Andrea Pirlo – “Il calcio che vorrei”

Hieronder vind je de Nederlandse vertaling van de scriptie geschreven door Juventus-trainer Andrea Pirlo voor het behalen van zijn UEFA Pro-licentie. Andrea Pirlo ontving 107 van de te behalen 110 punten voor dit boekwerk. Onderstaande vertaling werd gemaakt door Wesley Victor Mak.

INDEX

Introductie

Spelers

1. AANVAL

1.1 – Opbouw

1.2 – Aanvalsopzet

1.3 – Aanval op achterste linie

2. VERDEDIGING

2.1 – Pressing

2.2 – Defensieve wilskracht

2.3 – Achterste linie

3. OMSCHAKELING

3.1 – Van verdediging naar aanval

3.2 – Van aanval naar verdediging

Conclusie

INTRODUCTIE

Het idee achter mijn voetbal is gebaseerd op de wil om proactief, aanvallend voetbal te spelen vanuit balbezit. Ik wil dat mijn team totaalvoetbal speelt, met elf spelers die zowel in aanvallend als verdedigend opzicht constant in beweging zijn. Door gebruik te maken van tijd en ruimte hebben wij de ambitie om het spel in beide fases naar ons toe te trekken.

Het “spel” moet de leidraad vormen voor mijn team. Met “spel” bedoel ik een combinatie van principes, positionering en emoties tussen de spelers zelf. Een manier van spelen die is gebaseerd op het collectief, maar waarin de beste individuele kwaliteiten ook tot uiting kunnen komen.

De twee pilaren waarop mijn idee steunt, hebben te maken met de bal: we willen en moeten hem zo snel mogelijk hebben zodat we kunnen aanvallen, en we moeten tot het sportieve uiterste gaan om hem bij balverlies zo snel mogelijk te heroveren.

In het moderne voetbal krijgt de formatie langzaamaan een iets andere functie. Waar we vroeger stellig vasthielden aan een opstelling, is het tegenwoordig belangrijker om vaak van positie te wisselen en de taken uit te voeren die bij elke afzonderlijke positie horen, ongeacht of die positie nu van jou is of niet. De formatie is afhankelijk van de fase waarin je je begeeft (ben je in de aanval of in de verdediging?) en van de spontane gebeurtenissen op het veld.

We zijn dan ook meer dan ooit op zoek naar technische, dynamische spelers en hechten belang aan een goede passeerbeweging, voornamelijk van toepassing op de spelers op de vleugels. Via onze trainingsvormen willen wij de spelers helpen om situaties te herkennen en zich zo snel mogelijk aan te passen aan het steeds sneller wordende spel.

Onze grootste uitdaging is het definiëren en creëren van de ideale CONTEXT (tactisch, technisch, fysiek/atletisch en emotioneel) om het beste uit onze spelers te halen. Ik wil verder ook graag de ploegen noemen die een grote inspiratiebron vorm(d)en in mijn ‘opvoeding’ als voetbaldenker. Teams en trainers die ik als fan heb toegejuicht en clubs en coaches die ik op het veld ben tegengekomen als ploeggenoot of tegenstander: het Barcelona van Cruijff en later dat van Guardiola, het Ajax van Van Gaal, het Milan van Ancelotti tot aan het Juventus van Conte.

SPELERS

Zoals we verder in deze scriptie zullen zien is de betekenis van de term ‘rol’ in het moderne voetbal aan veel verandering onderhevig. Het is geen vaste positie meer waarbij je de karakteristieken van een speler van tevoren kunt invullen, maar wordt een ‘rol’ steeds vaker andersom bepaald: door de functie van en de opdrachten voor een speler op het veld. Daardoor komen de kwaliteiten van de speler voornamelijk naar voren via de instructies die wij hem meegeven. Laten we desondanks gebruik maken van de ‘klassieke rollen’ om de belangrijkste kwaliteiten die spelers op het hoogste niveau van het moderne voetbal moeten bezitten op een rij te zetten.

• DOELMAN

Los van de klassieke karakteristieken die een doelman moet bezitten om zijn doel goed te kunnen verdedigen, dient een moderne doelman de ruimte voor zich te kunnen verdedigen en ook een rol te spelen in het spel van zijn ploeg in balbezit. Het verdedigen van de ruimte voor zijn neus wordt cruciaal om de gaten te dichten die vallen door een hoog staande, aanvallende achterste linie. In balbezit is de doelman in alle opzichten een speler die in de opbouw de meest efficiënte oplossing kan zoeken, de bal rond kan laten gaan en met een pass meerdere linies kan doorbreken.

• CENTRALE VERDEDIGER

Samen met die van de doelman is de rol van centrale verdediger de afgelopen dertig jaar het meest veranderd, zowel in verdedigend als in aanvallend opzicht. Vroeger bestond het takenpakket van een mannetjesputter enkel uit het uitschakelen van de directe tegenstander, later werd er door de invoering van ‘zones’ vereist dat een verdediger snel kon schakelen en ruimtes en situaties kon lezen. Tegenwoordig moet een centrumverdediger beide vaardigheden bezitten, alsook het talent om grotere ruimtes te bestrijken wanneer er offensief voetbal wordt gespeeld waarbij er met veel spelers tegelijk wordt aangevallen. In de opbouw is de centrale verdedigers de eerste regista van het team geworden, en wordt er steeds vaker gevraagd om in te kunnen dribbelen wanneer middenvelders en aanvallers in de dekking staan. Er worden tegenwoordig bijna evenveel “key passes” (passes die minimaal één linie doorbreken) gegeven door verdedigers als door centrale middenvelders, die voorheen altijd deze statistieken aanvoerden.

• BACKS

Dit is een enorm flexibele rol, er zijn backs die onderling enorm van elkaar verschillen, maar moderne tactieken zorgen ervoor dat er in meerdere spelsystemen optimaal gebruik van hen kan worden gemaakt. De aanvallende back met een goede voorzet zorgt voor extra breedte op de vleugels, een back die defensief sterk is kan uitgroeien tot derde centrale verdediger, terwijl technisch en tactisch aangelegde backs in balbezit een extra man op het middenveld kunnen vormen. Het is duidelijk dat het belang van de back in opbouwende fase gigantisch is toegenomen, is sommige gevallen kunnen we zelfs spreken van ‘spelmakers’ op de backposities.

• CENTRALE MIDDENVELDERS

Het voetbal van de laatste twintig jaar, met het Milan van Ancelotti, het Barcelona van Guardiola en het Real van Zidane, heeft laten zien dat alles begint bij de techniek van je middenveld. Na een periode waarin fysiek sterke middenvelders de boventoon voerden (in de jaren 90), zijn we het belang van technische spelers met spelinzicht weer meer gaan waarderen. Natuurlijk moet een middenvelder snel en mobiel genoeg zijn om meerdere opdrachten uit te kunnen voeren (opbouwend en ondersteunend bijvoorbeeld) en de mentale kracht bezitten om na balverlies zo snel en strijdlustig mogelijk om te schakelen naar de defensieve stellingen.

• FLANKSPELERS

Wat geldt voor de backs, geldt ook voor flankspelers: er wordt bijzonder veel flexibiliteit van hen gevraagd. Afhankelijk van hun karakteristieken kunnen deze spelers in een 1-tegen-1 worden gebracht (cruciaal in het voetbal op het hoogste niveau), of naar binnen trekken vanuit aanvallende posities om vervolgens snijdende passes of assists te geven (voornamelijk in het geval van technische spelers). Ook hier is het van groot belang om zo snel mogelijk om te schakelen bij balverlies, zoals eigenlijk geldt voor alle aanvallend ingestelde spelers.

• AANVALLERS

Aanvallers zijn doorgaans de spelers met het meeste talent en hele specifieke kwaliteiten. Talent en kwaliteit in de voorste linie kunnen alleen tot uiting komen als het collectief het mogelijk maakt om die tot uiting te brengen. In mijn manier van spelen is diepte in de aanval een belangrijk element en zijn het voornamelijk de aanvallers die het vaakst voor die diepte moeten zorgen (al kunnen loopacties vanuit het middenveld of vanaf de backposities ook gevaarlijk zijn). In een offensief voetbal waarbij veel aanvallend ingestelde spelers op het veld staan (trequartisti en vleugelspelers) is het van belang dat de aanvaller zijn tactische intelligentie benut om met zijn teamgenoten te bespreken op welke momenten er door wie de diepte wordt gezocht.

1. AANVAL

1.1 OPBOUW

Wij denken dat een ‘cleane’ opruiming van de bal cruciaal is voor een goede aanvalsopbouw. Om die reden willen wij altijd vanuit achteruit opbouwen voor zover de druk van de tegenstander dat mogelijk maakt.

