lopen de teamgenoten weg van de bal / proberen zij onder de dekking uit te komen / maken zij een loopactie in de diepte. Als de speler in balbezit daarentegen onder druk wordt gezet of op andere wijze in de problemen komt, snellen zijn teamgenoten toe om hem een afspeelmogelijkheid te geven en de bal in bezit te houden.

4) In onze manier van voetbal (“positiespel”) is je positie het belangrijkste aspect. Je moet de onderlinge posities in onze structuur respecteren. De bal gaat richting de speler, de speler gaat niet richting de bal.

Andere belangrijke spelprincipes:

– a) indien mogelijk net zo lang doorlopen met de bal tot een tegenstander uitstapt (in dat geval loopt een speler die voor de bal staat zich vrij voor een 1-2)
– b) indien ongedekt wordt de speler achter de vijandelijke linie aangespeeld (afhankelijk van positionele of kwalitatieve superioriteit)
– c) liever een bal naar voren dan naar achteren
– d) liever een bal naar het centrum dan naar de buitenkant
– e) bal naar rechts spelen betekent doorbewegen naar links
– f) de bal spelen naar wie je ziet
– g) doorbewegen na het spelen van de bal
– h) voornamelijk over de grond spelen
– i) altijd en overal vrijlopen en ongedekt blijven
– m) op zoek gaan naar de diagonale pass
– n) op zoek gaan naar de derde man

______________________________________________________
“De derde man is onmogelijk te verdedigen” (Xavi)
______________________________________________________

1.2 AANVALSOPZET

In aanvallend opzicht hanteren wij geen vaste formule, maar wordt er gebruik gemaakt van positiewisselingen en loopacties om onze spelprincipes zo goed mogelijk tot uiting te brengen.

________________________________________________________________________________________
“In het moderne voetbal is de ‘rol’ geen positie, maar een functie” (A.Gagliardi)
________________________________________________________________________________________

De drie cruciale macroprincipes bij het effectief aanvallen van de achterste linie van de tegenstander:

• maximale BREEDTE op beide kanten van het veld
• aanspelen van teamgenoten in de ‘RIFINITURA (zie bovenstaande afbeelding)
• frequente loopacties in de DIEPTE

Deze drie macroprincipes worden gezien als drie vereisten waaraan ten alle tijden voldaan dient te worden. Dit zijn ook de drie zones die altijd gevuld moeten zijn met spelers, maakt niet uit wie… hoe meer continue positiewisselingen, hoe beter.

Het doel is om deze drie zones tegelijkertijd in te vullen, om de achterste linie van de tegenstander zo vaak mogelijk onder “hoogspanning” te zetten.

• BREEDTE

Wij willen dat één speler, niet meer, in de aanvallende fase breed staat, zodat er in elke aanval een maximale breedte kan worden gegarandeerd met bezetting van zowel de linker- als de rechtervleugel. Zo dwingen wij de backs van de tegenstander tot het maken van een keuze: blijven ze doordekken op de vleugelspeler en laten ze zo gaten vallen in het centrum, of helpen ze hun centrum, maar blijven ze kwetsbaar voor loopacties van onze vleugelspelers. De breedte moet worden voorzien door ‘pure’ vleugelspelers, die het gewend zijn om op techniek en snelheid hun mannetje te passeren. De spitsen en middenvelders kunnen het spel “met hun ogen dicht” naar de zijkanten verplaatsen, wetende dat daar altijd iemand zal staan. We laten de bal rechts rondgaan om aan te vallen over links en vice versa, waarbij ook de ANDERE vleugel constant bezet en gezocht dient te worden.

De vleugels worden door één speler per kant bezet, er is daar maar één enkele speler nodig om de vijandelijke verdediging uit elkaar te trekken, zodat de resterende spelers zich kunnen opstellen in de centrale zones op het veld.

• RIFINITURA

Het hoofddoel van onze aanvalsopbouw is het vinden van spelers in de zona di rifinitura. Deze mobiele zone tussen het middenveld en de verdediging van de tegenstander moet altijd bezet zijn door tenminste twee spelers, vaak worden deze daar in latere fases van de aanval bijgestaan door nog meer teamgenoten.
Met de bal in bezit en de blik op het vijandelijke doel, dienen tenminste twee spelers de diepte te zoeken.
De spelers die zijn gepositioneerd tussen de vijandelijke linies moeten constant in beweging zijn om vrije baan te creëren voor een (steek)pass.
Deze spelers moeten in staat zijn om onder de dekking van de tegenstanders uit te blijven.

• DIEPTE

Wij moeten constant de diepte zoeken, zeker wanneer wij dichterbij het doel van de tegenstander komen. De aanvaller en om beurten te vleugelspelers en centrale spelers moeten de defensieve lijn van de tegenstander aanvallen door naar binnen te snijden of loopacties in de diepte te maken. Hier zijn meerdere redenen voor:
– de veldbezetting van de tegenstander ‘uitrekken’ door hun verdediging zo ver mogelijk terug te duwen en ruimte te creëren in de zona di rifinitura
– de verdediging van de tegenstander “mentaal” geen rust te gunnen
– de ruimtes aanvallen, de bal ontvangen… en te scoren!

Afhankelijk van de karakteristieken van de spelers kunnen wij spelen met één enkele centrumaanvaller of twee spitsen, in dat geval is er sprake van een wisselwerking (de ene komt in de bal, de ander gaat diep…). Als onze enige centrumaanvaller zich laat zakken en in de zona di rifinitura terecht komt, moet een buitenspeler in de achtergebleven ruimte duiken (aan de vereiste DIEPTE moet tenslotte altijd worden voldaan).

