Het lot van een Interista

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen in april 2018 in Staantribune.

Adriano, José Mourinho en vooral Diego Milito. Het zijn namen die de liefde van Willem Haak voor Inter door de jaren heen aanwakkerden. Zijn favoriete club in Nederland was van jongs af aan Ajax, zijn passie voor het Italiaanse voetbal en de nerazzurri kwam pas later op gang. “Er waren een hele hoop potjes FIFA, veel vakanties in Italië en een succesvolle Champions League-campagne voor nodig om de liefde te doen groeien.”

Zoals veel jongens van mijn generatie (geboortejaar 1996) groeide ik op met de Premier League als de grootste competitie ter wereld.Na het succesvolle decennium van de Serie A eind jaren negentig, werd deze machtspositie na de eeuwwisseling overgenomen door het Engelse, Duitse en Spaanse voetbal. In huize Haak stonden in het weekend dan ook vooral wedstrijden aan uit de Premier League, Bundesliga en de Primera División. Ole Gunnar Solskjær, Carsten Ramelow en Roy Makaay vulden het beeldscherm in de woonkamer in Zeist.

Pas later kwam de Serie A in de picture. De interesse ontstond vooral door de zomervakanties aan het Lago di Caldonazzo. Op de markt in het nabijgelegen Trento stonden kraampjes met goedkope voetbalshirtjes van (vooral) Italiaanse clubs. Het eerste shirt dat ik voor een tientje op de kop wist te tikken? Het blauw-zwarte van Inter. Achterop stond rugnummer 10 met de naam van Adriano, op dat moment nog een veelbelovende spits en sterspeler van de nerazzurri.

Vanaf dat moment besloot ik Inter te volgen. Weliswaar kende ik de club al door de Champions League-duels tegen Ajax, waarin Crespo steevast uitblonk, maar echt bekend met de nerazzurri was ik nog niet. Aan het begin bleef Inter dan ook vooral een vakantieliefde. Het volgen van de Milanese club ging niet veel verder dan het checken van de uitslagen op internet en het kiezen van Inter tijdens spelletjes als FIFA en later Football Manager.

Bovendien keek ik eigenlijk alleen de wedstrijden van Inter tegen het AC Milan van Shevchenko, Maldini en Seedorf, spelers die ik stiekem ook diep bewonderde. Desondanks riep de naam Milan destijds al een negatief beeld bij me op, vooral door de Champions League-ontmoetingen tegen Ajax in 2003. Ik was zes en mocht langer opblijven om de returnwedstrijd in San Siro te zien. Nadat het in Amsterdam 0-0 was geëindigd, stond het in Milaan na negentig minuten 2-2. Voor Ajax genoeg om door te gaan, totdat Tomasson in de laatste seconden scoorde. 3-2. Milan door. Huilen.

In Europees verband juichte ik destijds (en dat doe ik nog steeds) voor elke Nederlandse club. Een tweede negatieve ervaring met Milan was dan ook de uitschakeling van PSV in de halve finale van de Champions League van 2005. Het doelpunt van Ambrosini in de negentigste minuut staat nog steeds in mijn geheugen gegrift. Weer kropen de milanisti door het oog van de naald. Mijn hekel aan de rood-zwarte club uit Milaan was gevormd. Dat was jaren voordat ik de Serie A en vooral Inter fanatiek ging volgen.

Omslagpunt

Hoewel Inter al een tijdje mijn club in Italië was, kwam in 2010 echt het omslagpunt. Dat had alles met de succesvolle Champions League-campagne te maken. Ik genoot al met volle teugen van de manier waarop Inter in de kwartfinale Chelsea uitschakelde, maar de wedstrijden in de halve finale tegen Barcelona gaven de doorslag.

Doordat Barcelona fantastisch voetbalde, leek heel voetbalminnend Nederland in 2010 ineens fan van de Catalanen. Zo ook in mijn vriendengroep. Barcelona zou Inter wel eventjes uitschakelen. Dat bleek veel lastiger dan vooraf gedacht. In Milaan speelden Maicon, Diego Milito en Wesley Sneijder fantastisch, en het werd 3-1 voor Inter. Niet alleen in Milaan werd hard gejuicht. Ook in de woonkamer in Zeist stond ik juichend voor de tv.

Een week later moest Inter in Catalonië de 3-1 voorsprong verdedigen. Nog steeds was de algemene tendens dat Barcelona het varkentje wel even zou wassen. Ik had zelf een (vroege) avondwedstrijd en was net op tijd thuis om een door Busquets aangenaaide rode kaart voor Inter-middenvelder Thiago Motta te zien. Het was het moment waarop Mourinho besloot het nóg meer op de verdediging te gooien. Inter leunde met tien man achteruit en viel niet meer aan.

Op dat moment explodeerde de Whatsapp-groep met mijn vrienden. Inter werd beticht van verdedigend, laf en irritant spel en iedereen was op de hand van Barcelona. Ik niet.