Wij geloven dat onze spelers in de opbouw met de bal aan de voet drie mogelijke opties zijn:
– De bal overspelen naar een ploeggenoot
Indribbelen en linies doorkruisen
De bal in bezit houden (eventueel door zijlings of achteruit te bewegen) om elders op het veld ruimte en tijd te creëren om vervolgens voor één van de twee vorige principes te kiezen.

Wij willen onder de pressing van de tegenstander uit zien te komen door te proberen een verticale oplossing (een derde man) te zoeken om de man in balbezit zo de meeste afspeelmogelijkheden te kunnen bieden.

In Zone 1 hebben we dan in een gelimiteerde numerieke meerderheid (+1) zodat er geen andere spelers nodeloos achter de bal hoeven te zakken. In deze fase is het gebruik van de doelman heel belangrijk, voornamelijk tegen ploegen die hoog druk zetten.
De moderne doelman, zoals reeds beschreven, moet de moed hebben om de ruimtes voor zich te bespelen en zijn eigen vijfmeter- of strafschopgebied indien nodig te verlaten. Op het hoogste niveau moet hij in staat zijn om een “key pass” te kunnen geven of om de bal net zo lang in bezit te houden tot een speler van de tegenstander dichterbij komt en de pressing van de tegenpartij op die manier kan worden ontregeld.

Wij willen opbouwen via het centrum omwille van verschillende redenen:
– de pressing van de tegenstander ontregelen
– de bal op ‘cleane’ wijze verplaatsen op een manier die de tegenstander lastig kan lezen. Via het centrum is het mogelijk om gevaarlijk te worden en te zorgen dat de achterste linie van de tegenpartij zich geen moment van verslapping kan veroorloven.

Mijn idee van opbouwen bestaat uit het compact opstomen met de bal, door één linie per keer te doorkruisen zonder ballen nodeloos weg te schieten of lange ballen te spelen. Dit principe zorgt ervoor dat wij onze structuur niet verliezen en altijd goed georganiseerd zullen staan wanneer we omschakelen van aanval naar verdediging om de bal zo snel mogelijk te heroveren.

Wij willen goed aanvallen om goed te verdedigen. We proberen veel spelers in de zone van de bal te krijgen, zodat we deze bij balverlies snel kunnen heroveren of de opbouw van de tegenstander kunnen vertragen totdat wij defensief weer goed zijn georganiseerd.
Via loopacties en (onderlinge) positiewisselingen creëren wij een dynamisch balbezit die kan ontregelen door tegenstanders van hun posities weg te lokken.

Het verloop van onze aanvallen kent twee snelheden: achterin is het wachten en voorbereiden, terwijl het voorin draait om snelheid en directheid richting het vijandelijke doel of het geven van de “key pass” om teamgenoten vrij te spelen tussen de linies. (De passes voorin zijn altijd strak over de grond).

Het is echter duidelijk dat de keuzes die wij maken in de opbouw afhankelijk zijn van de keuzes die de tegenstander maakt in hun pressing: hoe meer druk en hoe meer man zij op onze helft zullen brengen, hoe meer ruimte zij achter zich laten waar wij gebruik van kunnen maken.

Gestoeld op het concept dat de bal altijd sneller is dan de man, willen wij een voordeel voor onszelf creëren door de bal constant in beweging te laten zijn (“zonder haast maar zonder pauze”, met als doel ruimtes te ontdekken om op te rukken. Het is van cruciaal belang dat onze spelers dit niet enkel ‘doen’, maar dit gaan ‘begrijpen’ en zo uit zichzelf de meest voordelige keuzes maken om de tegenstander pijn te doen.

De belangrijkste principes van ons spel in balbezit, waaronder in de opbouw, zijn:

1) Het creëren van een ruit rondom de man in balbezit: afspeelmogelijkheden achter, naast en voor (eventueel door een linie van pressie te doorbreken). Onafhankelijk van de plek op het veld dienen de spelers in de buurt van de bal deze ruit ten alle tijden te creëren. Als een speler in de ruit wordt gedekt, kan deze van positie wisselen met een teamgenoot.

2) Creatie en opvulling van open ruimtes: achter de vijandelijke pressing wachten de vrije spelers op de bal en passen zij ten alle tijden hun posities en postuur aan op de opstelling van de dichtstbijzijnde tegenstanders; de spelers achter de pressing die gedekt worden bewegen net zo lang door tot een teamgenoot in de ontstane ruimte kan duiken en snel kan worden aangespeeld. Als ook deze speler wordt gedekt, begint het hele spel van ruimte creëren opnieuw.

3) Het is belangrijk spelsituaties te herkennen: als de speler in balbezit niet onder druk wordt gezet en veel ruimte om zich heen heeft, lopen de teamgenoten weg van de bal / proberen zij onder de dekking uit te komen / maken zij een loopactie in de diepte. Als de speler in balbezit daarentegen onder druk wordt gezet of op andere wijze in de problemen komt, snellen zijn teamgenoten toe om hem een afspeelmogelijkheid te geven en de bal in bezit te houden.

4) In onze manier van voetbal (“positiespel”) is je positie het belangrijkste aspect. Je moet de onderlinge posities in onze structuur respecteren. De bal gaat richting de speler, de speler gaat niet richting de bal.

Andere belangrijke spelprincipes:

– a) indien mogelijk net zo lang doorlopen met de bal tot een tegenstander uitstapt (in dat geval loopt een speler die voor de bal staat zich vrij voor een 1-2)
– b) indien ongedekt wordt de speler achter de vijandelijke linie aangespeeld (afhankelijk van positionele of kwalitatieve superioriteit)
– c) liever een bal naar voren dan naar achteren
– d) liever een bal naar het centrum dan naar de buitenkant
– e) bal naar rechts spelen betekent doorbewegen naar links
– f) de bal spelen naar wie je ziet
– g) doorbewegen na het spelen van de bal
– h) voornamelijk over de grond spelen
– i) altijd en overal vrijlopen en ongedekt blijven
– m) op zoek gaan naar de diagonale pass
– n) op zoek gaan naar de derde man

______________________________________________________
“De derde man is onmogelijk te verdedigen” (Xavi)
______________________________________________________

1.2 AANVALSOPZET

In aanvallend opzicht hanteren wij geen vaste formule, maar wordt er gebruik gemaakt van positiewisselingen en loopacties om onze spelprincipes zo goed mogelijk tot uiting te brengen.

________________________________________________________________________________________
“In het moderne voetbal is de ‘rol’ geen positie, maar een functie” (A.Gagliardi)
________________________________________________________________________________________

De drie cruciale macroprincipes bij het effectief aanvallen van de achterste linie van de tegenstander:

• maximale BREEDTE op beide kanten van het veld
• aanspelen van teamgenoten in de ‘RIFINITURA (zie bovenstaande afbeelding)
• frequente loopacties in de DIEPTE

Deze drie macroprincipes worden gezien als drie vereisten waaraan ten alle tijden voldaan dient te worden. Dit zijn ook de drie zones die altijd gevuld moeten zijn met spelers, maakt niet uit wie… hoe meer continue positiewisselingen, hoe beter.

Het doel is om deze drie zones tegelijkertijd in te vullen, om de achterste linie van de tegenstander zo vaak mogelijk onder “hoogspanning” te zetten.

• BREEDTE

Wij willen dat één speler, niet meer, in de aanvallende fase breed staat, zodat er in elke aanval een maximale breedte kan worden gegarandeerd met bezetting van zowel de linker- als de rechtervleugel. Zo dwingen wij de backs van de tegenstander tot het maken van een keuze: blijven ze doordekken op de vleugelspeler en laten ze zo gaten vallen in het centrum, of helpen ze hun centrum, maar blijven ze kwetsbaar voor loopacties van onze vleugelspelers. De breedte moet worden voorzien door ‘pure’ vleugelspelers, die het gewend zijn om op techniek en snelheid hun mannetje te passeren. De spitsen en middenvelders kunnen het spel “met hun ogen dicht” naar de zijkanten verplaatsen, wetende dat daar altijd iemand zal staan. We laten de bal rechts rondgaan om aan te vallen over links en vice versa, waarbij ook de ANDERE vleugel constant bezet en gezocht dient te worden.

De vleugels worden door één speler per kant bezet, er is daar maar één enkele speler nodig om de vijandelijke verdediging uit elkaar te trekken, zodat de resterende spelers zich kunnen opstellen in de centrale zones op het veld.

• RIFINITURA

Het hoofddoel van onze aanvalsopbouw is het vinden van spelers in de zona di rifinitura. Deze mobiele zone tussen het middenveld en de verdediging van de tegenstander moet altijd bezet zijn door tenminste twee spelers, vaak worden deze daar in latere fases van de aanval bijgestaan door nog meer teamgenoten.
Met de bal in bezit en de blik op het vijandelijke doel, dienen tenminste twee spelers de diepte te zoeken.
De spelers die zijn gepositioneerd tussen de vijandelijke linies moeten constant in beweging zijn om vrije baan te creëren voor een (steek)pass.
Deze spelers moeten in staat zijn om onder de dekking van de tegenstanders uit te blijven.