In balbezit moet het gehele team voldoende horizontaal (in verschillende linies) als verticaal (in verschillende veldstroken) over het veld zijn verspreid.
Voornamelijk wanneer de achterste linie van de tegenstander wordt aangevallen, dienen de 4/5/6 aanvallend ingestelde spelers zich op verschillende veldstroken op te stellen, zodat de vijandelijke verdediging zo breed mogelijk kan worden geattaqueerd (via beide vleugels, de halfspaces en de centrale zone).

Onafhankelijk van de formatie kunnen wij bepalen hoe wij de aanvallende posities zo kunnen invullen dat wij kunnen voldoen aan de doelen die wij ons hebben gesteld in deze aanvallend fase.

De spits gaat diep, de vleugelspelers houden het veld zo breed mogelijk. De centrale middenvelders duiken in de zona di rifinitura en de backs trekken naar binnen om te helpen in de opbouw. De verdedigende middenvelder positioneert zich tussen de twee centrumverdedigers afhankelijk van de formatie van de tegenstander (één of twee spitsen voorin).
In onze aanvallende fase staan wij derhalve gepositioneerd als een 3-2-5 of een 2-3-5.
Maar ook bovenstaande loopacties staan niet vast. Afhankelijk van de kwaliteiten van de spelers en de ruimtes op het veld kan er geroteerd worden: de linksback kan opstomen en de vleugel bezetten, waardoor de vleugelspeler naar binnen knijpt richting de zona di rifinitura en een centrale middenvelder terug kan zakken om de taak van de back over te nemen.

1.3 AANVAL OP ACHTERSTE LINIE

De verdediging van de tegenstander moet met minimaal vijf spelers (de twee buitenspelers, de spits en de twee centrale middenvelders) worden aangevallen, waarbij onze aanvallende linie in totaal soms uit zes of zeven man kan bestaan.

We kunnen onze aanvallen op de achterste linie van de tegenstander terugbrengen tot drie veelvoorkomende situaties:

– speler in de zona di rifinitura zoekt naar een persoonlijke oplossing (via 1-2 en diepgang, schot van buiten de zestien, 1-op-1 met verdediger, creëren van ruimte voor ploeggenoot of combinatiespel)

– speler in de zona di rifinitura wacht op diepte om zich heen (naar binnen snijden van vleugelspelers of diepgang van centrumaanvaller / centrale middenvelders)

– bal richting speler op de vleugel, tegenstander voorbij in een 1-tegen-1 en de bal voorzetten. (Vanaf de vleugels proberen we of (vroege) voorzetten te geven of de achterlijn te halen en de bal terug te leggen op de strafschopstip).

Een directere manier van aanvallen zal worden gebruikt wanneer de defensieve lijn van de tegenstander dermate hoog staat of de vijandelijke verdediging door een eventuele persoonlijke fout makkelijker open te breken is.
Om te blijven variëren in ons spel en zo onvoorspelbaar mogelijk te blijven, kunnen we desgewenst korte snelle passing af te wisselen met een plotseling loopactie in de diepte, ook vanuit Zone 1 of 2 (“Directe aanval”).

Wij proberen desondanks om ons zo vaak mogelijk in de zona di rifinitura te manoeuvreren.
Met de bal in bezit en de blik richting het vijandelijke doel dienen tenminste twee spelers de diepte te kiezen.
De achterste linie moet ten alle tijden worden aangevallen met loopacties en positiewisselingen.

Wij vragen aan onze spelers die zich in een offensieve positie bevinden om het doel aan te vallen en het strafschopgebied te vullen.

Wij willen de vijandelijke zestienmeter met minimaal 3 tot 4 spelers bezetten, met extra aandacht voor de vleugelspeler die voorzetten vanaf de andere kant kan afronden bij de tweede paal.

Binnen een manier van spelen vol principes en ruimtes is het bovendien belangrijk om specifieke aanvalsopzetten en loopacties in te studeren, zodat de spelers in de ‘final third’ voldoende vastigheden, automatismen en doelkansen krijgen. In deze ingestudeerde aanvallen is ruimte voor de individuele kwaliteiten van onze spelers.

Ik ben er echter van overtuigd dat de creativiteit en het talent van de spelers het in de ‘final third’ de boventoon moet voeren, waarbij spelers vrij zijn om beslissend te zijn op welke manier zij ook willen.
De organisatie, structuur en principes van ons spel zijn erop gericht om onze spelers via positiewisselingen en loopacties in de ‘final third’ te brengen, waardoor er ruimte ontstaat voor de beslissende kwaliteiten van onze belangrijkste aanvallende spelers.

2. VERDEDIGING

2.1 PRESSING

In verdedigend opzicht hebben wij twee doelen:
– geen tegendoelpunt incasseren
– de bal zo snel en zo hoog mogelijk heroveren

Ik wil spelen met een verdediging wier doel niet enkel is om het eigen doel schoon te houden, maar dat ook een middel is om de bal te heroveren op een positie op het veld die gevaarlijk is voor de tegenstander. Bovendien brengt het heroveren van de bal op de helft van de tegenstander ook mentale gevolgen met zich mee: het zelfvertrouwen van de tegenpartij zakt, terwijl wij juist een confidence boost krijgen die ons kan helpen om de wedstrijd te domineren en het voetbal te spelen dat wij voor ogen hebben.

Riaggressioni: Wij willen de bal na balverlies onmiddellijk weer terugwinnen om opnieuw in balbezit te komen, en gebruiken rugdekking en onze dichtstbijzijnde spelers om de bal al op de helft van de tegenstander te heroveren zonder dat we terug hoeven te zakken op eigen helft. Een team dat verdedigt door naar voren te rennen.
Bij balverlies opent de dichtstbijzijnde speler de jacht op de tegenstander, al is het hoofddoel daarbij niet enkel om de bal terug te winnen (te gevaarlijk indien je voorbij wordt gedribbeld), maar om de bal vast te houden op hetzelfde deel van het veld en de tegenstander tot fouten te dwingen.