Ik was de enige die genoot van de Italiaanse strijd voor de overwinning. Ik was de enige die genoot van Diego Milito, op dat moment misschien wel de beste spits ter wereld, maar die wedstrijd regelmatig in zijn eigen zestien te vinden. En ik was de enige die genoot toen José Mourinho provocerend het veld op rende om de finaleplek te vieren. In de voetbalwereld was het Inter tegen de rest. In mijn wereldje was het een beetje Willem Haak tegen de rest.

Pazza Inter

Barcelona – Inter bleek een omslagpunt. Sinds die wedstrijd probeer ik alle wedstrijden te zien, minimaal twee keer per seizoen naar het San Siro af te reizen en is Inter mijn echte passie. De Champions League-finale had daar niet eens meer een grote invloed op.

Was de liefde voor Inter een echte keuze geweest, dan hadden we kunnen constateren dat ik op het verkeerde moment ben ingestapt. Sinds 2010 wonnen de blauw-zwarten maar twee prijzen, eindigden ze (of mag ik ‘we’ zeggen?) onder andere op een zevende, achtste en negende plek en zag ik elf trainers passeren.

Steeds wanneer Inter aan de top terug lijkt te keren, gaat het mis. Elke keer doen de nerazzurri de bijnaam van Pazza Inter (‘Gek Inter’) eer aan. Het is vaak wachten op een vrije val, waarin Inter vier of vijf wedstrijden op een rij verliest. Een successupporter ben ik in ieder geval niet meer te noemen. Ondanks de magere jaren begint het seizoen van een gemiddelde interista meestal vol hoop. Vaak heeft de sportief directeur een aantal nieuwe spelers aangetrokken, staat er een nieuwe manager voor de groep en is er beloofd dat het nu echt het seizoen is waarin Inter weer gaat presteren. Meestal zijn de voortekenen goed en lijkt de trainer het goed voor elkaar te hebben. In de voorbereiding draaien de nerazzurri aardig en het enthousiasme onder de fans groeit.

De voorbereiding wordt meestal goed vervolgd. Inter wint en draait de eerste paar maanden van het seizoen met de top mee. Het is het moment waarop de gemiddelde interista vaak begint te zweven. Zou dit Inter eindelijk weer mee kunnen doen om de Italiaanse titel? Zouden de nerazzurri het hoge niveau eindelijk weer eens het hele seizoen vol kunnen houden? En als dat niet lukt, zit er dan op zijn minst een succesje in de Coppa Italia in?

Het is een vragenvuur waar de Italiaanse sportkranten vaak het antwoord op denken te weten. Wint Inter met 1-3 bij Juventus? Dan wordt Inter-manager Stramaccioni in de Gazzetta dello Sport met José Mourinho vergeleken.

Blijkt het San Siro ineens elke week volgepakt? Dan beweert de Tuttosport dat er in Milaan een titelsfeer hangt. Verslaan de nerazzurri de eerste tegenstanders elke week met 1-0? Dan kan het Napoli, Roma en Juve voorblijven, volgens de Corriere dello Sport.

Het is meestal het moment waarop ik mijn Italiaanse vrienden en vriendinnen gekscherend begin te whatsappen. Staat Inter eerste, dan wordt een berichtje ineens afgesloten met “een knuffel van de trotse koploper” of “Ik zie jullie in mei”.

De fans, onder wie ik, en de kranten zouden echter beter moeten weten. De geschiedenis leert namelijk dat het in december meestal faliekant mis gaat. Inter stelt één wedstrijd teleur en lijkt de mentale klap de volgende duels niet te boven te komen. Het gebeurde onder Ranieri. Het gebeurde onder Stramaccioni. Het gebeurde onder Pioli. Dit seizoen gebeurde het onder Spalletti. Steevast veranderde het mooiste meisje van de klas plotsklaps in een lelijke heks. Wordt de vrije val ingezet, dan stromen de berichten uit Italië binnen: “Ik zou voortaan niet appen voor het einde van de competitie, Willem.” Ik kan erom lachen.

Kikker

Het cynisme is een kenmerk van de gemiddelde interista. In haar 110-jarige bestaan werd de club meerdere malen getroffen door zwarte decennia vol prijzendroogte. David Endt beschrijft in zijn boek Mijn Inter dat de zelfspot steevast een middel is om het leed van de supporter een beetje te verzachten. Vaak is de humor een kleine pleister op de wonden. Wat betreft zelfspot staat Inter wél bovenaan de ranglijsten.

Zo ook in 2015. Na jaren vol trouwe dienst besloot eeuwig aanvoerder Javier Zanetti zijn voetbalschoenen aan de wilgen te hangen en in een andere rol voor Inter te gaan werken. Bij gebrek aan beter werd Andrea Ranocchia benoemd als vervanger en gepromoveerd tot aanvoerder. Door zijn slordige dekking was de lange slungel echter niet geliefd bij de supporters van Inter. De keuze van de club om de centrale verdediger tot capitano te bombarderen werd dan ook flink bekritiseerd. Omdat Ranocchia in het Italiaans ‘kikker’ betekent, was de grap al snel gemaakt. In de voorbereiding op het seizoen trokken twee vrouwelijke supporters naar het trainingscomplex van Inter om hun onvrede kenbaar te maken. Gewapend met een spandoek kwamen de twee fans bij de training aan. Tekst op het doek: “Ranocchia, als ik je kus, verander je dan in een voetballer?” Waarschijnlijk is het de dames niet gelukt een kus te bemachtigen, want Ranocchia bleef het gehele seizoen stuntelen.