• DIEPTE

Wij moeten constant de diepte zoeken, zeker wanneer wij dichterbij het doel van de tegenstander komen. De aanvaller en om beurten te vleugelspelers en centrale spelers moeten de defensieve lijn van de tegenstander aanvallen door naar binnen te snijden of loopacties in de diepte te maken. Hier zijn meerdere redenen voor:
– de veldbezetting van de tegenstander ‘uitrekken’ door hun verdediging zo ver mogelijk terug te duwen en ruimte te creëren in de zona di rifinitura
– de verdediging van de tegenstander “mentaal” geen rust te gunnen
– de ruimtes aanvallen, de bal ontvangen… en te scoren!

Afhankelijk van de karakteristieken van de spelers kunnen wij spelen met één enkele centrumaanvaller of twee spitsen, in dat geval is er sprake van een wisselwerking (de ene komt in de bal, de ander gaat diep…). Als onze enige centrumaanvaller zich laat zakken en in de zona di rifinitura terecht komt, moet een buitenspeler in de achtergebleven ruimte duiken (aan de vereiste DIEPTE moet tenslotte altijd worden voldaan).

In balbezit moet het gehele team voldoende horizontaal (in verschillende linies) als verticaal (in verschillende veldstroken) over het veld zijn verspreid.
Voornamelijk wanneer de achterste linie van de tegenstander wordt aangevallen, dienen de 4/5/6 aanvallend ingestelde spelers zich op verschillende veldstroken op te stellen, zodat de vijandelijke verdediging zo breed mogelijk kan worden geattaqueerd (via beide vleugels, de halfspaces en de centrale zone).

Onafhankelijk van de formatie kunnen wij bepalen hoe wij de aanvallende posities zo kunnen invullen dat wij kunnen voldoen aan de doelen die wij ons hebben gesteld in deze aanvallend fase.

De spits gaat diep, de vleugelspelers houden het veld zo breed mogelijk. De centrale middenvelders duiken in de zona di rifinitura en de backs trekken naar binnen om te helpen in de opbouw. De verdedigende middenvelder positioneert zich tussen de twee centrumverdedigers afhankelijk van de formatie van de tegenstander (één of twee spitsen voorin).
In onze aanvallende fase staan wij derhalve gepositioneerd als een 3-2-5 of een 2-3-5.
Maar ook bovenstaande loopacties staan niet vast. Afhankelijk van de kwaliteiten van de spelers en de ruimtes op het veld kan er geroteerd worden: de linksback kan opstomen en de vleugel bezetten, waardoor de vleugelspeler naar binnen knijpt richting de zona di rifinitura en een centrale middenvelder terug kan zakken om de taak van de back over te nemen.

1.3 AANVAL OP ACHTERSTE LINIE

De verdediging van de tegenstander moet met minimaal vijf spelers (de twee buitenspelers, de spits en de twee centrale middenvelders) worden aangevallen, waarbij onze aanvallende linie in totaal soms uit zes of zeven man kan bestaan.

We kunnen onze aanvallen op de achterste linie van de tegenstander terugbrengen tot drie veelvoorkomende situaties:

– speler in de zona di rifinitura zoekt naar een persoonlijke oplossing (via 1-2 en diepgang, schot van buiten de zestien, 1-op-1 met verdediger, creëren van ruimte voor ploeggenoot of combinatiespel)

– speler in de zona di rifinitura wacht op diepte om zich heen (naar binnen snijden van vleugelspelers of diepgang van centrumaanvaller / centrale middenvelders)

– bal richting speler op de vleugel, tegenstander voorbij in een 1-tegen-1 en de bal voorzetten. (Vanaf de vleugels proberen we of (vroege) voorzetten te geven of de achterlijn te halen en de bal terug te leggen op de strafschopstip).

Een directere manier van aanvallen zal worden gebruikt wanneer de defensieve lijn van de tegenstander dermate hoog staat of de vijandelijke verdediging door een eventuele persoonlijke fout makkelijker open te breken is.
Om te blijven variëren in ons spel en zo onvoorspelbaar mogelijk te blijven, kunnen we desgewenst korte snelle passing af te wisselen met een plotseling loopactie in de diepte, ook vanuit Zone 1 of 2 (“Directe aanval”).

Wij proberen desondanks om ons zo vaak mogelijk in de zona di rifinitura te manoeuvreren.
Met de bal in bezit en de blik richting het vijandelijke doel dienen tenminste twee spelers de diepte te kiezen.
De achterste linie moet ten alle tijden worden aangevallen met loopacties en positiewisselingen.

Wij vragen aan onze spelers die zich in een offensieve positie bevinden om het doel aan te vallen en het strafschopgebied te vullen.

Wij willen de vijandelijke zestienmeter met minimaal 3 tot 4 spelers bezetten, met extra aandacht voor de vleugelspeler die voorzetten vanaf de andere kant kan afronden bij de tweede paal.

Binnen een manier van spelen vol principes en ruimtes is het bovendien belangrijk om specifieke aanvalsopzetten en loopacties in te studeren, zodat de spelers in de ‘final third’ voldoende vastigheden, automatismen en doelkansen krijgen. In deze ingestudeerde aanvallen is ruimte voor de individuele kwaliteiten van onze spelers.

Ik ben er echter van overtuigd dat de creativiteit en het talent van de spelers het in de ‘final third’ de boventoon moet voeren, waarbij spelers vrij zijn om beslissend te zijn op welke manier zij ook willen.
De organisatie, structuur en principes van ons spel zijn erop gericht om onze spelers via positiewisselingen en loopacties in de ‘final third’ te brengen, waardoor er ruimte ontstaat voor de beslissende kwaliteiten van onze belangrijkste aanvallende spelers.

2. VERDEDIGING

2.1 PRESSING

In verdedigend opzicht hebben wij twee doelen:
– geen tegendoelpunt incasseren
– de bal zo snel en zo hoog mogelijk heroveren

Ik wil spelen met een verdediging wier doel niet enkel is om het eigen doel schoon te houden, maar dat ook een middel is om de bal te heroveren op een positie op het veld die gevaarlijk is voor de tegenstander. Bovendien brengt het heroveren van de bal op de helft van de tegenstander ook mentale gevolgen met zich mee: het zelfvertrouwen van de tegenpartij zakt, terwijl wij juist een confidence boost krijgen die ons kan helpen om de wedstrijd te domineren en het voetbal te spelen dat wij voor ogen hebben.

Riaggressioni: Wij willen de bal na balverlies onmiddellijk weer terugwinnen om opnieuw in balbezit te komen, en gebruiken rugdekking en onze dichtstbijzijnde spelers om de bal al op de helft van de tegenstander te heroveren zonder dat we terug hoeven te zakken op eigen helft. Een team dat verdedigt door naar voren te rennen.
Bij balverlies opent de dichtstbijzijnde speler de jacht op de tegenstander, al is het hoofddoel daarbij niet enkel om de bal terug te winnen (te gevaarlijk indien je voorbij wordt gedribbeld), maar om de bal vast te houden op hetzelfde deel van het veld en de tegenstander tot fouten te dwingen.

Enkele onderzoeken uitgevoerd door mijn staf laten zien zien dat topteams per duel gemiddeld 30 tot 35 van deze riaggressioni uitvoeren, met een succespercentage van 70% (onmiddellijke herovering van de bal op dezelfde zone van het veld). De gemiddelde duur van zo’n ‘klopjacht’ is vijf seconden, waarbij gemiddeld 2,5 speler betrokken is.

Het zijn voornamelijk middenvelders die het vaakst bij deze onmiddellijke balheroveringen betrokken zijn, waarbij de absolute topspelers soms meer dan twaalf riaggressioni per duel voltooien.

De zones waarin deze het vaakst plaatsvinden, zijn de halfspaces en de vleugels. In de centrale delen van het veld heeft de tegenstander vaak teveel afspeelmogelijkheden en ruimte om de bal te verplaatsen. Ook in de vijandelijke zestienmeter zijn deze onmiddellijke balheroveringen amper mogelijk omdat de bal daar vaak zo snel mogelijk wordt weggeschoten.

Het team hanteert twee verschillende manieren van verdedigen, afhankelijk van de spelsituatie en de context. Bevindt de bal zich op de helft van de tegenstander, dan zetten we hoog druk. Bevindt de bal zich op onze eigen helft, verdedigen we afwachtender.