Enkele onderzoeken uitgevoerd door mijn staf laten zien zien dat topteams per duel gemiddeld 30 tot 35 van deze riaggressioni uitvoeren, met een succespercentage van 70% (onmiddellijke herovering van de bal op dezelfde zone van het veld). De gemiddelde duur van zo’n ‘klopjacht’ is vijf seconden, waarbij gemiddeld 2,5 speler betrokken is.

Het zijn voornamelijk middenvelders die het vaakst bij deze onmiddellijke balheroveringen betrokken zijn, waarbij de absolute topspelers soms meer dan twaalf riaggressioni per duel voltooien.

De zones waarin deze het vaakst plaatsvinden, zijn de halfspaces en de vleugels. In de centrale delen van het veld heeft de tegenstander vaak teveel afspeelmogelijkheden en ruimte om de bal te verplaatsen. Ook in de vijandelijke zestienmeter zijn deze onmiddellijke balheroveringen amper mogelijk omdat de bal daar vaak zo snel mogelijk wordt weggeschoten.

Het team hanteert twee verschillende manieren van verdedigen, afhankelijk van de spelsituatie en de context. Bevindt de bal zich op de helft van de tegenstander, dan zetten we hoog druk. Bevindt de bal zich op onze eigen helft, verdedigen we afwachtender.

Wij zetten de vijandelijke opbouw van achteruit hoog onder druk en loeren daarbij op de counter, door te proberen om één of twee tegenstanders te isoleren en te dwingen tot fouten. Onze eigen achterste linie verdedigt hoog en agressief, waarbij het de rol is van de doelman om rugdekking te verlenen aan de verdediging en te voorkomen dat de tegenstander een oplossing in de diepte kan zoeken. Indien we de bal heroveren in de ‘final third’, vallen we het doel van de tegenstander onmiddellijk aan (voor 5 tot 10 seconden, mondt dit niet uit in een schot of doelpunt, houden we balbezit en nemen we onze gebruikelijke aanvallende posities in). We proberen de tegenstander te isoleren door deze richting de zijlijn te duwen. De centrumaanvaller geeft aan wanneer er druk moet worden gezet, al geeft de verdediging het sein wanneer er door het hele elftal kan worden opgerukt naar voren.

Bij doeltrappen van de tegenstander proberen wij de doelman te dwingen om de bal te spelen richting een bepaalde zone of bepaalde speler die wij het minst gevaarlijk achten.

Ook op dit gebied hebben wij enkele specifieke onderzoeken uitgevoerd: de grootste teams van Europa maken gemiddeld 45 keer per wedstrijd gebruik van een vorm van pressing en verdedigen gemiddeld tussen de 12 en 14 minuten naar voren toe. Ongeveer 60% van deze acties leidt tot een balherovering en de pressing van goed georganiseerde teams wordt slechts 10 tot 15% van de tijd doorbroken door een tegenstander. Zodra een hoge pressing wordt doorbroken, neemt de kans op een gevaarlijke aanval echter aanzienlijk toe.

2.2 DEFENSIEVE WILSKRACHT

Indien de tegenstander de bal heeft op onze helft nemen wij onze verdedigende posities aan en zorgen we ervoor dat er rugdekking wordt verleend. Van het korte mandekken in onze pressing stappen we over op het dekken van man én zone. Wij staan niet toe dat er “key passes” worden gegeven of spelers terechtkomen in onze zona di rifinitura (die wij zo kort mogelijk houden door een hoge achterste linie te hanteren en de middenvelders zo kort mogelijk op de verdediging te positioneren).

Wij staan altijd in de baan van de bal.
Als onze vleugelspeler in de eigen ‘final third’ naar het centrum trekt en daar een vrije tegenstander vindt tussen hemzelf en de dichtstbijzijnde centrale middenvelder, positioneert hij zich altijd aan de binnenkant zodat de tegenstander richting de zijlijn (en weg van de zona di rifinitura) wordt gedreven.

Het team moet strak en compact verdedigen, waarbij de aanvallers samen moeten werken en klaar moeten zijn om de bal zo dicht mogelijk bij het vijandelijke doel te heroveren.
Vaak wordt een afwachtende laatste in het geval van balbezit van de tegenstander op de helft van de tegenpartij verward met ‘passief verdedigen’.
Maar steeds vaker zien we in het moderne voetbal dat teams die op eigen helft laag verdedigen dezelfde mentaliteit en wilskracht tentoonspreiden als wanneer zij de bal proberen te heroveren op de helft van de tegenstander via hoge pressing.

De term intensiteit wordt bijna altijd gelinkt aan een indrukwekkende fysieke performance, iets wat absoluut niet mag worden onderschat, maar het échte verschil tussen kleine en grote teams is te zien in de mentale intensiteit, in de onverzettelijke wil om de bal te willen heroveren op welke manier dan ook.

2.3 ACHTERSTE LINIE

In verdedigend opzicht bestaat de laatste linie bestaat uit vier man. Ze staan hoog en verdedigen agressief door op de tegenstander, waarbij er in het bijzonder moet worden gelet op de positionering van de doelman.