Het was het seizoen dat ik wél enorm dichtbij het vuur zat. Mijn passie voor Inter was inmiddels zo groot dat het een van de redenen was om Italiaans te leren en een jaar in Italië te verblijven. Ik had de Serie A inmiddels jaren gevolgd met het commentaar van onder meer Emile Schelvis. Nu was het tijd om de taal en de competitie zelf eens goed te leren kennen. Omdat ik lieve ouders heb en ook zij het nut inzagen van het leren van een extra taal, trok ik naar de Laars.

Sassuolo-uit

Uiteindelijk woonde ik tussen 2014 en 2015 achtereenvolgens in Bologna, Florence en een plaatsje dichtbij Milaan. Ik ging voor zes maanden naar een talenschool en leerde de Gazzetta dello Sport zelf lezen, in plaats van steevast Engelse vertalingen op internet op te zoeken.

Dat seizoen bezocht ik enorm veel wedstrijden.

Dat waren meestal duels van Bologna en Fiorentina, aangezien die dichtbij waren. Vooral de wedstrijden bij de harde kern van La Viola waren fantastisch. Fiorentina haalde dat seizoen de halve finale van de Europa League en ik geloof dat ik in de knock-outfase geen enkel thuisduel heb gemist. Vaak was het stadion twee uur voor de wedstrijd al stampvol. Iets wat je in Nederland nooit zal zien. Bovendien was de sfeer in het prachtige Artemio Franchi vaak geweldig.

Een van de wedstrijden die ik dat seizoen in Florence zag, was het duel tussen Fiorentina en Inter. Het werd een van de ergste dieptepunten van het jaar. Inter bakte er helemaal niets van en werd volledig afgedroogd door La Viola: 3-0. Gelukkig zat ik dat duel niet bij de harde kern en kon ik blijven zitten bij de doelpunten. Net als de vader en dochter voor mijn neus, overigens. Gedeelde smart is halve smart, maar die avond in Florence was de teleurstelling alsnog erg groot.

Tegen beter weten in ging ik dat seizoen uiteindelijk tóch nog naar twee uitduels van Inter. Het eerste was bij Empoli, waar Inter niet verder kwam dan een saaie 0-0. Omdat ik niemand zo gek kon krijgen om een dure treinreis naar Emilia Romagna te boeken, werd Sassuolo – Inter het eerste duel ooit dat ik helemaal in mijn eentje bezocht. In het uitvak van misschien wel het lelijkste stadion van Italië zat ik voor het eerst tussen de mannen van de Curva Nord. Nadat Inter er deze keer met 3-1 af was gegaan, spurtte ik snel weg om mijn bus te halen.

Veel te snel, want na afloop van de wedstrijd ontstond er een ruzie tussen Inter-spits Icardi en de ultras. De fans waren niet tevreden met het optreden van hun ploeg en accepteerden het niet dat de spelers hun shirts naar het uitvak gooiden. Uit protest werden deze teruggegooid.

Icardi waardeerde dit weer niet en ging boos de discussie met de ultras aan. Dit leidde uiteindelijk tot een enorm verslechterde relatie tussen Icardi en de Curva Nord.

Hoewel ik kan zeggen dat ik bij de wedstrijd aanwezig was, kan ik niet zeggen dat ik het heetgebakerde akkefietje van dichtbij heb gezien. Erg jammer.

Uiteindelijk bezocht ik Inter dat seizoen zo’n tien keer. Ik zag ze geen enkele keer winnen. Enigszins teleurgesteld keerde ik terug naar Nederland. Toch keer ik vaak naar San Siro en naar Milaan terug. Door mijn vele bezoeken ken ik inmiddels de mooie wijken, de beste spa, de lekkerste restaurants en de plekken waar je zomaar Adriano Galliani of Massimo Moratti tegen het lijf loopt. Elke keer dat ik in de Italiaanse modestad kom, wordt het leuker. In de nabije toekomst zie ik mezelf er wel wonen. En is het niet in Milaan, dan wel in Florence, Rome of Bologna.

Tot dat moment probeer ik elk seizoen vrienden, vader en zussen mee te trekken naar wedstrijden van Inter.

Om ze over te halen, vertel ik dat er niets mooiers is dan de ontlading van een vol San Siro. Ik vertel ze vervolgens dat de fans de beste ter wereld zijn. En ik sluit af met het vertellen over mijn ervaringen met de club. Ik vertel dan hoe een vakantieliefde uitgroeide tot een langeafstandsrelatie, waarbij het nodig is de liefde minimaal twee keer per jaar te bezoeken. Meestal lukt het dan om vrienden of familieleden mee te krijgen. Wanneer ze vervolgens mijn Inter zien, zijn ze meestal op slag een beetje verliefd. Ze weten niet waar ze aan beginnen.