Wij zetten de vijandelijke opbouw van achteruit hoog onder druk en loeren daarbij op de counter, door te proberen om één of twee tegenstanders te isoleren en te dwingen tot fouten. Onze eigen achterste linie verdedigt hoog en agressief, waarbij het de rol is van de doelman om rugdekking te verlenen aan de verdediging en te voorkomen dat de tegenstander een oplossing in de diepte kan zoeken. Indien we de bal heroveren in de ‘final third’, vallen we het doel van de tegenstander onmiddellijk aan (voor 5 tot 10 seconden, mondt dit niet uit in een schot of doelpunt, houden we balbezit en nemen we onze gebruikelijke aanvallende posities in). We proberen de tegenstander te isoleren door deze richting de zijlijn te duwen. De centrumaanvaller geeft aan wanneer er druk moet worden gezet, al geeft de verdediging het sein wanneer er door het hele elftal kan worden opgerukt naar voren.

Bij doeltrappen van de tegenstander proberen wij de doelman te dwingen om de bal te spelen richting een bepaalde zone of bepaalde speler die wij het minst gevaarlijk achten.

Ook op dit gebied hebben wij enkele specifieke onderzoeken uitgevoerd: de grootste teams van Europa maken gemiddeld 45 keer per wedstrijd gebruik van een vorm van pressing en verdedigen gemiddeld tussen de 12 en 14 minuten naar voren toe. Ongeveer 60% van deze acties leidt tot een balherovering en de pressing van goed georganiseerde teams wordt slechts 10 tot 15% van de tijd doorbroken door een tegenstander. Zodra een hoge pressing wordt doorbroken, neemt de kans op een gevaarlijke aanval echter aanzienlijk toe.

2.2 DEFENSIEVE WILSKRACHT

Indien de tegenstander de bal heeft op onze helft nemen wij onze verdedigende posities aan en zorgen we ervoor dat er rugdekking wordt verleend. Van het korte mandekken in onze pressing stappen we over op het dekken van man én zone. Wij staan niet toe dat er “key passes” worden gegeven of spelers terechtkomen in onze zona di rifinitura (die wij zo kort mogelijk houden door een hoge achterste linie te hanteren en de middenvelders zo kort mogelijk op de verdediging te positioneren).

Wij staan altijd in de baan van de bal.
Als onze vleugelspeler in de eigen ‘final third’ naar het centrum trekt en daar een vrije tegenstander vindt tussen hemzelf en de dichtstbijzijnde centrale middenvelder, positioneert hij zich altijd aan de binnenkant zodat de tegenstander richting de zijlijn (en weg van de zona di rifinitura) wordt gedreven.

Het team moet strak en compact verdedigen, waarbij de aanvallers samen moeten werken en klaar moeten zijn om de bal zo dicht mogelijk bij het vijandelijke doel te heroveren.
Vaak wordt een afwachtende laatste in het geval van balbezit van de tegenstander op de helft van de tegenpartij verward met ‘passief verdedigen’.
Maar steeds vaker zien we in het moderne voetbal dat teams die op eigen helft laag verdedigen dezelfde mentaliteit en wilskracht tentoonspreiden als wanneer zij de bal proberen te heroveren op de helft van de tegenstander via hoge pressing.

De term intensiteit wordt bijna altijd gelinkt aan een indrukwekkende fysieke performance, iets wat absoluut niet mag worden onderschat, maar het échte verschil tussen kleine en grote teams is te zien in de mentale intensiteit, in de onverzettelijke wil om de bal te willen heroveren op welke manier dan ook.

2.3 ACHTERSTE LINIE

In verdedigend opzicht bestaat de laatste linie bestaat uit vier man. Ze staan hoog en verdedigen agressief door op de tegenstander, waarbij er in het bijzonder moet worden gelet op de positionering van de doelman.

De rol van doelman is de afgelopen twintig jaar niet alleen veranderd in de opbouwende fase, maar ook bij het innemen de defensieve stellingen. Tot enkele jaren geleden hoefde een keeper eigenlijk alleen maar de kwaliteiten te bezitten om zijn “doel te verdedigen”. In het moderne voetbal is het de taak van trainer en doelman om gigantisch veel aandacht te besteden aan het “spel met de bal aan de voet” (zoals we al hebben gezien in de hoofdstukken over onze aanvallende fase) en het “verdedigen van de ruimte“. De keeper is onzichtbaar verbonden met zijn eigen achterste lijn, dus als de gehele verdediger naar voren oprukt om de tegenstander onder druk te zetten, moet de doelman ook naar voren komen, waarbij hij verantwoordelijk is voor het verlenen van rugdekking aan zijn defensie zodat de tegenstander geen diepte kan zoeken.

Andere belangrijke concepten van onze verdedigende lijn:

Doordekken op spelers en de tegenstander in een 1-tegen-2 brengen waarbij één verdediger instapt en de ander rugdekking verleent.

Een interessante oplossing in het geval van balbezit van de tegenstander in onze ‘final third’ kan zijn dat wij een centrale middenvelder terug laten zaken tot tussen onze centrale verdedigers, zodat wij met 5-man zo breed mogelijk kunnen verdedigen, waarbij de grootste druk vanuit het centrum kan komen.
Ook in dat geval geldt dat dit afhangt van de kwaliteiten van onze middenvelder en de situatie waarin de wedstrijd zich bevindt.

Wij proberen om te voorkomen dat wij met twee man tegelijkertijd doordekken op dezelfde speler, maar tegen specifieke spelers kunnen wij er voor kiezen om de verdediger die rugdekking verleent op maximaal 5 meter van de ‘voorste’ verdediger te positioneren.

Zodra de tegenstander de bal heeft aan de zijkant van het veld, hanteren wij zoneverdediging. Hierbij blijft onze verdediger in de buurt van zijn tegenstander, zonder deze strak te dekken, al moet er daarbij worden uitgekeken voor eventuele loopacties van de tegenpartij.

We hebben het strafschopgebied in zes verschillende zones onderverdeeld. Bij balbezit van de tegenstander op de vleugel is onze dichtstbijzijnde centrale verdediger de eerste die beweegt en zich iets voorbij de eerste paal positioneert (de afstand van die paal kan variëren) om zo Zone 1 af te dekken. De verdediger in Zone 1 moet proberen om voorzetten richting de eerste paal of teruggetrokken voorzetten richting de strafschopstip te verdedigen en fungeert zo als de eerste laag van bescherming. De andere centrale verdediger stelt zich op in Zone 2. De back aan de andere kant van het veld knijpt naar binnen en houdt zich op in Zone 3 en/of 6. Elke speler past zijn positie in de zone aan aan die van zijn directe tegenstander. Om die reden kan de back aan de andere kant van het veld ook terechtkomen in de centrale Zones 2 en 5, indien we daar in ondertal zijn. De centrale middenvelder rent in de richting van de penaltystip en positioneert zich – afhankelijk van de aanwezigheid van een tegenstander – in Zone 4 of 5. De buitenspeler aan de andere zijde van het veld rent richting Zone 5, maar is ook verantwoordelijk voor Zone 6. De buitenspeler aan de kant van het veld waar de bal zich bevindt, houdt zich op in Zones 4, 5 of 6, afhankelijk van de aanwezigheid van teamgenoten of tegenstanders in die zones.

3. OMSCHAKELING

In het moderne voetbal zijn de omschakelingen tegenwoordig van levensbelang. Zij zijn niet langer enkel een middel om snel te counteren, maar vormen ook de grens tussen aanval en verdediging en daardoor vaak tussen twee verschillende formaties en onderlinge positioneringen. Hoe deze omschakeling zo snel mogelijk kan worden uitgevoerd is voer voor verder onderzoek en kan hét verschil maken tussen een goede prestatie of een slechte prestatie.

In het uiteenzetten van onze offensieve en defensieve ideeën hebben we al uitgebreid gepraat over de momenten waarop er sprake moet zijn van omschakeling, aangezien dit zo’n essentieel onderdeel van het spel vormt. Voor het gemak en de duidelijkheid hebben wij onze principes hierover nog eens op een rij gezet.

3.1 VAN VERDEDIGING NAAR AANVAL

De omschakelingen van verdediging naar aanval zijn één van de spelsituaties waarin de karakteristieken en kwaliteiten van de beschikbare spelers de ideeën en principes van de trainer kunnen en moeten beïnvloeden. Door middel van technische middenvelders, buitenspelers en aanvallers in de selectie kun je snel omschakelen naar de aanval; als je daarentegen voornamelijk spelers op het veld hebt staan die beter zijn in het rondspelen van de bal en het maken van loopacties, is het aangeraden om de bal in bezit te houden en de aanval te zoeken via positiespel.
Een ander onderdeel dat absoluut bekeken dient te worden is de zone van het veld waarop de bal wordt veroverd: gebeurt dit op de helft van de tegenstander, dan heeft het de voorkeur om een counter in te zetten om zo de vijandelijke verdediging te verrassen.

Met de wetenschap in het achterhoofd dat het spel continu op en neer kan gaan, is het van belang om je in beide omschakelingsfases (aanvallend naar verdedigend en vice versa) preventief te positioneren.
Met een preventieve positionering wordt er bedoeld dat spelers die niet meer deelnemen aan de fase waarin we ons bevinden zich zo positioneren dat zij er klaar voor zijn om razendsnel om te kunnen schakelen.