De rol van doelman is de afgelopen twintig jaar niet alleen veranderd in de opbouwende fase, maar ook bij het innemen de defensieve stellingen. Tot enkele jaren geleden hoefde een keeper eigenlijk alleen maar de kwaliteiten te bezitten om zijn “doel te verdedigen”. In het moderne voetbal is het de taak van trainer en doelman om gigantisch veel aandacht te besteden aan het “spel met de bal aan de voet” (zoals we al hebben gezien in de hoofdstukken over onze aanvallende fase) en het “verdedigen van de ruimte“. De keeper is onzichtbaar verbonden met zijn eigen achterste lijn, dus als de gehele verdediger naar voren oprukt om de tegenstander onder druk te zetten, moet de doelman ook naar voren komen, waarbij hij verantwoordelijk is voor het verlenen van rugdekking aan zijn defensie zodat de tegenstander geen diepte kan zoeken.

Andere belangrijke concepten van onze verdedigende lijn:

Doordekken op spelers en de tegenstander in een 1-tegen-2 brengen waarbij één verdediger instapt en de ander rugdekking verleent.

Een interessante oplossing in het geval van balbezit van de tegenstander in onze ‘final third’ kan zijn dat wij een centrale middenvelder terug laten zaken tot tussen onze centrale verdedigers, zodat wij met 5-man zo breed mogelijk kunnen verdedigen, waarbij de grootste druk vanuit het centrum kan komen.
Ook in dat geval geldt dat dit afhangt van de kwaliteiten van onze middenvelder en de situatie waarin de wedstrijd zich bevindt.

Wij proberen om te voorkomen dat wij met twee man tegelijkertijd doordekken op dezelfde speler, maar tegen specifieke spelers kunnen wij er voor kiezen om de verdediger die rugdekking verleent op maximaal 5 meter van de ‘voorste’ verdediger te positioneren.

Zodra de tegenstander de bal heeft aan de zijkant van het veld, hanteren wij zoneverdediging. Hierbij blijft onze verdediger in de buurt van zijn tegenstander, zonder deze strak te dekken, al moet er daarbij worden uitgekeken voor eventuele loopacties van de tegenpartij.

We hebben het strafschopgebied in zes verschillende zones onderverdeeld. Bij balbezit van de tegenstander op de vleugel is onze dichtstbijzijnde centrale verdediger de eerste die beweegt en zich iets voorbij de eerste paal positioneert (de afstand van die paal kan variëren) om zo Zone 1 af te dekken. De verdediger in Zone 1 moet proberen om voorzetten richting de eerste paal of teruggetrokken voorzetten richting de strafschopstip te verdedigen en fungeert zo als de eerste laag van bescherming. De andere centrale verdediger stelt zich op in Zone 2. De back aan de andere kant van het veld knijpt naar binnen en houdt zich op in Zone 3 en/of 6. Elke speler past zijn positie in de zone aan aan die van zijn directe tegenstander. Om die reden kan de back aan de andere kant van het veld ook terechtkomen in de centrale Zones 2 en 5, indien we daar in ondertal zijn. De centrale middenvelder rent in de richting van de penaltystip en positioneert zich – afhankelijk van de aanwezigheid van een tegenstander – in Zone 4 of 5. De buitenspeler aan de andere zijde van het veld rent richting Zone 5, maar is ook verantwoordelijk voor Zone 6. De buitenspeler aan de kant van het veld waar de bal zich bevindt, houdt zich op in Zones 4, 5 of 6, afhankelijk van de aanwezigheid van teamgenoten of tegenstanders in die zones.

3. OMSCHAKELING

In het moderne voetbal zijn de omschakelingen tegenwoordig van levensbelang. Zij zijn niet langer enkel een middel om snel te counteren, maar vormen ook de grens tussen aanval en verdediging en daardoor vaak tussen twee verschillende formaties en onderlinge positioneringen. Hoe deze omschakeling zo snel mogelijk kan worden uitgevoerd is voer voor verder onderzoek en kan hét verschil maken tussen een goede prestatie of een slechte prestatie.

In het uiteenzetten van onze offensieve en defensieve ideeën hebben we al uitgebreid gepraat over de momenten waarop er sprake moet zijn van omschakeling, aangezien dit zo’n essentieel onderdeel van het spel vormt. Voor het gemak en de duidelijkheid hebben wij onze principes hierover nog eens op een rij gezet.

3.1 VAN VERDEDIGING NAAR AANVAL

De omschakelingen van verdediging naar aanval zijn één van de spelsituaties waarin de karakteristieken en kwaliteiten van de beschikbare spelers de ideeën en principes van de trainer kunnen en moeten beïnvloeden. Door middel van technische middenvelders, buitenspelers en aanvallers in de selectie kun je snel omschakelen naar de aanval; als je daarentegen voornamelijk spelers op het veld hebt staan die beter zijn in het rondspelen van de bal en het maken van loopacties, is het aangeraden om de bal in bezit te houden en de aanval te zoeken via positiespel.
Een ander onderdeel dat absoluut bekeken dient te worden is de zone van het veld waarop de bal wordt veroverd: gebeurt dit op de helft van de tegenstander, dan heeft het de voorkeur om een counter in te zetten om zo de vijandelijke verdediging te verrassen.

Met de wetenschap in het achterhoofd dat het spel continu op en neer kan gaan, is het van belang om je in beide omschakelingsfases (aanvallend naar verdedigend en vice versa) preventief te positioneren.
Met een preventieve positionering wordt er bedoeld dat spelers die niet meer deelnemen aan de fase waarin we ons bevinden zich zo positioneren dat zij er klaar voor zijn om razendsnel om te kunnen schakelen.