Andrea Pirlo – Ondergewaardeerd kunstenaar

Emilio Andreoli via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen in april 2018 in Staantribune.

Met een kenmerkend sukkeldrafje bereikt Andrea Pirlo de cornervlag. Alvorens de corner te trappen, doet de Italiaanse middenvelder zijn haar goed. Het regent in Florence, dus de natte lokken vallen telkens voor zijn blikveld. Wanneer de lange manen voor zijn ogen weg zijn, maakt Pirlo dan eindelijk aanstalten om de bal voor te slingeren. Precies op dat moment maak ik een foto. Die avond ben ik namelijk aanwezig bij het duel tussen Fiorentina en Juventus.

Juventus is in Florence enorm gehaat en tijdens de wedstrijd wordt elke speler in een zwart-wit shirt uitgefloten. Pirlo niet. Wanneer hij op tien meter van mijn neus de corner neemt, worden er tientallen mobiele telefoons tevoorschijn gehaald. Anno 2015 is Pirlo namelijk de beste speler in de Serie A en wordt hij alom gewaardeerd. Dat is niet altijd zo geweest.

Andrea Pirlo wordt opgeleid bij het Noord-Italiaanse Brescia. Op het moment dat Pirlo doorbreekt, schommelt Brescia tussen de Serie A en de Serie B in. Wanneer de club in 1995 in de Italiaanse tweede divisie speelt, wordt Pirlo voor de leeuwen gegooid. Al op zestienjarige leeftijd maakt hij zijn debuut. Het is op dat moment al duidelijk dat Pirlo een enorm talent is en op den duur de stap naar de Italiaanse top zal maken. Met zijn intelligentie en passing onderscheidt hij zich van zijn ploeggenoten.

Inter

Uiteindelijk wordt de stap naar een grotere ploeg pas in 1998 gezet. Pirlo wordt al jaren door Inter gevolgd en lijkt er klaar voor om de concurrentie met mannen als Diego Simeone, Youri Djorkaeffen Aron Winter aan te gaan. Hoewel Inter dat seizoen liefst vier trainers verslijt, komt Pirlo tot meer dan dertigduels voor de Nerazzurri.

Toch vindt Pirlo zijn draai bij Inter nooit. In de jaren negentig is het onrustig bij de Milanese club, die wisselt van trainers alsof het schoenen zijn. Het komt de positie van een creatieve middenvelder als Pirlo niet ten goede. Managers Simoni, Lucescu en Hodgson kiezen vaak (zonder succes) voor een speelwijze waarin er geen rol is weggelegd voor een balkunstenaar als Pirlo. Veel liever opteren de trainers voor slopers. Dit om de verdediging wat te ontlasten. Omdat het sportief niet loopt, besluit Inter-eigenaar Massimo Moratti om aan de lopende band spelers aan te trekken. Clarence Seedorf komt over van Real Madrid en ook Luigi Di Biagio versterkt het middenveld. Het gaat ten koste van Andrea Pirlo, die in de zomer van 1999 aan het nietige Reggina wordt verhuurd.

Een seizoen later is er wéér geen plek voor Pirlo in de selectie van Inter. De middenvelder wordt nogmaals verhuurd. Dit keer aan zijn jeugdclub. Bij Brescia is Carlo Mazzone op dat moment trainer. Mazzone is een ervaren manager en ziet voor Pirlo een rol als spelverdeler weggelegd. Hij wordt vlak voor de verdediging neergezet en moet als een ware regisseur de opbouw verzorgen om vervolgens sterspeler Roberto Baggio in stelling te brengen. Brescia eindigt dat seizoen op een indrukwekkende zevende plek in de Serie A. Het is de plek waar Pirlo wordt opgeleid tot architect.

Brescia

Een seizoen later is er wéér geen plek voor Pirlo in de selectie van Inter. De middenvelder wordt nogmaals verhuurd. Dit keer aan zijn jeugdclub. Bij Brescia is Carlo Mazzone op dat moment trainer. Mazzone is een ervaren manager en ziet voor Pirlo een rol als spelverdeler weggelegd. Hij wordt vlak voor de verdediging neergezet en moet als een ware regisseur de opbouw verzorgen om vervolgens sterspeler Roberto Baggio in stelling te brengen. Brescia eindigt dat seizoen op een indrukwekkende zevende plek in de Serie A. Het is de plek waar Pirlo wordt opgeleid tot architect.

Wanneer Pirlo als een volleerde Koolhaas terugkeert in Milaan, is hij het zat. Nog steeds lijkt er geen plek bij de Nerazzurri en hij wordt ondergewaardeerd. In de zomer van 2001 besluit de dan 22-jarige Pirlo dan ook te vertrekken. Dat Inter op dat moment geïnteresseerd is in Milan-middenvelder Andrés Guglielminpietro, brengt de overgang in een stroomversnelling en de clubs besluiten de twee spelers te ruilen. Na een horrorperiode bij Inter trekt Pirlo naar het rood-zwarte gedeelte van Milaan.