Bij omschakelingen van de verdediging naar de aanval kunnen onze aanvallers zich, zodra onze verdediging ver terugzakt en de aanvallers geen rol meer hebben, preventief positioneren tussen de linies, zoals bijvoorbeeld in de ruimte aan de zijlijn waar de back van de tegenstander heeft besloten om naar binnen te knijpen of op te stomen. Op het moment dat onze verdediging de bal achterin heeft heroverd, hebben zij de mogelijkheid om de vrijstaande aanvaller onmiddellijk te bereiken. Als de aanvaller vervolgens wordt ‘opgevangen’ door een centrale verdediger van de tegenpartij, betekent dit automatisch dat er meer ruimte ontstaat in het centrum van de vijandelijke defensie, waar wij vervolgens in moeten duiken.

Uit onze eigen onderzoeken komt naar voeren dat de gemiddelde gevaarlijke omschakeling ongeveer 10 tot 12 seconden duurt, er gemiddeld twee passes voorafgaan aan een schot richting doel en hier gemiddeld ongeveer drie spelers bij betrokken zijn.

3.2 VAN AANVAL NAAR VERDEDIGING

Eén van onze voornaamste wapens bij de omschakeling van aanval naar verdediging is de eerder uitvoerig besproken riaggressione, de jacht op onmiddellijke herovering van een verloren bal.

Ook in verdedigend opzicht speelt preventieve positionering een belangrijke rol: wanneer wij aanvallen en daarvoor enkele verdedigers niet meer gebruiken, moeten zij al nadenken over een eventuele verdedigende omschakeling door tegenstanders te dekken waardoor de tegenpartij simpelweg niet snel om kán schakelen.
Dit preventief dekken van man en ruimte staat in verband met de fase waarin wij de bal onmiddellijk terug proberen te veroveren: de spelers rondom de verloren bal sluiten de passlijnen en de tegenstanders zo snel mogelijk af, terwijl de verdedigers dankzij hun preventieve positionering er voor zorgen dat de tegenpartij de bal ook voorin niet kwijt kan.

Voornamelijk in deze preventieve dekking van de vijandelijke centrumaanvallers proberen wij hen in een 1-tegen-2 te brengen, om hen zo snel mogelijk uit te schakelen. Echter is ook dit afhankelijk van de karakteristieken en kwaliteiten van zowel onze spelers als die van de tegenstander.

Tegen aanvallers die goed georganiseerd staan om de bal te verdedigen, is het preventief dekken voornamelijk gericht op het voorkomen dat de tegenstander überhaupt in het duel komt; tegen snelle buitenspelers kan de voorkeur daarentegen komen te liggen op het preventief afsluiten van de ruimtes in de rug van de meest naar voren geschoven verdediger.

CONCLUSIE

Ik heb geprobeerd om het voetbal dat ik gedachten heb tentoon te spreiden en concreet te maken. Een idee over voetbal dat is geboren tijdens mijn loopbaan als speler en is gegroeid door de studies die ik volgde nadat ik mijn schoenen aan de wilgen heb gehangen. Ik geloof dat een proactieve, aanvallende manier van spelen grote voordelen met zich mee kan brengen. Het kan zorgen voor meer enthousiasme vanaf de tribunes en een grotere betrokkenheid tussen spelers en staf. Dit geeft de mogelijkheid de teamgeest te creëren die aan de basis ligt van succes. Ik ben er verder van overtuigd dat het nastreven van deze manier van voetbal een grotere garantie geeft op het behalen van titels.

Voetbal is een sport waarbij het verschil tussen winnen en verliezen vaak kleiner is dan bij andere grote sporten (van basketbal tot volleybal). Dit “kleine maar grote” verschil leidt er soms toe dat het team wat de overwinning eigenlijk verdient deze niet over de streep kan trekken. Talloze onderzoeken hebben daarentegen aangetoond dat een team op de middellange termijn altijd zal krijgen wat het verdient op basis van het vertoonde spel. Des te meer reden om vanaf het allereerste begin een zo verzorgd mogelijk soort voetbal te spelen waarbij het draait om het creëren van doelkansen. Op termijn leidt dat het snelst tot de victorie!

Ik wil de collega’s en docenten die ik tijdens deze cursus heb leren kennen graag bedanken. Deze cursus was mede zo uitdagend en stimulerend dankzij jullie. Daarnaast wil ik mijn staf, de mensen waarmee ik deze spelfilosofie heb gedeeld, bedanken.

Tenslotte een dankwoord voor de teamgenoten die mij tijdens mijn carrière hebben bijgestaan en voor alle trainers die ik heb gehad, iedereen heeft mij iets bijgebracht: Moro, Reja, Materazzi, Hodgson, Lucescu, Simoni, Colomba, Mazzone, Ancelotti, Leonardo, Conte, Allegri, Viera. En bij het nationale team: Tardelli, Gentile, Trapattoni, Lippi, Donadoni e Prandelli.

Een dikke kus en knuffel aan mijn gezin, zij zijn mijn grootste schat en zijn het eerste en laatste waar ik elke dag aan denk.

Andrea Pirlo

Racisme in de Serie A: een hardnekkig terugkerend fenomeen

Filippo Monteforte/AFP via Getty Images

Dit artikel richt zich op racisme in de Serie A. Door het analyseren van incidenten in Italiaanse voetbalstadions van 2000 tot 2018 wordt onderzocht of de aanpak van de Italiaanse autoriteiten om racisme te bestrijden de afgelopen twee decennia effectief was.

Alle uitingen van fascisme, neo-fascisme, territoriaal racisme, antisemitisme en etnisch racisme zijn sinds 1993 bij wet verboden in Italië. De Legge Mancino betekent dat elke weergave van verboden politieke standpunten tot een gevangenisstraf van 1,5 tot 4 jaar en tot een boete van € 6.000 euro kan leiden.

De regels van deze Legge Mancino zijn ook van toepassing op het Italiaanse voetbal en zijn opgenomen in een speciale voetbalwet, de Norme Organizzative Interne della FIGC, de N.O.I.F. Het tweede deel van het 62e artikel van deze Italiaanse voetbalwet verwijst naar exhibities van racisme bij sportevenementen:

‘Het is verboden om vuurwerk van welke aard dan ook, instrumenten en objecten die geschikt zijn voor belediging zoals tekeningen, geschriften, symbolen, emblemen of iets dergelijks te introduceren of te gebruiken. Ook verboden zijn uitdrukkingen die geweld aanmoedigen of discriminerend zijn om redenen van ras, kleur, religie , taal, geslacht, nationaliteit, territoriale afkomst of etnische afkomst, ook ideologische standpunten die verboden zijn door de wet zijn verboden, evenals elk middel om discriminerend gedrag aan te prijzen.’

De wet stelt dat de Consiglio Federale, de federale raad die de regels voor voetbalwedstrijden in Italië bepaalt, een club een boete kan opleggen van € 10.000 tot €50.000 euro wanneer supporters van een team de regels met betrekking tot discriminatie en racisme meer dan één keer overtreden tijdens een enkele wedstrijd.

Dit wordt als volgt gecontroleerd. Bij elke Italiaanse voetbalwedstrijd zijn officials aanwezig die het gedrag van supporters die de wedstrijd bijwonen volgen. Wanneer racistische spreekkoren worden gehoord, meldt de official dit aan de FIGC. De dag na elke speelronde publiceert de Italiaanse voetbalbond een document waarin staat welke spelers zijn geschorst en welke boetes zijn opgelegd aan voetbalclubs die de voetbalregels hebben overtreden, waar ook racistische spreekkoren onder vallen.

Als racistische spreekkoren door FIGC-functionarissen als kwetsend worden beoordeeld, wordt er meestal een boete opgelegd. Als een hele sector van een voetbalstadion schuldig wordt bevonden aan discriminatie, dan kan de club zwaarder worden bestraft en mag het mogelijk een aantal wedstrijden geen supporters verwelkomen.

Dit artikel is gebaseerd op het werk van Mauro Valeri in zijn boek Che Razza di Tifo, dat in 2010 in Italië werd gepubliceerd. Valeri bestudeerde alle racistische incidenten die plaatsvonden in het Italiaanse voetbal tijdens de seizoenen 2000-2001 tot 2009-2010. In vier competities – de Serie A, Serie B, Serie C en Serie D – vond Valeri (2010) 530 racistische incidenten waarbij supporters van 99 verschillende Italiaanse voetbalclubs betrokken waren.

Dit onderzoek zet het werk van Valeri voort en concentreert zich op alle racistische incidenten die de FIGC in de Serie A heeft gemeld vanaf het seizoen 2010-11 tot het seizoen 2017-18. Om alle incidenten en boetes die zich hebben voorgedaan in de acht geselecteerde seizoenen te verzamelen, zijn de rapporten van de FIGC na elke ronde van wedstrijden geanalyseerd voor het artikel. Er werden geen racistische incidenten opgenomen die niet officieel werden gemeld door de Italiaanse voetbalbond.