Bij omschakelingen van de verdediging naar de aanval kunnen onze aanvallers zich, zodra onze verdediging ver terugzakt en de aanvallers geen rol meer hebben, preventief positioneren tussen de linies, zoals bijvoorbeeld in de ruimte aan de zijlijn waar de back van de tegenstander heeft besloten om naar binnen te knijpen of op te stomen. Op het moment dat onze verdediging de bal achterin heeft heroverd, hebben zij de mogelijkheid om de vrijstaande aanvaller onmiddellijk te bereiken. Als de aanvaller vervolgens wordt ‘opgevangen’ door een centrale verdediger van de tegenpartij, betekent dit automatisch dat er meer ruimte ontstaat in het centrum van de vijandelijke defensie, waar wij vervolgens in moeten duiken.

Uit onze eigen onderzoeken komt naar voeren dat de gemiddelde gevaarlijke omschakeling ongeveer 10 tot 12 seconden duurt, er gemiddeld twee passes voorafgaan aan een schot richting doel en hier gemiddeld ongeveer drie spelers bij betrokken zijn.

3.2 VAN AANVAL NAAR VERDEDIGING

Eén van onze voornaamste wapens bij de omschakeling van aanval naar verdediging is de eerder uitvoerig besproken riaggressione, de jacht op onmiddellijke herovering van een verloren bal.

Ook in verdedigend opzicht speelt preventieve positionering een belangrijke rol: wanneer wij aanvallen en daarvoor enkele verdedigers niet meer gebruiken, moeten zij al nadenken over een eventuele verdedigende omschakeling door tegenstanders te dekken waardoor de tegenpartij simpelweg niet snel om kán schakelen.
Dit preventief dekken van man en ruimte staat in verband met de fase waarin wij de bal onmiddellijk terug proberen te veroveren: de spelers rondom de verloren bal sluiten de passlijnen en de tegenstanders zo snel mogelijk af, terwijl de verdedigers dankzij hun preventieve positionering er voor zorgen dat de tegenpartij de bal ook voorin niet kwijt kan.

Voornamelijk in deze preventieve dekking van de vijandelijke centrumaanvallers proberen wij hen in een 1-tegen-2 te brengen, om hen zo snel mogelijk uit te schakelen. Echter is ook dit afhankelijk van de karakteristieken en kwaliteiten van zowel onze spelers als die van de tegenstander.

Tegen aanvallers die goed georganiseerd staan om de bal te verdedigen, is het preventief dekken voornamelijk gericht op het voorkomen dat de tegenstander überhaupt in het duel komt; tegen snelle buitenspelers kan de voorkeur daarentegen komen te liggen op het preventief afsluiten van de ruimtes in de rug van de meest naar voren geschoven verdediger.

CONCLUSIE

Ik heb geprobeerd om het voetbal dat ik gedachten heb tentoon te spreiden en concreet te maken. Een idee over voetbal dat is geboren tijdens mijn loopbaan als speler en is gegroeid door de studies die ik volgde nadat ik mijn schoenen aan de wilgen heb gehangen. Ik geloof dat een proactieve, aanvallende manier van spelen grote voordelen met zich mee kan brengen. Het kan zorgen voor meer enthousiasme vanaf de tribunes en een grotere betrokkenheid tussen spelers en staf. Dit geeft de mogelijkheid de teamgeest te creëren die aan de basis ligt van succes. Ik ben er verder van overtuigd dat het nastreven van deze manier van voetbal een grotere garantie geeft op het behalen van titels.

Voetbal is een sport waarbij het verschil tussen winnen en verliezen vaak kleiner is dan bij andere grote sporten (van basketbal tot volleybal). Dit “kleine maar grote” verschil leidt er soms toe dat het team wat de overwinning eigenlijk verdient deze niet over de streep kan trekken. Talloze onderzoeken hebben daarentegen aangetoond dat een team op de middellange termijn altijd zal krijgen wat het verdient op basis van het vertoonde spel. Des te meer reden om vanaf het allereerste begin een zo verzorgd mogelijk soort voetbal te spelen waarbij het draait om het creëren van doelkansen. Op termijn leidt dat het snelst tot de victorie!

Ik wil de collega’s en docenten die ik tijdens deze cursus heb leren kennen graag bedanken. Deze cursus was mede zo uitdagend en stimulerend dankzij jullie. Daarnaast wil ik mijn staf, de mensen waarmee ik deze spelfilosofie heb gedeeld, bedanken.

Tenslotte een dankwoord voor de teamgenoten die mij tijdens mijn carrière hebben bijgestaan en voor alle trainers die ik heb gehad, iedereen heeft mij iets bijgebracht: Moro, Reja, Materazzi, Hodgson, Lucescu, Simoni, Colomba, Mazzone, Ancelotti, Leonardo, Conte, Allegri, Viera. En bij het nationale team: Tardelli, Gentile, Trapattoni, Lippi, Donadoni e Prandelli.

Een dikke kus en knuffel aan mijn gezin, zij zijn mijn grootste schat en zijn het eerste en laatste waar ik elke dag aan denk.

Andrea Pirlo

Lo Stadio S02E45

Meer voetbal dan ooit, want tussen onze vorige aflevering en die van vandaag zaten maar liefst twee speelrondes! Waar Inter nog sterk begon met een 6-0 zege op Brescia, lieten de nerazzurri het afgelopen weekend liggen tegen Bologna-duo Musa & Musa. Ook Lazio lijkt af te haken om de titelstrijd: het verloor zonder topscorer Ciro Immobile kansloos in het eigen Stadio Olimpico van Milan. Juventus is de grote winnaar van de week, met twee overtuigende zeges tegen Genoa (1-3) en Torino (4-1). Ook de malaise bij Roma, de degradatiestrijd en de toekomst van Atalanta komt voorbij. Nu live!