Milan

Bij AC Milan is Pirlo volledig op zijn plek. Vanaf dag één is de middenvelder niet meer weg te denken uit het basiselftal van de Rossoneri. In zijn periode bij Milan groeit Pirlo uit tot een van de beste Italiaanse spelers van zijn generatie. Samen met spelers als Kaká, Shevchenko en Inzaghi is hij ervoor verantwoordelijk dat Milan in 2003,2005 en 2007 de finale van de Champions League bereikt.

Wordt de finale in 2003 nog na penalty’s gewonnen, in 2005 gaat het hopeloos mis. Milan staat bij rust met 3-0 voor tegen Liverpool, maar verliest de eindstrijd uiteindelijk na strafschoppen. Pirlo laat zich afleiden door Liverpool-keeper Dudek en mist. Het is het moment waarop hij zijn lol in het voetbal verliest en er zelfs over nadenkt om te stoppen, zo schrijft de Italiaan in zijn in 2014 uitgebrachte biografie.

Desondanks besluit Pirlo door te gaan en in 2006 wordt het verlies in de Champions League-finale meer dan goedgemaakt. Hoewel het seizoen wordt overschaduwd door het Calciopoli-schandaal waar ook Milan bij betrokken is, wordt de Italiaanse eer in de zomer hersteld. Italië wordt namelijk voor de vierde keer wereldkampioen. Pirlo heeft een flink aandeel in de wereldtitel. Il Architetto is namelijk basisspeler, geeft de assist bij het winnende doelpunt van Fabio Grosso in de halve finale en jaagt tijdens de penaltyserie in de finale zijn strafschop hard tegen de touwen. Italië is campione del mondo.

De wereldtitel geeft Pirlo veel rust. Het jaar erop besluit hij zich dan ook alvast te oriënteren op een leven buiten het voetbal. Aangezien zijn interesse in wijn door de jaren heen een enorme passie is geworden, besluit hij in 2007 een wijngaard te openen in de buurt van Brescia. Met hulp van zijn familie worden er al snel diverse wijnen op de markt gebracht. Dat de producten gaandeweg enorm populair worden onder de voetballiefhebbers, is geen verrassing.

Dat Milan die zomer weer de Champions Leaguefinale haalt en dit keer Liverpool wél weet te verslaan, maakt de cirkel voor Pirlo rond. Achteraf was het een perfect moment geweest om AC Milan te verlaten. Pirlo besluit Milan echter trouw te blijven en wanneer hij twee seizoen later wél aangeeft te willen vertrekken, besluit het bestuur hem niet te laten gaan. Succesmanager Carlo Ancelotti pakt zijn koffers wel en vertrekt naar Chelsea. Pirlo mag niet mee. Vanaf dat moment gaat het bergafwaarts.

Allegri

Pirlo is onder opvolger Leonardo nog wel zeker van een basisplek, maar wanneer Massimiliano Allegri in 2009 als manager wordt aangesteld, is dit geen goed nieuws voor de ervaren spelers. De trainer haalt een bezem door de selectie en heeft in zijn basiselftal geen plaats meer voor Alessandro Nesta, Filippo Inzaghi én Andrea Pirlo. Net als in zijn tijd bij Inter wordt Pirlo gepasseerd voor twee slopers. Hoewel hij later aangeeft op dat moment ontzettend ontevreden te zijn geweest, verschijnt er in de media geen wanklank. De middenvelder is een gentleman en valt zijn trainer niet af. Dit terwijl de Milanisti met lede ogen aanzien hoe de helden van weleer worden weggewerkt en weggepest.

Met Mark van Bommel en Massimo Ambrosini op het middenveld wordt Milan in het seizoen 2010-11 uiteindelijk kampioen. De 32-jarige Pirlo maakt nog deel uit van de rood-zwarte gelederen, maar is op dat moment al lang en breed rond met Juventus. De architect heeft het gevoel dat zijn werk in Milaan niet langer wordt gewaardeerd en is door Antonio Conte benaderd om het afgetakelde Juventus in ere te herstellen. Dat zijn contract bij Milan afloopt, maakt het maken van de stap makkelijker. Pirlo hapt toe en trekt naar Turijn.

Juventus

Pas in Turijn wordt Pirlo echt gewaardeerd. Hoewel Juve in 2012 een lading spelers naar Turijn haalt, spreekt de komst van de voormalig wereldkampioen verreweg het meest tot de verbeelding. Onder leiding van de middenvelder wordt Juventus dat seizoen direct kampioen. Met zijn fantastische passes, inzicht en intelligente spel is Pirlo dat seizoen de beste speler van Juventus. Als een dirigent leidt hij de zwart-witte formatie naar de 29ste titel in de historie.

Met Italië lukt het niet meer om een prijs te winnen. Ontploffen de sociale media nog wanneer Pirlo Engeland-keeper Joe Hart met een Panenkaverschalkt in de kwartfinale, Spanje is in de EK-finale uiteindelijk veel te sterk.