Het seizoen 2018-2019 werd uitgesloten van dit onderzoek omdat het nog bezig was op het moment dat het de cijfers werden verzameld.

Het aantal incidenten omtrent racisme in Italiaans voetbal per seizoen

Aanpak werkt niet tussen 2000 en 2010

Tussen de seizoenen 2000-01 en 2009-10 rapporteerde Valeri liefst 180 racistische incidenten in de Italiaanse Serie A. De twee seizoenen waarin de meeste incidenten plaatsvonden, waren 2000-01 en 2005-06.

Tussen 2000 en 2018 is het seizoen 2000-01, samen met het seizoen 2005-06, de jaargang met het hoogste aantal gemelde incidenten: er werden 38 gevallen van racisme gemeld en een totaal van € 281.500 aan boetes uitgedeeld.

Een verklaring voor het hoge aantal incidenten in het seizoen 2000-2001 zou verband kunnen houden met het verzoek van de UEFA dat lokale voetbalbonden racisme voortaan harder zouden bestrijden. De ingreep van de internationale voetbalbond werd doorgezet na meerdere incidenten met betrekking tot racisme en antisemitisme tijdens Europese wedstrijden in de voorgaande seizoenen.

De geïntroduceerde nieuwe voorschriften van de UEFA – die haar aangesloten voetbalfederaties opriepen tot het stilleggen van wedstrijden, het uitdelen van hogere boetes en zelfs het sluiten van stadions voor een of meer wedstrijden in het geval van een gemeld incident met betrekking tot racisme – hadden dus direct effect.

Enkele fundamentele veranderingen in de Italiaanse voetbalwetgeving resulteerden in een vermindering van het aantal racistische incidenten in de Serie A tussen de zomer van 2001 en het begin van het seizoen 2005-06.

In 2001 introduceerde Italië de verlengde DASPO, de Divieto di Accedere a Manifestazioni Sportive, een sanctie opgelegd door de politie om supporters te verbieden deel te nemen aan sportevenementen wanneer ze zijn veroordeeld voor betrokkenheid bij een incident bij een wedstrijd. Fans die zijn bestraft wegens betrokkenheid bij een racistisch incident, konden vanaf die zomer een tot drie jaar uit stadions worden verbannen.

Bovendien betekende de uitspraak dat fans die betrokken waren bij een incident tijdens een voetbalwedstrijd tussen 1996 en 2001 een DASPO met terugwerkende kracht konden ontvangen.

Als gevolg van de introductie van de DASPO nam het aantal incidenten met betrekking tot racisme in de Serie A gedurende vier seizoenen af. Dit betekende niet dat racisme in het Italiaanse voetbal volledig was verdwenen, omdat Valeri 45 incidenten in lagere Italiaanse voetbalcompetities registreerde in het seizoen 2004-05.

Hellas Verona – waar de ultra sterk verbonden zijn met de ultra-rechtse politieke partij Forza Nuova – speelde zijn wedstrijden dat seizoen bijvoorbeeld in de Serie C en was betrokken bij meer racistische incidenten dan alle 20 clubs die actief waren in de Serie A: 7.

Nieuwe wetten zijn slechts kortstondig effectief

Zoals gebeurde in het seizoen 2000-01 hield de toename van het aantal incidenten met betrekking tot racisme in Italiaanse voetbalcompetities tijdens het seizoen 2005-06 waarschijnlijk verband met de nieuw geïntroduceerde regels om racisme tegen te gaan. De Italiaanse regering introduceerde in de zomer van 2005 een wet, de Decreto Pisanu, die bedoeld was om de controle over het publiek te verbeteren tijdens sportevenementen.

Deze wet werd op 17 augustus 2005 ingevoerd, minder dan een week voor het begin van een nieuw seizoen, wat betekende dat voetbalkaarten alleen konden worden gebruikt door de persoon op wiens naam ze werden gekocht. Videobewaking in voetbalstadion werd verplicht om vast te stellen welke supporters zich tijdens wedstrijden mogelijk misdroegen.

De introductie van de Decreto Pisanu betekende dat aanhangers die betrokken waren bij een racistisch incident op een efficiëntere manier konden worden herkend en veroordeeld.

Vanaf dat moment konden zelfs kleine incidenten leiden tot een volledig rapport van een racistisch incident, een gevolg dat wordt aangegeven door het aantal gemelde incidenten in de Serie A in het volgende seizoen. In de Serie A werden meer dan 38 uitingen van racisme gemeld in het seizoen 2005-06, het hoogste aantal sinds het seizoen 2000-01.

In de Serie A waren de totale boetes na een aflevering van racisme zes keer hoger dan het seizoen ervoor: van € 25.000 in 2004-05 tot € 154.000 in 2005-06. Opvallend is dat het aantal incidenten met betrekking tot racisme in het seizoen 2005-06 net zo hoog was als in het seizoen 2000-01, maar dat het totale aantal boetes in 2006-06 bijna twee keer zo hoog was als in het eerdere seizoen.

De uitgedeelde boetes naar aanleiding van incidenten omtrent racisme

Na de piek in 2005-06 daalde het aantal incidenten met betrekking tot racisme in de Italiaanse Serie A in de seizoenen erna. Volgens Valeri (2010) had dit gedeeltelijk te maken met de strengere voorschriften van zowel de Italiaanse regering als de FIGC. Zo werd in 2007 de Legge Amato geïntroduceerd door de Italiaanse regering naar aanleiding van de de dood van een politieagent, Filippo Raciti, tijdens een gevecht tussen ultras van Palermo en Catania voor een wedstrijd in februari van dat jaar. De dood van de officier dwong de Italiaanse autoriteiten om de controle over Italiaanse voetbalstadions te verstevigen.
 
Om uitingen van racisme tijdens wedstrijden te voorkomen, werden met de Legge Amato een aantal nieuwe regels geïntroduceerd. De nieuwe wet schreef voor dat vanaf het seizoen 2007-08 alle spandoeken werden gecontroleerd voordat ze het stadion in werden gebracht; waardoor spandoeken met beledigingen en/of bedreigingen werden voortaan werden vaker aan de poorten van het stadion werden afgepakt.

De supporters die verantwoordelijk waren voor deze spandoeken konden na de introductie van de nieuwe wet een DASPO krijgen voor maximaal vijf jaar, in plaats van maximaal drie jaar.

Bovendien introduceerde de Legge Amato in 2008 de steward – geen politieambtenaren, maar eerder beveiligingsfunctionarissen ingehuurd door de voetbalclubs – die de verantwoordelijkheid hadden om de menigte in voetbalstadions te controleren.

De introductie van de nieuwe beveiligingsmaatregelen had een impact op het aantal racistische incidenten in Italiaanse voetbalstadions tijdens de seizoenen 2006-07, 2007-08 en 2008-09. Valeri verklaart echter dat deze vermindering niet alleen een resultaat van de nieuwe regels en wetten was, maar ook van het buonismo, de laissez-faire-politiek van de Italiaanse voetbalbond met betrekking tot etnisch en territoriaal racisme.

Incidenten werden vaker gemeld, maar bijna de helft van de straffen werd gehalveerd of ingetrokken na hoger beroep. Een mogelijke reden voor het buonismo waren de klachten van de Italiaanse voetbalclubs, die niet wilden dat de FIGC – de Italiaanse voetbalbond – fans ontmoedigde om voetbalwedstrijden te bezoeken.

Bemoeienis politici mist doel


Aan het begin van het seizoen 2009-10 werd de Tessera del Tifoso geïntroduceerd, een kaart waarop de naam en een foto van de voetbalfan die een kaartje heeft gekocht zichtbaar zijn. Het hoofddoel van de introductie van de Italiaanse clubcard was om het voor de politie gemakkelijker te maken om te controleren wie het voetbalstadion binnenkwam en welke supporters naar uitwedstrijden reisden, zodat mogelijke daders van geweld, racisme of ander verwerpelijk gedrag makkelijker aan de stadionpoorten konden worden geweigerd.

In datzelfde seizoen, 2009-10, verdubbelde het aantal gerapporteerde racistische incidenten in de Serie A echter: met 28 afleveringen in de Serie A, wat het derde hoogste aantal tussen 2000 en 2018 betekende. Een grote tegenslag in de strijd tegen racisme in het Italiaanse voetbal.