Spotify: https://open.spotify.com/episode/0ktng6BcXMoFjT2OkvcySI

iTunes: https://podcasts.apple.com/nl/podcast/lo-stadio-s02e45-gelopen-titelrace-spannende-degradatiestrijd/id1458973988?i=1000482846573

Isaac in Italia – Carlo Musa

Isaac van Aggelen ging op zijn eigen dakterras in gesprek met sportief directeur Carlo Musa, die recentelijk werkte voor Avellino en inmiddels in de belangstelling staat van veel grotere clubs. Musa is pas 30 jaar oud en geldt als één van de jongste directeuren van Italië. Het hele interview is nu te zien op ons YouTube-kanaal!

De Grote Serie A-uitspraakgids

Je kent het wel, je komt al jaren in Italië en hebt de taal eindelijk een beetje onder de knie, maar toch weet je af en toe nog niet helemaal hoe je bepaalde woorden of namen moet pronunciare. Dat is heel normaal, want in tegenstelling tot in het Frans of Spaans gebruikt het Italiaans zelden ‘accentjes’ om aan te geven waar de klemtoon ligt en bovendien vliegen de vreemde lettercombinaties je om de oren. Daarom proberen we jullie kennis met deze gids een beetje bij te schaven.

Tussen de [haakjes] vind je de uitspraak van de naam of het woord. Het onderstreepte deel in hoofdletters is de klemtoon. Lettergrepen zijn van elkaar gescheiden door een punt.

C

Cerci [TSJER.tsjie] – Een enkele c wordt zowel vóór een i als e uitgesproken als tsj

Bonucci [bo.NOE.tsjie], Lecce [LE.tsje] – Een dubbele c wordt zowel vóór een i als e uitgesproken als tsj

Cassano [kas.SA.no], Conte [KON.te], Cutrone [ku.TROO.ne] – Een c wordt vóór een a, o en u altijd uitgesproken als k

Riccardo [ri.KAR.do], Miccoli [MI.ko.lie], Cuccureddu [ku.ku.REH.du] – Een dubbele c wordt vóór een a, o en u altijd uitgesproken als k

Che [KE] – Een enkele of een dubbele c wordt vóór een h wordt altijd uitgesproken als k

G

Gentile [djen.TIE.le], Gilardino [djie.lar.DIE.no] – Een enkele g wordt zowel vóór een i als e uitgesproken als dj in jungle

Baggio [BA.djo], legge [LEH.dje] – Een dubbele g wordt zowel vóór een i en e uitgesproken als dj in jungle

Gattuso [ga.TOE.so], Gollini [go.LIE.nie], Guglielmo [goe.LJEL.mo] – Een g wordt vóór een a, o en u altijd uitgesproken als g in goal

Biraghi [bie.RA.gie] – Een g wordt vóór een h wordt altijd uitgesproken als g in goal

Gl

Tagliatelle [ta.ljiea.TEL.le] – De altijd lastige gl-klank wordt uitgesproken als lj in miljonair

Gn

Gnocchi [NJOK.kie] – De in Nederland onbekende gn-klank wordt uitgesproken als nj in Spanje

Q

De q wordt in het Italiaans uitgesproken als koe: Quagliarella [koe.wa.lja.REH.la]

Sc

De sc-klank wordt in het Italiaans uitgesproken als sj in sjaal, behalve voor de klinkers a, o en u.

Sch

De sch-klank klinkt in alle gevallen exact hetzelfde: spreek deze uit als sk in ski. Bernardeschi wordt dus uitgesproken als Bernardeski, niet als Bernardesjki.

U

De u wordt in het Italiaans uitgesproken als oe: Juventus [joe.VEN.toes]

Z

De z wordt in het Italiaans uitgesproken als dz: Zaza [DZA.dza]

Klemtoon

De klemtoon ligt in het Italiaans doorgaans op de één-na-laatste lettergreep, kijk maar naar de volgende voorbeelden:

Rugani [roe.GA.nie], Chiellini [kjel.LIE.nie], Toldo [TOL.do], Lippi [LIP.pie], Conte [KON.te]

In sommige gevallen ligt de klemtoon echter op de laatste lettergreep, dit wordt gelukkig (bijna) altijd aangegeven door een accent. Zie de volgende voorbeelden:

Niccolò [nie.koh.LOH], Barillà [ba.rie.LA], Pellè [peh.LEH]

Dan zijn er ook nog situaties waarin de klemtoon op de twee-na-laatste lettergreep ligt, helaas wordt dit zelden aangegeven met een accent. Zie de volgende voorbeelden:

Stefano [STEE.fa.no], Mandragora [man.DRA.goh.ra], Criscito [KRIE.sjie.to]

Lastige Italiaanse namen

Hieronder vind je de namen waarbij het qua uitspraak soms misgaat. Dikgedrukt vind je de klanken die vaak niet helemaal goed worden uitgesproken.