Bij Juventus heeft Pirlo meer succes. Manager Antonio Conte bouwt De Oude Dame om tot de succesmachine van weleer. Hierin speelt Andrea Pirlo een cruciale rol. Elke week laat hij zien dat Milan hem veel te vroeg heeft laten gaan. Telkens weer laat hij zien alsmaar slimmer en beter te worden. Steevast is Pirlo beslissend. Hoewel de middenvelder de dertig al lang en breed is gepasseerd, wordt hij pas vanaf 2012 echt ontdekt als absolute topspeler. Zijn aanwezigheid op de voetbalvelden wordt meer en meer gewaardeerd.

Staande ovatie

Juve-keeper Gianluigi Buffon noemt de gratis overgang van Pirlo naar Juventus het koopje van de eeuw. In de Italiaanse kranten wordt het beleid van Milan stevig bekritiseerd. Trainer Massimiliano Allegri is de zondebok. Dat de middenvelder in 2012,2013 en 2014 tot beste speler van de Serie A wordt gekroond, bevestigt dit beeld alleen maar. In een Serie A vol sterren is de opgeleefde Andrea Pirlo de grootste ster.

Niet alleen nationaal groeit de waardering voor Pirlo. Wanneer Juventus in 2015 in de halve finale van de Champions League op bezoek gaat bij Real Madrid, wordt de middenvelder in de tweede helft gewisseld. Als blijk van waardering krijgt de Italiaan een staande ovatie van het Spaanse publiek. Een prachtig gebaar dat eerder Alessandro Del Piero ten deel viel. Later wordt ook Francesco Totti met applaus geëerd in het Bernabeu.

In 2015 bereiken Juventus en Pirlo uiteindelijk de finale van de Champions League. Opvallend is dat uitgerekend Massimiliano Allegri op dat moment de manager van de Bianconeri is. Besloot de oefenmeester Pirlo bij Milan nog te laten vertekken, bij Juventus blijft de middenvelder ook onder Allegri de belangrijkste schakel in het elftal. Het is tekenend voor de carrière van Pirlo. Vroeg of laat worden de critici de mond gesnoerd.

Het is de waardering die tijdens de carrière van Pirlo dikwijls ontbrak. Te vaak werd de sierlijke middenvelder op de bank gezet ten faveure van slopers, werd hem verweten een luie speler te zijn en werd geconcludeerd dat hij te sloom zou zijn om op het allerhoogste niveau te fungeren. Op het hoogste niveau speelt Pirlo in 2015 nog een allerlaatste keer.

In de Champions League-finale blijkt Barcelona echter veel te sterk. Nooit liet Pirlo op het voetbalveld een traan, maar na die verloren eindstrijd breekt hij. Het is zijn laatste kans op een grote Europese prijs, want de finale is zijn laatste wedstrijd voor Juventus. Pirlo trekt naar Amerika en gaat na een paar seizoenen voor New York City FC te hebben gespeeld met pensioen.

In de hedendaagse voetbalwereld ontbreekt het aan sierlijke en intelligente voetballers. Dat Andrea Pirlo in 2017 met professioneel voetbal besloot te stoppen, is dan ook enorm zonde. Nooit meer zullen we ervan kunnen genieten hoe hij een corner neemt. Nooit meer zullen we kunnen genieten als hij zijn natte lokken goed legt. En nooit meer zullen we hem in voetbalshirt live mogen aanschouwen. Wat ons rest zijn de herinneringen en de foto’s.

Ciro leeft!

Paolo Bruno via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 15 april 2015 bij Staantribune.

Met een 1 overwinning op Napoli boekte AS Roma op 4 april haar eerste thuiszege sinds 29 november 2014. Hoewel de Giallorossi met het verslaan van een directe concurrent een mooie stap in de richting van Champions League-kwalificatie zetten, werd de wedstrijd overschaduwd door het gedrag van de Romeinse aanhang. Met diverse spandoeken, waaronder een met de tekst “Treurig: geld slaan uit iemands dood met boeken en interviews”, liet de Curva Sud zich immers zeer negatief uit over de moeder van Ciro Esposito, een Napoli-supporter die voorafgaand aan de bekerfinale van vorig seizoen werd vermoord. Vermoedelijke dader: Roma-ultra Daniele De Santis.

Met de finale van Coppa Italia tussen Fiorentina en Napoli wordt Rome, waar sinds jaar en dag de bekerfinale wordt gehouden, begin mei 2014 overspoeld met voetbalfans. Ook Ciro Esposito (29) reist met een aantal Napolitani af naar Stadio Olimpico. Wanneer de groep supporters het stadion nadert, worden zij bekogeld met enkele rookbommen. Volgens een onderzoek van de Italiaanse veiligheidsdienst handelt de waarschijnlijke dader Daniele De Santis (48) alleen en is hij er alleen op uit de Napolitaanse fans te provoceren. Dat lukt hem.