Als gevolg op de terugslag verklaarde Roberto Maroni, destijds de Italiaanse minister van Binnenlandse Zaken, in januari 2010 dat de FIGC vaker en harder moest ingrijpen in het geval dat racistische spreekkoren en geluiden werden gehoord tijdens een voetbalwedstrijd:


‘Het is moeilijk om racistische gezangen te onderscheiden van een gezang dat een speler van de tegenstander bespot. En omdat het verschil zo moeilijk te maken is, ben ik ervan overtuigd dat we racisme in het voetbal niet moeten onderschatten. Ik ben ervan overtuigd dat, wanneer er een spel aan de gang is, de FIGC strikte regels moet hebben: als er enige twijfel is dat er een racistisch gezang is, moet de scheidsrechter de wedstrijd onmiddellijk stoppen en – indien nodig – andere maatregelen nemen’.


In 2010 stond in het protocol van de Italiaanse voetbalbond echter nog steeds dat een scheidsrechter een voetbalwedstrijd niet mocht stoppen in het geval van een incident, omdat de escalatiemogelijkheden tussen supporters te groot werden geacht. Volgens het protocol was het de bedoeling dat scheidsrechter zou wachten tot de verantwoordelijke tussenpersoon van de politie hem beval het spel te stoppen. Dit gebeurde niet totdat ten minste drie incidenten van racisme werden gehoord of gezien tijdens een enkele wedstrijd. Desondanks, en zelfs na drie meldingen van racisme, worden Serie A-duels anno 2019 nog steeds bijna nooit gestopt als gevolg van etnisch of territoriaal racisme.

Welke clubs waren er tussen 2000 en 2018 het vaakst betrokken bij een incident omtrent racismse in het Italiaanse voetbal?

President Cagliari negeert spreekkoren

In oktober 2011, een jaar na de uitspraken van politicus Maroni, was Inter-speler Samuel Eto’o meerdere keren het slachtoffer van racistische geluiden en spreekkoren van Cagliari-supporters tijdens een wedstrijd op Sardinië. Scheidsrechter Paolo Tagliavento besloot de wedstrijd voor drie minuten te stoppen waarop de stadionspeaker bekendmaakte dat de wedstrijd voorgoed kon worden geschorst indien de fans zouden doorgaan. De rest van het duel waren er geen spreekkoren meer te horen.

Na afloop van de wedstrijd gaf de president van Cagliari, destijds Giancarlo Cellino, aan dat hij het niet eens met het besluit van Tagliavento om de wedstrijd tijdelijk op te schorten:

‘Ik hoorde geen racistische zinnen vanaf de tribunes. Bij Cagliari zijn we nooit eerder racistisch geweest. Daarom denk ik dat er een fout is gemaakt’.

De verklaringen van Cellino zijn opmerkelijk, omdat Cagliari in het voorgaande seizoen betrokken was bij vijf incidenten met betrekking tot racisme. Na de incidenten tijdens het duel met Inter kreeg Cagliari een boete van € 25.000. Later in het seizoen 2010-11 zou Cagliari een boete van € 10.000 krijgen na racistisch gezang van de supporters tijdens een wedstrijd tegen Brescia, wat de woorden van president Cellino nog opmerkelijker maakt.

Een seizoen later, in 2011-12, werden er in de Serie A in totaal 18 incidenten met betrekking tot racisme gemeld door de FIGC. De belangrijkste overtreders waren de supporters van Juventus, die betrokken waren bij vijf incidenten met betrekking tot racisme tijdens de competitie. De club kreeg in totaal € 85.000 aan boetes.

Het meest opmerkelijke incident vond plaats tijdens Juventus-Lazio op 10 april 2012, toen Modibo Diakité, een speler van de bezoekers, het slachtoffer werd van racistische spreekkoren door de ultras van Juventus. De FIGC-officials hoorden het gezang tijdens de 4e, 14e, 15e, 48e en 85e minuut van de wedstrijd, wat betekende dat de Frans-Malinese verdediger tijdens de voetbalwedstrijd minstens vijf verschillende keren werd lastiggevallen. De wedstrijd werd echter niet stilgelegd. Het betekende wel dat Juventus dat seizoen voor de vijfde keer een boete kreeg. Het bestuur van de Bianconeri moest de Italiaanse voetbalbond € 35.000 betalen voor de racistische incidenten, wat de hoogste boete van het seizoen 2011-12 was. Een schijntje voor een club met een miljoenen begroting.

Mario Balotelli grootste slachtoffer discriminatie

Door de jaren heen lijken de straffen van de FIGC niet veel effect te hebben, want een seizoen later, in 2012-13, werd er tijdens 22 van de 38 speelrondes van de Serie A een incident met betrekking tot racisme gemeld door de Italiaanse voetbalbond. In totaal werd er € 435.000 aan boetes betaald door de betrokken voetbalclubs. Juventus was betrokken bij zes afleveringen. De meeste incidenten – zeven – deden zich voor tijdens speelrondes dat AC Milan de tegenstander was van het team waarvan de fans racistisch gedrag vertoonden.

Op dat moment had Mario Balotelli, een Italiaan met Ghanese ouders, een contract bij AC Milan. Balotelli was opgegroeid in Italië en verwierf het Italiaanse staatsburgerschap op zijn 18e verjaardag, waarna hij meerdere keren werd opgeroepen om wedstrijden te spelen voor het Italiaanse nationale voetbalteam.

Tijdens een van deze wedstrijden met de Azzurri in 2010, Italië-Roemenië, werd Balotelli meerdere keren racistisch toegezongen door de Italiaanse thuissupporters, omdat aanwezige, rechtse voetbalultra het verwerpelijk bleken te vinden dat Balotelli – een Ghanese Italiaan – wedstrijden kon spelen voor het Italiaanse nationale team.

In het seizoen 2009-10 speelde Balotelli voor Internazionale en werd hij tijdens negen verschillende wedstrijden racistisch lastiggevallen. Het betekende dat hij een van de meest geslachtofferde spelers op de Italiaanse voetbalvelden was.

Dit sentiment was nog steeds aanwezig in het seizoen 2012-2013. Balotelli, op dat moment een speler van AC Milan, werd gedurende ten minste zeven wedstrijden racistisch beledigd. De twee hoogste boetes van het seizoen, van € 50.000, werden geheven tegen AS Roma en Inter nadat hun supporters meerdere keren racistische spreekkoren over Balotelli zongen tijdens hun wedstrijden tegen AC Milan.

Bovendien werd de Curva Sud, de sector waar traditioneel de ultras van AS Roma plaatsnemen, één wedstrijd gesloten na racistische leuzen van de supporters jegens Balotelli, wie ongewild een belangrijk slachtoffer was geworden van racistische intimidatie door Italiaanse voetbalsupporters.

De incidenten met Mario Balotelli betekenden dat de Italiaanse autoriteiten in september 2013 de voetbalwetgeving van het land verder aanpasten. De versterking van de wet betekende dat de FIGC vanaf dat moment een nultolerantiebeleid ten aanzien van racistische voetbalsupporters zou aannemen.

Als gevolg hiervan werden stadionsectoren vaker voor een of meer wedstrijden gesloten in het geval van een gerapporteerd incident met betrekking tot etnisch en/of territoriaal racisme, een sanctie die eerder dat jaar (mei 2013) al was toegepast op AS Roma.

Zoals de FIGC aan had gekondigd was de tolerantie voor incidenten met betrekking tot etnisch of territoriaal racisme vanaf het begin van het seizoen 2013-14 laag, wat zichtbaar was in het aantal boetes dat werd uitgedeeld aan de Italiaanse voetbalclubs die in de Serie A speelden: in totaal € 500.000, wat het hoogste totaalbedrag was voor de 18 geselecteerde seizoenen die in dit artikel zijn bestudeerd. Juventus, Inter en Atalanta werden zwaarder bestraft en moest een of meer wedstrijden spelen zonder hun fanatieke supporters nadat hun tribunes waren gesloten als gevolg van een racistisch incident.

De strengere houding van de FICG had echter geen serieus effect op het totaal aantal incidenten in de Italiaanse voetbalstadions. In het seizoen 2013-14 was Balotelli nog zes keer slachtoffer van racistische spreekkoren en tussen de introductie van de zero-tolerance-politiek en het einde van het seizoen 2015-16 rapporteerde de FIGC liefst 66 racistische incidenten. Het incasseerde een totaalbedrag van € 1.286.000 aan boetes.


Slappe aanpak bondsvoorzitter

Bovendien leek de laissez-faire politiek al snel terug te keren. In augustus 2014 besloten de Italiaanse autoriteiten te stoppen met het sluiten van stadionsectoren als straf voor territoriaal racisme. Dit was een jaar na de introductie van het nieuwe beleid. De nieuwe aanpak werd teruggedraaid na protesten van de Serie A-clubs en na de verkiezing van Carlo Tavecchio als FIGC-president. Schrijnend is dat ook Tavecchio zich in het verleden niet geheel had onthouden van racistisch gedrag. In november 2014 werd Tavecchio door de UEFA van het beoefenen van zijn functie geschorst nadat hij werd gefilmd terwijl hij verwees naar een fictieve voetballer als iemand die ‘eerst bananen at en nu basisspeler bij Lazio is’.