(Ex-)spelers

Francesco Acerbi [fran.TSJES.ko a.TSJER.bie]

Nico Barella [nie.koh.LOH ba.REH.la]

Andrea Barzagli [an.DREE.ja bar.DZA.ljie]

Federico Bernardeschi [fee.de.RIE.ko ber.nar.DES.kie]

Davide Biraschi [DA.vie.deh bie.RAS.kie]

Giacomo Bonaventura [DJA.ko.mo bo.na.ven.TOE.ra]

Gianluigi Buffon [djan.loe.WIE.djie BOE.fon]

Mattia Caldara [ma.TIE.ja kal.DA.ra]

Antonio Candreva [an.TO.nie.jo kan.DREE.va]

Federico Chiesa [fee.de.RIE.ko KJEE.sa]

Domenico Criscito [doo.MEE.nie.ko KRIE.sjie.to]

Samuel Di Carmine [SA.moe.wel die KAR.mie.neh]

Simone Edera [sie.MO.neh EE.deh.ra]

Sebastiano Esposito [seh.bah.stie.JA.no es.PO.sie.to]

Paolo Fara [PAU.lo fa.ra.GO]

Sergio Floccari [SER.djo FLOK.ka.rie]

Roberto Gagliardini [ro.BER.to ga.ljiar.DIE.nie]

Emanuele Giaccherini [ee.ma.noe.WE.le DJA.keh.rie.nie]

Ciro Immobile [TSJIE.ro ie.MO.bie.leh]

Armando Izzo [ar.MAN.do IE.dzo]

Manuel Lazzari [MA.noe.wel LA.dza.rie]

Fabio Lucioni [FA.bi.jo loe.TSJO.nie]

Cesare Maldini [TSJEE.za.reh mal.DIE.nie]

Marco Mancosu [MAR.ko man.KO.soe]

Rolando Mandragora [ro.LAN.do man.DRA.goh.ra]

Vincenzo Millico [vien.TSJEN.dzo MIE.lie.ko]

Alberto Paloschi [al.BER.to pa.LOS.kie]

Graziano Pellè [gra.DZJA.no pel.LEH]

Jacopo Petriccione [JA.ko.po pet.rie.TSJO.ne]

Fabio Quagliarella [FA.bie.jo koewa.ljia.REL.la]

Giuseppe Rossi [DJOE.seh.pe ROS.sie]

Daniele Rugani [da.niej.EH.leh roe.GA.nie]

Gianluca Scamacca [djan.LOE.ka ska.MAK.ka]

Mattia De Sciglio [ma.TIE.ja de SJIE.ljie.jo]

Stefano Sensi [STEE.fa.no SEN.si]

Omar Sivori [OO.mar SIE.vo.rie]

Leonardo Spinazzola [lee.jo.NAR.do spie.na.DZO.la]

Mattia Zaccagni [ma.TIE.ja dza.KAN.jie]

Nico Zaniolo [nie.koh.LOH dzaan.JO.lo]

X

(Ex-)trainers & andere personen

Andrea Agnelli [an.DREE.ja an.JEL.lie]

Daniele Doveri [da.niej.EH.leh do.VEER.ie]

Davide Nicola [DA.vie.deh nie.KOO.la]

Fabio Paratici [FA.bie.jo pa.RA.tie.tsjie]

Mino Raiola [MIE.no RA.jo.la]

Andrea Stramaccioni [an.DREE.ja stra.ma.TSJO.nie]

X

Stadions & Curve

Curva Fiesole (Fiorentina) [KOER.va FJEE.so.leh]]

Stadio Artemio Franchi (Fiorentina) [STA.di.jo ar.TEE.mi.jo FRAN.kie]

X

Clubs & Plaatsnamen

Cagliari [KAA.lja.rie]

Genoa [DJEE.no.wa]

Lazio [LA.dzi.jo]

Modena [MO.deh.na]

Trapani [TRAA.pa.nie]

Udine [OE.die.neh]

X

Voetbaltermen

Panenka/stiftje: Cucchiaio [koe.KJA.jo]

Transfervrij: A parametro zero [a pa.RA.mee.tro DZEH.ro]

X

NB: Mis je nog iets? Laat het ons dan zo snel mogelijk weten! Kijk in de tussentijd misschien alvast eens op uitspraakdatabase Forvo.

Zo word je in 2020 een Serie A-kenner

Ook in Italië is het winterstop. Maar niet getreurd, want de Serie A wordt op 5 januari alweer hervat. Reden genoeg om je de komende week nog even goed in te lezen. Hier alvast zeven tips om in 2020 goed beslagen ten ijs te komen. Hoe word je in 2020 een kenner van het Italiaanse voetbal?

  1. Leer Italiaans

Allereerst is vrij belangrijk om de Italiaanse taal te leren. Wil je het voetbalnieuws uit de eerste hand verkrijgen en je eigen mening kunnen vormen, dan is het essentieel om je Italiaanse voetbalvocabulaire bij te spijkeren. Het snelste leer je de taal in het Italië zelf. Lukt het begrijpelijkerwijs niet om een periode in Bologna, Florence of Milaan te vertoeven, dan is het een aanrader om Duolingo te downloaden. Met deze handige app heb je de basics snel onder de knie. Koop daarnaast het Italiaans-Nederlands voetbalwoordenboek van David Endt en je begrijpt eind 2020 de stukken in de Gazzetta dello Sport, de tweets van Gianluca di Marzio en het Italiaanse commentaar bij Bologna-SPAL.

  1. Neem een abonnement op de Gazzetta dello Sport

Een volgende stap is het lezen van de Italiaanse sportkranten. De Corriere dello Sport en de TuttoSport spitsen zich ook vooral op het voetbal toe, maar er gaat ook anno 2020 niets boven de stukken van de Gazzetta dello Sport. Wil je weten dat Lazio-middenvelder Sergej Milinkovic-Savic vroeger eigenlijk basketballer wilde worden, Sassuolo-spits Francesco Caputo zichzelf vroeger op FIFA altijd in de basis naast Cristiano Ronaldo zette en dat Atalanta-doelman Pierluigi Gollini ooit een raptrack opnam, dan is het een absolute aanrader om iedere morgen de eerste tien pagina’s van de Gazzetta te lezen. Nu je Italiaans kan kom je daar makkelijk doorheen, natuurlijk. Let vooral op de verstopte verwijzingen naar de filosofie en cultuur. Het maakt de Italiaanse sportkranten de besten ter wereld.