Nadat De Santis de rookbommen afvuurt en een reactie ontlokt, rent hij weg. Achtervolgd door met ijzeren stokken bewapende Napolitanen probeert de Romein weg te komen. In deze vlucht gaat De Santis, ex-leider van de ultras van Roma en mede-verantwoordelijke voor het staken van de Romeinse derby van 2001, echter onderuit. Tegelijkertijd schreeuwt hij: “Nu vermoord ik jullie allemaal.” Volgens de Italiaanse veiligheidsdienst trekt de Roma-ultra vervolgens zijn pistool en lost hij vier schoten. Dat er geen vijfde, zesde en zevende schot klinkt, ligt niet aan de schutter, maar aan het blokkerende wapen. Op dat moment zijn er al drie Napolitanen geraakt. Een supporter, Ciro Esposito, overleeft de aanval niet en sterft anderhalve maand later in het ziekenhuis aan zijn verwondingen.De gevolgen van de ongeregeldheden zijn groot. Zo wordt de finale van de Coppa Italia met 45 minuten uitgesteld, dreigen Napolitaanse ultras wraak te nemen en, bovenal, verliest het Napolitaanse Scampia met Esposito een van haar zoons. De Santis, die ook gewond raakt, weet te te ontkomen en belandt zwaargewond in het ziekenhuis. De volgende dag wordt de Romanista in hechtenis genomen.

Hoewel De Santis al maanden geleden toegaf de trekker te hebben overgehaald, is het proces nog steeds niet begonnen. Desondanks is er tot op de dag van vandaag volop aandacht voor de dood van de Napoli-supporter. Antonella Leardi, moeder van Esposito, richtte zelfs een goed doel op, met als naam ‘Ciro Vive’ (Ciro Leeft).Om zoveel mogelijk geld in te zamelen om het verhaal van haar zoon te kunnen vertellen, zoekt Leardi vaak de media op en schrijft ze een boek. Dit tot irritatie van de harde kern van AS Roma. Tijdens het duel met Napoli op 4 april, tonen de ultras diverse provocerende spandoeken, met teksten als: “Treurig: geld slaan uit iemands dood met boeken en interviews. Komt er nu ook een film?”, “Er zijn mensen die huilen na het verlies van een zoon. U slaat er een slaatje uit” en “Daniele (De Santis, red.) is met ons”. Na een felle reactie  van politici distantieert het bestuur van Roma zich al snel van de provocerende teksten. Desondanks wordt de Curva Sud voor slechts één wedstrijd gesloten en legt de Italiaanse voetbalbond de Giallorossi een magere boete op.

Het politieonderzoek naar de dood van Ciro Esposito is nagenoeg afgerond. De vermoedelijke dader Daniele De Santis zal dan ook snel worden berecht en kan een lange straf tegemoet zien. Napels en Rome kijken mee. ‘De Engel van Scampia’ mag dan al maanden geleden zijn begraven, nog steeds werpt zijn geest een schaduw over het Italiaanse voetbal. Ciro leeft. Misschien wel meer dan ooit.

Il Derby della Capitale

TIziana Fabi/AFP via Getty Images

Dit artikel van de hand van Willem Haak verscheen op 9 januari 2015 bij Staantribune.

26 mei 2013. De bekerfinale tussen AS Roma en Lazio is 71 minuten onderweg als een van richting veranderde voorzet van Lazio-rechtsvoor Antonio Candreva voor de voeten van Senad Lulić terechtkomt. Doordat Roma-verdediger Marquinhos volledig aan de bal voorbijgaat, kan de Bosniër hem voor een leeg doel intikken, 1-0 voor Lazio. De laziali winnen de Coppa Italia en Lulic is de held. Dat Lazio uitgerekend aartsrivaal Roma in de finale verslaat, maakt de bekerwinst voor de biancocelesti dubbel zo mooi.

‘Il Derby della Capitale’ is de wedstrijd tussen S.S. Lazio en AS Roma. Beide ploegen werken hun thuiswedstrijden normaliter af in het Stadio Olimpico. Wanneer de clubs het tegen elkaar opnemen, wordt het stadion verdeeld. Het zuidelijke gedeelte van het Olimpico wordt dan bezet door romanisti, terwijl het noordelijke deel voor de Laziale is. De scheidslijn tussen beide supportersscharen wordt bezet door bewapende politieagenten, die de vrede in de arena moeten waarborgen. Zo ook aanstaande zondag, wanneer beide rivalen het voor de 142e keer in de historie van de Serie A tegen elkaar opnemen.

De rivaliteit tussen Roma en Lazio vindt zijn oorsprong in de jaren ’20. Wanneer president Benito Mussolini opdracht geeft alle Romeinse voetbalteams samen te voegen om de hoofdstad één sterk front tegen het rijkere zuiden te laten vormen, is Lazio de enige club die tegenstribbelt. Met dank aan Adolfo Vaccaro, generaal in het Italiaanse leger en lid van Lazio, komen de biancocelesti onder de fusie uit. FBC Roma, Pro Roma en Alba Audace fuseren wél. Waar er voorheen vier grote ploegen om Rome streden, zijn dit er vanaf 1927 slechts twee: AS Roma en Lazio.