Met Tavecchio als president van de Italiaanse voetbalbond daalde territoriaal en etnisch racisme tijdens voetbalwedstrijden in de Italiaanse Serie A pas in het seizoen 2016-17, waarin slechts acht incidenten werden gemeld door de FIGC. Hoewel de boetes voor racistische afleveringen hoog bleven, was het aantal incidenten niet verminderd. De houding en sancties van de FIGC bleven hoogst ineffectief.


Tijdens het seizoen 2016-17 werden er acht racistische afleveringen gemeld door de FIGC, wat het laagste aantal incidenten was sinds het seizoen 2004-05. Omdat de Italiaanse voetbalbond geen officiële wijzigingen in de aanpak had aangekondigd en de officiële regels niet waren veranderd, was dit verminderde racistische gedrag waarschijnlijk het gevolg van het reeds genoemde en telkens terugkerende buonismo, de relaxte politiek van de FIGC jegens racisme.

Het betekende dat de voetbalbond besloot om zich niet tot nauwelijks te bemoeien met de wedstrijden van dat seizoen. Op speeldag 34 van het seizoen 2016-17, tijdens de wedstrijd tussen Cagliari en Pescara bijvoorbeeld, zongen Cagliari-supporters de Ghanese middenvelder Sulley Ali Muntari, die voor Pescara speelde, racistisch toe.

Na meerdere keren te hebben geklaagd dat hij racistisch werd lastiggevallen door de Cagliari-ultras ontving Muntari een rode kaart voor het beledigen van de scheidsrechter, die niet bereid was de wedstrijd te stoppen. Uiteindelijk werd Muntari voor één wedstrijd geschorst, terwijl de racistische supporters van Cagliari werden vrijgesproken voor hun gedrag. Naar aanleiding van dit soort incidenten kan worden geconcludeerd dat er meer dan acht racistische afleveringen plaatsvonden tijdens het seizoen 2016-17 en dat de laissez-faire-politiek van de Italiaanse voetbalbond was teruggekeerd.

Deze theorie werd bevestigd na een incident tijdens het duel tussen Cagliari en Juventus in het seizoen 2017-18. Tijdens dit duel werd Juventus-middenvelder Blaise Matuidi racistisch lastiggevallen door de thuissupporters van Cagliari. Desondanks werd het incident niet officieel gemeld door de FIGC. Terwijl het Cagliari-bestuur zich deze keer wél verontschuldigde voor het gedrag van hun fans, werd de club vrijgesproken van het plegen van enige overtreding. De FIGC greep weer niet in. De incidenten met Muntari en Matuidi zijn niet opgenomen in de cijfers van dit onderzoek, omdat het artikel is gebaseerd op de officiële FIGC-rapporten. Beide gevallen werden niet officieel gerapporteerd.

Nieuwe wetgeving Italiaanse autoriteiten ineffectief

Tussen de seizoenen 2000-01 en 2017-18 hebben de Italiaanse autoriteiten meerdere keren de wetten gewijzigd met betrekking tot territoriaal en/of etnisch racisme in het Italiaanse voetbal. Nadat nieuwe wetten of wijzigingen in oude wetten werden geïntroduceerd, lijken de nieuwe regels aanvankelijk te werken omdat het aantal racistische incidenten op de korte termijn afnam. De uitgebreide uitspraken om racisme in het Italiaanse voetbal te bestrijden bleken uiteindelijk echter niet effectief, omdat het gemiddelde aantal racistische incidenten per seizoen in de Serie A tussen 2000 en 2018 niet daalde.

In de eerste tien geselecteerde seizoenen die in het onderzoek van Valeri werden opgenomen, werden er gemiddeld 18 racistische incidenten per seizoen gerapporteerd. In de laatste negen geselecteerde seizoenen, die gebaseerd waren op de officiële rapporten van de Italiaanse voetbalbond, bleef het gemiddelde aantal racistische incidenten per seizoen vrijwel ongewijzigd met een gemiddelde van 17,6 racistische incidenten per seizoen. Daarom kan worden geconcludeerd dat de aanpak van de Italiaanse voetbalbond zeer ineffectief was.

Het is opmerkelijk dat het gemiddelde totale aantal boetes per seizoen tussen 2000 en 2010 € 112.850 bedroeg. Tussen 2010 en 2018 was het gemiddelde totaalbedrag van de boetes € 297.000 per seizoen, wat € 184.150 hoger is dan tussen 2000 en 2010 (FIGC 2019). Hoewel het gemiddelde aantal incidenten per seizoen dus niet daalde, waren de boetes voor racistisch gedrag in de acht seizoenen tussen 2010-11 en 2017-18 meer dan twee keer zo hoog dan in de tien seizoenen tussen 2000-01 en 2009-10.

Racisme in Italiaanse stadions duurt voort

Tijdens een wedstrijd tussen Inter en Napoli in het seizoen 2018-19, viel de Curva Nord van het San Siro Stadion herhaaldelijk Senegalese Napoli-verdediger Kalidou Koulibaly lastig met apengeluiden en andere racistische spreekkoren. In de weken na de wedstrijd gaf de FIGC de Milanese voetbalclub de straf de volgende twee thuiswedstrijden achter gesloten deuren te spelen. Het gedeelte waar het grootste deel van het racistische gezang richting Koulibaly vandaan kwam – de Curva Nord – werd gesloten voor drie wedstrijden. De sanctie was zwaar, maar tijdens een wedstrijd tussen Inter en Milan in hetzelfde seizoen werden er opnieuw apengeluiden gehoord vanaf de stadionsectie waar de ultras van Inter zitten. Hoewel de racistische intenties van de ultras duidelijk waren, besloot de FIGC dit keer niet in te grijpen en er werd geen boete of een andere straf uitgedeeld aan Inter. Een pijnlijke beslissing.

De zeer opmerkelijke laissez-faire-politiek van de Italiaanse voetbalfederatie duurde gedurende het hele seizoen 2018-19 voort. Toen de Italiaanse pers op grote schaal melding maakte van een racistisch incident tijdens een wedstrijd tussen Cagliari en Juventus op Sardinië greep de bond niet in. Televisiebeelden toonden aan dat Juventus-aanvaller Moise Kean, een Italiaan van Ivoriaanse afkomst, meerdere keren het slachtoffer was van racistische spreekkoren door de harde kern van Cagliari.

Tijdens een interview na de wedstrijd verklaarde Leonardo Bonucci, een verdediger van Juventus en teamgenoot van Kean:

‘Kean? Er waren wat racistische geluiden, maar Moise moet nadenken over juichen met het team. De curve was verkeerd, maar Kean maakte ook een fout’.

Bonucci verwees naar het juichen van Kean nadat hij het winnende doelpunt scoorde, waarbij de aanvaller voor de ultras van Cagliari danste en deze vervolgens met racistische geluiden reageerden.

In de week na het racistische incident tijdens de wedstrijd Cagliari-Juventus opende de Italiaanse voetbalbond een onderzoek naar de racistische spreekkoren en geluiden van de ultras die tijdens de wedstrijd werden gehoord. Terwijl de aanwezige functionaris van de Italiaanse autoriteiten meldde dat hij tijdens de wedstrijd meerdere keren apengeluiden had gehoord, werden de spreekkoren door de Italiaanse voetbalraad niet hoorbaar genoeg geacht om Cagliari een boete of een andere straf te geven.

Racistische groepen ultras, zoals die van Lazio, Roma, Inter en Juventus zijn elk meerdere gestraft keer tussen 2000 en 2018, maar blijven voetballers wekelijks racistisch bejegenen. Daarom is het zeer de vraag of de implementatie van nieuwe wetten ter bestrijding van de aanwezigheid van racistische voetbalsupporters in Italiaanse voetbalstadions heeft gewerkt.

Omdat de verantwoordelijke politicus – Matteo Salvini – in het verleden ook meerdere malen gelinkt is geweest aan vreemdelingenhaat en racisme, is het moeilijk om in de nabije toekomst grote veranderingen te zien in de strijd tegen racisme in het Italiaanse voetbal.

Meer weten over racisme in het Italiaanse voetbal?

Bekijk dan ook:

Racisme volop aanwezig in Italiaanse voetbalstadions: https://www.nporadio1.nl/nos-radio-1-journaal/onderwerpen/496491-racisme-volop-aanwezig-in-italiaanse-voetbalstadions

Racisme gedijt op de Italiaanse voetbalveldenhttps://blendle.com/i/de-volkskrant/racisme-gedijt-op-de-italiaanse-voetbalvelden/bnl-vkn-20190405-10784733/buy-warning

De racismekwestie rondom Moise Kean: https://www.willemhaak.nl/lo-stadio/346774_lo-stadio-21-raoul-de-graaf-over-de-cl-strijd-van-inter-en-de-racismekwestie-rond-moise-kean