  1. Kijk heel veel wedstrijden

Misschien een open deur, maar het allerbelangrijkste is om naar heel veel wedstrijden te kijken. Ziggo Sport verzorgt de uitzendingen rondom het Italiaanse voetbal goed en zendt ieder weekend de vier mooiste Serie A-wedstrijden uit. Maar je wil natuurlijk ook de duels tussen Lecce en Brescia niet missen. Neem daarom een abonnement op de Serie A Pass. Voor vijf euro per maand mis je geen enkele wedstrijd meer. Voortaan kun je alles vertellen over de driedubbele schaar van SPAL-verdediger Igor en de vreemde beslissingen van scheidsrechter Abisso. Lukt het je een keer niet om een wedstrijd live te zien, dan is er geen man over boord. De samenvattingen van ieder Serie A-duel zijn tegenwoordig vrij snel na het eindsignaal op het YouTube kanaal van de competitie te zien.

  1. Volg de juiste Twitteraccounts

We gaan verder, want ook in 2020 zal Twitter de snelste bron van informatie zijn. Zorg hierbij dat je de juiste Italiaanse journalisten volgt. Op deze manier ben je heel snel op de hoogte van de nieuwe blessure van Milan-verdediger Mattia Caldara, het ontslag van Fiorentina-trainer Vincenzo Montella en de overgang van Sofyan Amrabat naar Napoli. Belangrijk hierbij wel is om het kaf van het koren te scheiden. Vanuit Italië wordt er echt heel veel nepnieuws verspreid. Het volgen van fanaccounts en échte transferroddelaars is – zeker tijdens de zomer- en wintermercato – vrij gevaarlijk. Neem alles in je op, maar verspreid het vooral niet te snel. Verkondig je dat Messi naar Inter transfereert, maar gaat de transfer uiteindelijk niet door, dan staat je geloofwaardigheid al direct op het spel. Houd vooral de tweets van Gianluca Di Marzio bij. Hij is de koning van de Italiaanse transfermarkt.

  1. Lees de belangrijkste boeken

Er is in het verleden heel erg veel over het Italiaanse voetbal geschreven. Ik heb geen lijstje van boeken die je écht gelezen moet hebben, maar het is een absolute aanrader om ‘Calcio’ van John Foot aan te schaffen. In de dikke pil behandelt Foot de historie van het Italiaanse voetbal. Eigenlijk alles komt langs; van de dood van Gigi Meroni tot het verhaal over de knotsgekke eigenaar van Perugia. Op deze manier oriënteer je jezelf vrij breed op het gebied van Italiaans voetbal. Ben je meer geïnteresseerd in het verhaal van spelers en trainers, dan zijn ook de biografieën van Andrea Pirlo en Javier Zanetti een enorme aanrader. Verwacht daarin trouwens niet heel veel randzaken. Beide spelers waren geen type Andy van der Meijde.

  1. Luister de goede podcasts

Niet helemaal verrassend dat deze in het lijstje staat, natuurlijk. Via de juiste Serie A-podcasts blijf je goed op de hoogte van het Italiaanse voetbal. Hierbij ga ik niet onze eigen podcast aanraden. Het kan in ieder geval lonen om naar Golazzo: The Italian Football Show te luisteren. De drie hosts – die deze tips niet nodig zouden hebben – weten echt gigantisch veel over calcio en zitten boordevol mooie anekdotes. James Richardson, James Horncastle en Gabriele Marcotti zijn dan ook het te volgen voorbeeld. Iedere week behandelen de mannen een episode van het Italiaanse voetbal. Iedere week is het weer genieten.

  1. Je bent de VAR al twee jaar zat

Je spreekt Italiaans, je hebt een abonnement op de Gazzetta dello Sport en je hebt afgelopen weekend naar een Serie B-duel zitten kijken. Nu is het belangrijk om de act voor de volle honderd procent uit te voeren. Vraagt iemand je iets over de Italiaanse scheidsrechters, dan is het voortaan belangrijk om te stellen dat ze er allemaal niets van bakken. Daarnaast had de vorige overwinning van Juventus toch weer een klein luchtje en was het écht des Inters dat ze afgelopen weekend een 3-0 voorsprong verspeelden.

Bovendien heb je een hekel aan het Engelse voetbal. Je vindt het vooral bizar dat de Premier League-kijkers er nu pas achter komen dat de VAR op deze manier niet werkt. In Italië – waarover je benadrukt dat de videoscheidsrechter al in het seizoen 2016-17 werd ingevoerd – gaat het namelijk al drie seizoenen mis.

Ook belangrijk: je verkondigt dat Alberto Gilardino een superbomber was en dat er momenteel geen regista in de buurt van het niveau van Andrea Pirlo in 2012 komt. Je hebt het bovendien niet over de transfermarkt, maar over de mercato.

Daarnaast zeg je geen AC Milan meer, maar Milan. Inter Milaan is uit den boze, want het is Inter of Internazionale. Je verandert AS Roma in Roma en het is al helemaal uitgesloten dat je Hellas Verona over je lippen krijgt. Het is namelijk ‘gewoon’ Verona. Wanneer iemand Chiellini verkeerd uitspreekt of de klemtoon bij Candreva op de verkeerde plek legt, dan zeg je niets, maar neem je de desbetreffende persoon direct niet meer serieus.

Voer je de act goed uit, dan is het echt essentieel dat het Italiaanse voetbal voortaan op de eerste plek staat. Je begrijpt dan ook niet dat je vrienden er niet naar kijken. Er is namelijk niets mooiers.

Volg de bovenstaande zeven tips. Wie weet mag je jezelf dan binnenkort een Serie A-kenner noemen. Succes.