Vanaf het moment dat Roma wordt opgericht, claimen de laziali de hoofdstad. In hun ogen is Lazio (opgericht in 1900) de oudste en enige authentieke Romeinse club. Bovendien zouden de biancocelesti het voetbal naar Rome hebben gebracht. De romanisti counteren met het feit dat één van de drie gefuseerde clubs waaruit AS Roma ontstond al in 1899 werd opgericht. Waarom zou Lazio daarnaast het blauw en wit van de Grieken als clubkleuren dragen, terwijl rood en geel de stadskleuren van Rome zijn? En waarom is Lazio vernoemd naar de regio, in plaats van naar de stad? De romanisti beweren dan ook dat AS Roma, met rood en geel als clubkleuren en Roma als officiële Italiaanse naam, de enige écht Romeinse club is.

Oorspronkelijk wonen de meeste supporters van Lazio buiten Rome, terwijl de meeste romanisti om en rond het historische stadscentrum te vinden zijn. Wanneer een speler van Roma in het centrum een boodschap doet, kan hij dit niet zonder zichzelf te bewapenen met een pet en een zonnebril. Doet een speler van Lazio op precies hetzelfde punt een aankoop, is de kans kleiner dat hij wordt herkend. De romanisti refereren op spandoeken dan ook vaak aan de laziali door ‘burini’, provinciale boeren, te gebruiken: “Laziale, je bent geen echte Romein, maar niks meer dan een provinciale boer”.

Hoewel de Serie A diverse derby’s kent, staat het duel tussen de giallorossi en de biancocelesti bekend als de meest gespannen en gewelddadige tweestrijd van Italië. De aanhangers van AS Roma waren lange tijd veelal politiek linksgeoriënteerd, terwijl een groot deel van de fanatieke supporters van Lazio rechtse sympathieën heeft. Dat was van oudsher de voornaamste reden dat de Romeinse derby garant stond voor geweld, racisme en antisemitisme. De politieke verschillen tussen beiden clubs vervaagden in de jaren ’90 toen ook de supporters van Roma rechtse sympathieën begonnen te krijgen. Maar de twee supportersgroepen bleven elkaar intens haten. Als de derby van Rome op het programma staat, gaat het dan ook dikwijls mis.

Zo ging het in 1979 hopeloos verkeerd toen een door een romanista afgeschoten vuurpijl in het Lazio-vak terecht kwam. De pijl ontplofte in het gezicht van Laziale Vincenzo Paparelli. Met een bloedend gat in het gezicht werd de vader van twee kinderen afgevoerd naar het ziekenhuis. Paparelli, pas 33 jaar oud, overleed in de ambulance. Hij was de eerste dode door supportersgeweld in Italië. Een dader werd nooit gevonden.

Ook in 2004 ging het mis toen de derby werd gestaakt nadat enkele ultras van Roma het veld bestormden en eisten dat het duel werd stilgelegd. Als dit niet zou gebeuren, zouden de tifosi het stadion overnemen en de spelers van beide ploegen wat proberen aan te doen, dreigden ze. Reden voor de dreigementen: het gerucht dat er buiten het stadion een tienersupporter was overleden na te zijn overreden door een politieauto. Hoewel de Romeinse politie snel reageerde en via de stadionspeakers liet omroepen dat er niks van het verzinsel waar was, werd na overleg tussen scheidsrechter Rosetti en de voorzitter van de Italiaanse voetbalbond besloten de wedstrijd te staken. De ongeregeldheden zetten zich ook buiten het stadion voort met honderdzeventig gewonde politieagenten en dertien arrestaties als gevolg.

Een jaar later ging het wéér fout. Nadat Lazio de derby met 3-1 had gewonnen, liep biancocelesti-aanvaller Paolo Di Canio naar de Curva Nord om de fanatieke aanhang te bedanken voor haar steun. Omringd door journalisten en met alle camera’s op zich gericht besloot Di Canio, die later verklaarde “geen racist maar een fascist” te zijn, de ultras te groeten door zijn rechterarm omhoog te houden en voor zich uit te strekken. De beweging, die wordt geassocieerd met het fascistische en racistische heden en verleden van Italië, zorgde voor veel opschudding. Hoewel de aanvaller niet werd geschorst, moest Di Canio een boete van tienduizend euro betalen. Een paar maanden later, tijdens een duel met Juventus, herhaalde de spits het kunstje, waarop FIFA-voorzitter Blatter verklaarde dat het goed zou zijn fascistische spelers volledig uit de sport te verbannen. Desondanks werd Di Canio, die als puber zelf tussen de fanatieke aanhang van Lazio stond, slechts voor één duel geschorst en voetbalde hij nog enige jaren door.

Als Roma en Lazio het komende zondag tegen elkaar opnemen, houdt heel Rome haar adem in. De straten zullen uitgestorven zijn en de wijken rondom het stadion zullen veranderen in een oorlogsgebied. Ondertussen transformeert het Olimpico in een arena waarin de gladiatoren van de biancocelesti en de giallorossi het in een rechtstreeks duel tegen elkaar opnemen. Negentig minuten lang oorlog. De sterkste wint. Keizer Francesco Totti heeft er zin in.